• darkblurbg
  • darkblurbg

Hier kunt u terecht met uw verhalen.

Dat kunnen korte of langere verhalen zijn, misschien zelfs complete levensverhalen, die u desgewenst in delen naar ons toe kunt zenden. Uw reisverhalen zijn hier ook welkom en dat geldt ook voor verhalen uit het dagelijkse leven, met humorvolle of juist droevige belevenissen. Last but not least kunt u op deze site ook werken aan het boek dat u al een tijd wilt schrijven. Stap voor stap, bijvoorbeeld elke week een aantal pagina’s of een hoofdstuk.

 

U kunt uw bijdrage onder brengen in de volgende vier categorieën:

Levensverhaal 

Misschien bent u er al aan begonnen, of uw kinderen vragen er naar: uw levensverhaal. Als u er wat later in uw leven mee begint is er heel veel te vertellen. Wees niet te bescheiden, er is weinig zo boeiend als het persoonlijke verslag van iemands leven, zeker als u die verrijkt met uw levenswijsheid, anekdotes en foto’s. Natuurlijk zijn uw herinneringen subjectief, maar zij vormen een stukje van onze gezamenlijke geschiedenis. En vele herinneringen uit een zelfde periode zullen het beeld daarvan steeds completer maken. Voor jongeren geldt trouwens hetzelfde: ook jouw “jonge” levensverhaal zal velen tot de verbeelding spreken.

Reisverhaal

Ik ken mensen die ongelooflijk mooie en leerzame reisverhalen kunnen schrijven. Vaak hebben zij de landen en plaatsen die zij bezoeken van tevoren uitgebreid bestudeerd. Die verhalen kunnen ons beeld van de wereld verruimen. Natuurlijk mag het ook een klein verhaal zijn, over een bijzondere, onvergetelijke gebeurtenis tijdens de reis. Uw bijdrage mag kort of lang zijn. Uitgebreide verhalen kunt u desnoods in stukken knippen en in delen naar ons toesturen.

Verhalen uit het dagelijks leven 

Wat ik nu toch heb beleefd…, zo kan uw verhaal over een gebeurtenis in het dagelijks leven beginnen. Humor, verontwaardiging, verbijstering, het mag allemaal een rol spelen. Het mag ook een observatie zijn, of een reactie op wat er in uw omgeving gebeurt.

Boek

Misschien speelt het idee om een boek te schrijven al lang door uw hoofd, maar ziet u op tegen het enorme werk. En als ik het klaar krijg, hoe vind ik dan een weg om het gepubliceerd te krijgen? Hier kunt u in uw eigen tempo aan uw boek werken, bijvoorbeeld elke week een pagina, of elke maand een hoofdstuk. Het wordt meteen op deze site gepubliceerd. De lezers zullen er blij mee zijn.

Werkwijze

U hoeft alleen de tekst met eventuele foto’s of illustraties te sturen naar info@storiesandsecrets.nl. Wij zorgen voor plaatsing.

Wilt u bij uw bijdrage het volgende vermelden:

  • Categorie: levensverhaal, reisverhaal, verhaal uit het dagelijkse leven, of boek.
  • Titel van het verhaal of het boek plus eventueel de inhoud in een paar regels.
  • Indien van toepassing een duidelijke vermelding van paginanummer, hoofdstuk of andere aanduiding van een opvolgend deel van uw bijdrage.
  • Uw naam of eventueel het pseudoniem waaronder uw verhaal geplaatst moet worden.
  • Ook voor uw reacties kunt u het contactformulier gebruiken.

Levensboek Edu van den Berg

Stichting Haagse Levensboeken

Schrijver: Edu van den Berg

Advies en ondersteuning: Rob Stobberingh

                  

 

                              Blijf lachen want na regen komt zonneschijn

 

 Levensboek

van Eduard (Edu) Leopold van den Berg, geboren op 12 oktober 1938 te Meester Cornelis

 (nu Djatinegara), Jawa Barat, Indonesië.

 

Voorwoord

Ik heb deze verhalen opgeschreven, zoals ik het mij kan herinneren. Het kan zijn dat ik het daarbij heb ‘van horen zeggen’, vooral denk ik, van mijn moeder en mijn tante Alma. Het kan ook zijn dat ik  sommige gedeelten in de loop der jaren wat heb aangedikt. In ieder geval is het mijn verhaal.

Ik schrijf dit levensverhaal vooral voor mijn zoon Marc en naar ik vurig hoop ook voor zijn nageslacht, mijn kleinkinderen. Maar toch ook voor mijn nog overgebleven zusjes Winny, Hanny en Sylvia en hun nageslacht.

Ik ben veel dank verschuldigd aan Rob Stobberingh van de Stichting Haagse Levensboeken. Hij heeft mij geholpen met de opzet en uitwerking van dit levensboek.

Mijn verhaal begint als ik ongeveer 3 jaar oud ben…

 

Deel 1

De Indische jaren

 

Japanse bezetting (1942-1945) en Bersiaptijd (1945-1950)

Malang. Ik kan me niet veel meer herinneren van Malang. Met uitzondering van de enorme plantage van opa Hans (eigenlijk Heinz) en oma Moes. Mijn nicht Marianne Weevers noemt onze opa Joch, maar deze naam ken ik niet . Dat kan ook eigenlijk niet, want wij  noemden onze opa niet bij zijn voornaam. De plantage was enorm groot. Mijn opa verbouwde/teelde  thee, koffie,  rubber, kina, klapper (kokosnoot), orchideeën en hij had een zoutmijn op Madoera. Van de orchideeën herinner ik mij dat ze achter het huis in enorme hoeveelheden aan lijnen in de buitengalerij waren opgehangen. Ze werden ook naar Nederland uitgevoerd.   Als het hard waaide, mochten we niet buiten spelen. De klappers vlogen je om de oren. Van de jonge klappers (klapah moedah) was het vocht heerlijk. Malang is ook de plaats waar mijn vader en moeder elkaar hebben leren kennen en er ook getrouwd zijn op 6 juni 1929. Mijn broer Paul en mijn zusje Hanny zijn daar ook geboren. Ik herinner mij dat er ook een dierentuin was (nu waarschijnlijk Taman Indonesia). Het was een van de eerste plekken waar sommige apen los rondliepen, zoals in Gibraltar. Je moest verschrikkelijk goed opletten, anders gingen ze er met jouw spullen van door.

Ik kan mij nog heel vaag herinneren dat we een keer naar de Bromo en Semeroe in het Tenggergebergte  gingen. Hoe precies weet ik niet meer. Waarschijnlijk toch op de koedah ketjils (kleine paarden).

 

Papa en Mama trouwen op 6 juni 1929 te Malang. Tante Alma is het bruidsmeisje.

 

Paul, Freddy en Edu

 

Mama, Paul, Freddy, Edu en Winny in Malang

Het is 1942 en we zitten in de trein van Malang via Soerabaja naar Batavia. We, dat zijn, bij mijn weten, mijn ouders, Paul, Freddy, Winny en ik. Mijn moeder was zwanger van Hanny. In Soerabaja kwamen honderden Japanse soldaten de trein in. Tegenover mij zat een soldaat. Hij wenkte mij en ik mocht op zijn schoot komen zitten. Hij vond mijn grote ogen heel mooi, gebaarde hij. Ik mocht zijn enorme geweer vasthouden. Wat was ik trots.

Terug in ons huis aan de Kerkstraat in Meester Cornelis. Eigenlijk ging het leven gewoon door.

De Jappentijd was voor ons eigenlijk niet zo heel erg. Mijn vader was hoofd van gevangeniswezen in Batavia en moest (gedwongen) gewoon doorwerken, anders werd hij met zijn gezin alsnog het kamp ingestuurd.

Mijn moeder, die altijd al heel veel balen stof had ingeslagen, probeerde nu nog snel haar voorraad aan te vullen. Ongeveer een jaar later kwamen de balen stof goed van pas. We verhongerden nog net niet echt, maar er was gebrek aan eten. Mijn moeder verruilde de balen stof voor eten. Waar en hoe weet ik niet meer.

Wat ik mij wel nog heel goed kan herinneren is, dat mijn oren voor het slapen gaan werden vastgeplakt aan mijn hoofd. Mijn moeder hoopte daarmee dat dan mijn oren minder wijd uit gingen staan. Nou, het heeft maar heel weinig geholpen. 

 

       

Paul, Fred, Edu

 

Op een dag hoorden we via via of via de telefoon, dat onze opa was opgepakt door de Jappen.

Later hoorden we dat hij is te werk gesteld aan de aanleg van de spoorlijn in Burma. Ook de man van tante Alma, Lodewijk Schlundt Bodien, werd opgepakt. Hij kwam in Japan terecht en heeft daar de hele oorlogstijd krijgsgevangen gezeten.

Al van het begin hebben de Jappen de Peloppers (Indonesische vrijheidsstrijders) aangemoedigd om tegen het (koloniale) Nederlandse bewind in opstand te komen.

Er is een struik waar ik heel slechte herinneringen aan heb. Het is de Ricinus of wonderboom of Djarak. Ieder huis kreeg  van de Jappen zaden van deze Djarak. Je moest de zaden planten. De struik groeide heel snel tot zo’n 4 meter. De plant heeft prachtige oranjerode bloemen en daarna kwamen de peulen. Het zijn eigenlijk grote zaden. Als de zaden aan de struik hingen , kwamen de Jappen ze ophalen. De zaden werden geperst tot een olie die ze gebruikten voor hun vrachtwagens. De zaden waren heel giftig, dus misschien werden ze ook nog voor iets heel anders gebruikt.

 

Ramboetan. Een heel  lekkere vrucht.                                                                        

                                                       

                 

Ricinus of wonderboom of Djarak                               Bloemen  en  zaden van de Djarak struik

 

 

   

De vrucht die verschrikkelijk stinkt, maar heel erg lekker is: Doerian.

 

 

               

    Wij op een Japanse tank                               Paul, Fred, Edu, Joan, Winny, Hanny

 

Het is augustus  1945 en de Jappen zijn gecapituleerd. Eigenlijk begonnen voor ons nu pas de heel spannende tijden. Het optreden van de Peloppers werd steeds brutaler. Iedere dag kwamen ze met een jeep langsrijden en schoten met een mitrailleur door de ramen. Niet om ons te doden, maar om ons bang te maken. Mijn moeder bleef daar erg laconiek onder. Ze riep dan” kinderen ga liggen” en als ze voorbij waren gingen we gewoon door met spelen. Toch zag je gezinnen één voor één vertrekken. Ze werden opgevangen op het vliegveld Tjililitan. Mijn vader liet zich echter niet intimideren en wij bleven.

Ik weet me de omstandigheden niet meer te herinneren, maar op een dag was ik mee met mijn vader naar de gevangenis. Daar heb ik tot mijn schrik en verbazing gezien hoe drie Japanse officieren werden  neergeschoten door een vuurpeloton.

Op een dag stond onze djongos, bediende, maar ook onze tuinman,  voor mijn moeder. Hij zwaaide wild met zijn golok (een soort kapmes), maar hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om mijn moeder te doden. Hij was in ons huis geboren en altijd goed behandeld. Hij werd ter plekke van achteren neer  geschoten door zijn commandant. Zonder ons ook maar iets aan te doen, vertrokken ze weer, maar namen hem wel mee.

Op een nacht werd er hard op de voordeur gebonsd. Mijn vader deed open met zijn hand op zijn dienstpistool. Het bleek Eddy Alstede, een neef van ons, sergeant in het KNIL,  te zijn. Hij stond voor de deur met zijn peloton en zei: “het is niet langer verantwoord dat jullie blijven, jullie moeten mee”. In het holst van de nacht, de soldaten lagen in stelling voor ons huis, hebben we wat kleren gepakt en zijn naar het vliegveld gebracht. Bij aankomst zei men :“ vrouwen links, mannen rechts”. Dat vond mijn moeder maar niks. Ze schikte zich voor dat moment, maar de volgende dag , al heel vroeg, wist ze Eddy Alstede te vinden en bewoog hem ons terug te brengen naar ons huis. Eddy ging akkoord als we alleen teruggingen om onze spullen te pakken. Mijn vader is toen naar Batavia gereden om een huis te zoeken. Ondertussen lagen de militairen weer in stelling voor ons huis. Uren later kwam mijn vader terug. Hij had een huis gevonden. We hebben onze kleren gepakt en mijn moeder heeft ook nog wat kookspullen gepakt. Alles werd in de truck geladen en we vertrokken naar Batavia. We kwamen terecht in een doodlopende straat, waar op het eind een huis leeg stond. Wat was hier gebeurd, vroegen we ons af.

Het huis stond met nog een paar andere huizen aan de rand van een kampong (dorp, buurt(schap) . Aan de overkant van de rivier de Tjiliwoeng lag het 10e bataljon. Dit was een kamp met Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen. Dit is het verhaal. Zowel de Indonesiërs als de Molukkers deden veel dingen aan/bij de rivier, zoals de was doen, zelf baden, borden afwassen. Waarschijnlijk geen bestek, want veel mensen  eten met hun vingers. Er waren steeds incidenten, men gooide flessen naar de overkant, maar ook vuurwerk, etc.  Het kwam in het begin van de Bersiaptijd vaak voor dat iemand uit het Molukse kamp een betjah nam naar het 10e bat. Als de betjah-man zijn vracht wilde afzetten werd hij door een paar Molukkers staande gehouden. Ze vroegen hem wat hij daar op zijn kraag had gespeld. Hij antwoordde met ‘Merdeka’ (onafhankelijkheid, vrijheid) en stak een gebalde vuist nar voren. Ze gelasten hem het insigne, meestal van blik gemaakt, in te slikken. Natuurlijk weigerde hij het te doen. Ze grepen hem vast en dwongen hem het in te slikken. Zo ging het maar door, tot dat de Molukkers er genoeg van kregen. Ze gooiden flessen gevuld met benzine naar de overkant van de rivier en schoten het in brand. In een mum van tijd stond de hele kampong in lichter laaie. De kampong brandde in zijn geheel af. Alleen de huizen (van steen) stonden nog overeind. In ons huis was in de achtermuur een enorm gat geslagen. Ik denk dat zo de hoofdmannen zijn ontsnapt.

De volgende morgen zagen we met eigen ogen de ravage. Overal lagen verbrande lijken. De elektriciteitspalen waren verkoold en omgevallen. Je zag dat er nog spanning op stond, want af en toe raakten de draden iets anders en knetterde het van je welste. Aangezien wij niets anders hadden meegenomen, zijn wij op zoek gegaan naar bruikbare spullen, zoals ijzeren bedden, kasten, etc. Ja, we moesten toch iets, nietwaar.

De straat waarin we terecht zijn gekomen heette Pedjambon gang 1. Er waren nog twee andere gangen/straten. Deze drie straten lagen achter de Willemskerk, Koningsplein  en treinstation Gambir

En dicht bij het Volksstraat gebouw.

 

 

                                                         

Willemskerk aan het Koningsplein                                                Tjiliwoeng

Langzaam maar zeker hebben mijn ouders het huis verder ingericht. Het was best wel een groot huis met heel veel kamers, en achter het huis een overdekte galerij naar de voorraadkamers en bediendenvertrekken. In het midden van de binnentuin stond een waterput. De mandibak in de badkamer werd met het water uit de put steeds bijgevuld. Via een pantjoran (open bamboewaterpijp) werd het water ook geleid naar een plek, afgeschermd met een van pisangblad gemaakt, houten scherm. Hier baadden/douchten de bedienden.  En natuurlijk heb ik wel eens gegluurd. Rode wangen.

Je kan je het haast niet voorstellen, maar toentertijd waren er geen ijskasten. Elke dag kwam er een man en die droeg op zijn schouder een groot langwerpig blok ijs naar binnen. Deze werd in een speciale bak in een van de voorraadkamers (goedang) gelegd en alvast in kleinere stukken gehakt.

Op een dag stonden onze opa (hij was inmiddels weer vrij) en oma Moes, tante Alma met Joan en tante Inge voor onze neus.  Na terugkomst van mijn opa uit Burma moest hij zijn huis verlaten. Een Indonesische familie had zijn huis ingepikt. De plantage is hem gewoon  afgenomen, hij had dus niets meer. Mijn vader had kunnen regelen  dat ze in het huis naast ons konden gaan wonen. Het was een hoekhuis met iets meer kamers, maar geen bediendenvertrekken.

Naast het huis van opa en oma stond een enorm groot huis, waar 3 gezinnen in woonden. Daarnaast woonde de familie Clignet, Indo’s (Indische-Nederlanders). In de rest van de straat woonden Indonesiërs en mensen van Chinese komaf.  Een van deze gezinnen had twee zonen van de leeftijd van mijn broer Fred en van mijn leeftijd. Als we, in het begin, van school kwamen werden we aan het begin van de straat afgezet (de chauffeur moest kennelijk nog iets anders doen) en moesten we het laatste stukje lopen. Ja, we werden iedere dag met de auto naar school en weer thuis gebracht. Het is ons drie keer overkomen dat we door de broers werden opgewacht en er niet langs mochten. We hebben ons er al vechtend door heen moeten slaan. Meestal wonnen wij, maar de derde keer kwam ik met een bloedneus thuis. Sindsdien zijn we steeds thuis afgezet door de chauffeur. Later zijn we met de broers dikke vriendjes geworden. Toen wij naar Holland vertrokken, huilden  we dikke tranen.

Ik kan mij nog een bijzonder voorval herinneren.  We zaten met z’n allen op de voorgalerij bij opa en oma Moes. Het regende. Plotseling sloeg de bliksem in. Het was een zogenaamde bolbliksem. Een vuurrode bal rolde over de galerij en vernietigde het ijzeren hek. Wij bleven, wonderlijk genoeg, helemaal ongedeerd. Weet je wat we deden als het ging regenen?. Dan trokken we een sportbroek aan en gingen in de regen voetballen. Op blote voeten natuurlijk. Iedereen wilde dan keeper zijn. Je kon dan op de bal duiken in de modder. Er is ook een soort bijgeloof. Als het bliksemde dan riep iedereen: ‘ga weg bij het raam’ en iedereen kuchte hoorbaar. Dit alles om te voorkomen dat de bliksem insloeg.

Iedere zondag moest ik  eerst naar de zondagschool en daarna met mijn ouders naar de Willemskerk.

 Mijn vader was naast hoofd van gevangeniswezen ook hulppredikant. Maar er waren zo weinig predikanten, dat mijn vader wel elke zondag in de kerk stond te preken. Dat was geen lolletje. Hij hield nogal ellenlange preken. Ja, dit heb ik nooit goed begrepen en ook nooit gevraagd. Mijn vader was van Joodse afkomst en toch Nederlands-Hervormd predikant. En nou ik het er toch over heb, mijn vader is geboren in de Soesoehoenan (paleis van de sultan)van Solo (Soerakarta). Het kan niet anders dan dat (een van zijn ) ouders werkzaam was in het paleis van de sultan. Want waarom wordt je anders daar geboren. Ik zal het nooit weten.

Tijdens  de oorlog was er geen school. Mijn ouders hadden een (werkloze) schooljuffrouw ingehuurd om ons les te geven. Soms met een stuk krijt op de vloer werd ons taal, rekenen, Nederlandse geschiedenis en aardrijkskunde bijgebracht. Het werd ons ten strengste verboden om Maleis te leren of te spreken. Natuurlijk hebben we het stiekem toch wel van de baboes geleerd.

Op mijn eerste schooldag in een school in Menteng Ketjil  werd ik getest op de vier vakken. Zo werd bepaald in welke klas je werd geplaatst. Ik werd geplaatst in klas 2 normaal. Mijn broer Fred , 16 maanden ouder dan ik, kwam in klas 3 herstel. In de normaal klas ging je per jaar over, in de herstelklas om het half jaar. Mijn oudste broer Paul, 5 jaar ouder dan ik, ging naar het Cannisiuscollege, een katholieke technische school, ik dacht, in de wijk Manggarai, vlak bij de sluizen. In welke klas hij terecht kwam, weet ik niet meer.

Ik weet nog wel, dat als het regende er geen school was. De klassen stonden dan onder water. Ik heb een keer meegemaakt dat we in de schoolbanken zaten met opgetrokken benen. De klas stond onder water. Wij werden weer naar huis gestuurd.

Er is veel geschreven over de Bersiaptijd. Maar altijd eenzijdig belicht. De Nederlanders waren moordenaars, bruut. Hier twee verhalen die ook de andere kant laten zien. Mijn oom (ik noem geen namen) maakte deel uit van een KNIL-onderdeel. Toen ze thuis kwamen van patrouille, op zoek naar moordende Peloppers en om de orde te herstellen, vond  mijn oom zijn vrouw. Ze was vermoord en zijn dochter verkracht. Het peloton is naar de dessa teruggegaan en ze hebben daar iedereen  doodgeschoten.  Let wel, ik heb dit verhaal van mijn oom gehoord. Toen mijn oom uiteindelijk naar Nederland vluchtte, stond er een losprijs op zijn hoofd.

Op een dag kwam er een begrafenisstoet, met huilende Indonesiërs, voorbij onze school.  Aan de overkant van de weg liepen Ambonese KNIL-militairen. Ze hielden de stoet staande en gaven bevel om de kist te openen. Enorm gekrijs en gehuil. Uiteindelijk hebben ze de kist open gemaakt. En wat dacht je? In de kist waren een nog levende Hollandse man en vrouw gepropt. De militairen hebben de hele stoet voor onze ogen neergeschoten.

We gingen elk weekend naar de bergen. Mijn ouders hadden daar een huis. De chauffeur reed de sedan en mijn vader de jeep. Het was altijd druk op de weg. Niet alleen vanwege de vele vrachtwagens, maar ook doordat vele families in het weekend naar de bergen trokken. Het huis stond in een dorp voorbij Buitenzorg. Ik weet het niet meer zeker, maar het dorp heette, dacht ik, Tjiantjoer of Tjipanas. In de buurt van het dorp waren heet water bronnen. Daar zijn we vaak geweest en natuurlijk ook in de plantentuin in Buitenzorg.

 

Deel 2

Naar Nederland

 

Het is rond 1950. De druk op mijn vader werd steeds groter om Warda Negara (Indonesisch  staatsburger) te worden. Bij de Soevereiniteitsoverdracht  op 27 december 1949 werden alle Inheemse en vreemde onderdanen zonder de Nederlandse Nationaliteit automatisch Indonesisch staatsburger. Nederlanders kregen 2 jaar het recht om voor Indonesië te opteren. Als ze dat niet deden, moesten ze zo snel mogelijk vertrekken. Maar mijn vader lieten ze niet gaan. Hij zei ze dat hij nog recht had op verlof. Ze gaven hem toestemming om een maand naar Nederland met verlof te gaan. We hebben dus net gedaan of we met vakantie gingen. We gingen ook niet aan boord van een Nederlands schip , zoals de Oranje,  Waterman, Willem Ruys, Zuiderkruis, maar een Engels schip Cameronia uit Glagow. Dit schip had andere havens die werden aangedaan dan de Nederlandse schepen dat deden en het deed over de reis ook langer, namelijk  27 dagen.

 

                                           Cameronia

Ik kan mij nog de  eerste keer herinneren dat we naar de eetzaal gingen voor het avondeten. De deuren waren nog dicht, maar je kon door de glazen deuren  de tafels zien. En wat zag ik daar op de tafels : iets dof glimmend rood. Toen de deuren open gingen stormden we naar onze tafel. Dat rode dof glimmende ding bleek een appel te zijn. Ik had nog nooit een appel gezien. Ik pakte de appel op en at het niet op, maar poetste het nog eens op en bewaarde het.

We voeren via Colombo, naar eerst Suez, door het Suezkanaal naar Port-Said. In Port-Said gingen de volwassenen van boord (mijn oudste broer Paul mocht ook mee) om de Piramides te bekijken. Ik was hartstikke jaloers. Ik heb toen iets onaardigs gedaan. Toen was het leuk, maar als ik er nu op terugkijk?. In de haven van Port-Said kwamen allerlei bootjes aanvaren en gooiden een touw naar boven en gebaarden om het vast te maken. Ze verkochten allerlei waar, kleren, sjaals, hoeden, etc. Volgens mij komt hier het gezegde vandaan: ‘kijken, kijken, maar niet kopen’. Ook waren er jongens die jou vroegen om een muntstuk in het water te gooien en als je dat deed dan doken zij het op. Toen de boot weer vertrok, vroegen de mannen in de bootjes om de touwen los te maken. Ik stond er bij, maar maakte het touw niet los. Het schip begon te varen. De man in de boot schreeuwde moord en brand. Uiteindelijk heb ik toch maar het touw losgemaakt. Rotstreek natuurlijk. Van Port-Said voeren we tussen Italië en Sicilië door naar Marseille. Hier kon je van boord om verder met de trein naar Nederland te gaan. Wij gingen niet van boord.  Bij Gibraltar ging het schip voor anker. Vanuit Gibraltar werden saluutschoten gelost en wij voeren weer verder.

In de Golf van Biskaje waren hoge zeeën en heel veel mensen werden zeeziek. Niemand van ons geloof ik. Ons, dat waren mijn ouders, Paul, Fred, Winny, Hanny, Sylvia, Jane, Rosemarie en ik.

Via Southhampton kwamen we bij IJmuiden en door het Noordzee  Kanaal  in Amsterdam. We reisden met de trein naar Den Haag en van station Hollands Spoor  met taxi’s naar een pension in Scheveningen op het Seinpostduin. Een paar dagen later werden we overgebracht naar een huis op de Rijswijkseweg 226, boven de slagerswinkel  van Beugelsdijk. We hebben ongeveer een week samen in dat huis gewoond met een Nederlandse familie. Zij stonden op het punt om naar Australië te emigreren. We hebben hier tot 1952 gewoond. Tot mijn stomme verbazing mocht ik niet naar de HBS, maar moest ik eerst een jaar terug naar de 6e klas van de lagere school. En waarom? Mijn kennis van Nederland op aardrijkskundig gebied was onvoldoende. Zo kon ik het spoorlijntje in Groningen niet uit mijn hoofd opzeggen. Hoogezand, Sappemeer…. Ik zei : jullie weten toch ook niet de namen van de stations tussen Batavia en Djokjakarta. Het hielp niets. Ik moest terug naar de lagere school.

 

                                                     

                                                                            Papa, Sylvia, Jane, Rose-Marie, Hanny, Winny             

                                                        

                                                                                               Edu, Winny, Hanny, Sylvia

Mijn moeder had voor onze  aankomst in Nederland nog nooit gekookt. In Indonesië had je daar kokkies voor. Op de Huishoudschool op de Laan van Meerdervoort heeft ze het koken geleerd. En later van Indische dames het Indisch koken.

Assimilatie (1951-1960) en Settlen (1961-1970)

In 1951 ging ik naar het Christelijk Lyceum Zandvliet aan de Bezuidenhoutseweg 40. Ik bleef in de eerste klas van de HBS-afdeling zitten. Er was ook een afdeling Gymnasium. In de tweede of derde klas moest je kiezen voor HBS-A of - B. Ik koos B, want ik wilde naar de Tropische Landbouw Hogeschool in Deventer. Ik wilde namelijk, net als mijn opa, planter worden. Emigreren naar Brazilië en daar rijst gaan verbouwen. Had ik dit maar niet gedaan. Ik bleef zitten in klas 4 en 5 en zakte dus 2 maal voor mijn eindexamen. En steeds op dezelfde vakken, mechanica en wiskunde 2 (stereometrie en BM (beschrijvende Meetkunde). Later bleek bij een beroepskeuze test dat ik, bij wijze van spreken, het examen voor HBS-A  ‘met ogen dicht’ had gehaald. Ik was namelijk best wel goed met de talen. Ik had daar wel aanleg voor en ik denk dat het  ook kwam door de leraren. Mijn leraar Frans in klas 4 en 5 was  de heer Amorison. Wij gingen samen naar het Nederlandse voetbalelftal kijken als ze speelden. Ik zorgde, via mijn club HBS, voor kaartjes en hij reed ons er naar toe. De lerares Engels was een Amerikaanse, die er nogal onorthodoxe manieren van lesgeven op na hield. Ze leerde ons een ‘scrapbook’ maken  en ze zat met een potlood in jouw mond om de plek aan te wijzen waar je jouw tong moest houden als je bijvoorbeeld de ‘th ’moest uitspreken.

 

Christelijk Lyceum Zandvliet, Bezuidenhoutseweg 40 Den Haag

Ook de gymzaal van de school was anders dan bij andere scholen. Er stond namelijk niets in, behalve haken voor een volleybalnet. Wij hadden namelijk ritmische gymnastiek. De gymleraar van As speelde op de piano en een andere man (vaak zijn zoon) speelde op de bongo. Op de muziek liepen we dan met 4 à 5 man achter elkaar. We droegen een paal, van links naar rechts door de zaal.  Je liep dan met het linkerbeen steeds over en voor het rechterbeen langs en dan afwisselend het linkerbeen  achterlangs het rechterbeen en dat ook nog in een klein drafje. Daarbij gaf je de paal van de linkerhand over naar de rechterhand en weer terug,  en dan ook nog allemaal tegelijk. Een paar leerlingen, waaronder ik zelf, konden dat zo goed. Alles in de maat en precies gelijk bewegend en de paal precies gelijk overgevend, dat we door andere scholen werden uitgenodigd om een demonstratie te geven. Een keer hebben we dat gedaan in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag. Volleybal was de enige andere sport dat we regelmatig beoefenden. Daardoor waren we zo goed dat we, ik maakte twee keer deel uit van dit team,  tijdens het jaarlijkse schoolvolleybaltoernooi bijna altijd eerste werden. Soms won onze zusterschool ‘De Populier’ het toernooi. Heel soms hadden we gym buiten en dan werd er altijd gevoetbald.

Ik was geen lieverdje op school. Eigenlijk zat ik op de verkeerde school. Zowel de rector als de conrector waren, net als mijn vader in Indonesië, voorganger/dominee. Ik heb heel vaak straf gehad. Als er pauze op school was, moesten we een verplichte wandeling door het Haagse bos maken. We mochten in ieder geval niet de Bezuidenhoutseweg oversteken. Maar aan de overkant, in een zijstraat, was een bakkerij en die verkocht puddingbroodjes voor 10 cent. Ik was er gek op. Als je werd gesnapt, en dat gebeurde wel eens, dan werd je een dag van school gestuurd.

Tegenover de ‘Grote Kerk’ in Den Haag stond een nachtclub. De ruimte erboven kon je huren voor bruiloften en partijen. De twee gelegenheden hadden niets met elkaar te maken.  Ik had altijd geldgebrek en zag in het volgende om aan extra geld te komen. Ik organiseerde in de ruimte boven de nachtclub op zaterdagavond dansfeesten. De toegang was  2,50 gulden. Ik draaide dan LP’s  en men kon er dansen. Dit ging een hele tijd goed. Op een keer zijn enkele ouders er toch achter gekomen waar hun kinderen op zaterdagavond naar toe gingen.  Want op een maandagmorgen kwam de rector de klas binnen en vroeg wie dat goddeloze dansen had georganiseerd. Ik stak mijn vinger op en werd 14 dagen van school gestuurd. Ik denk oprecht dat dit de oorzaak is geweest dat ik tot twee keer toe ben gezakt voor mijn (6 ipv een 5) ik gewoon geslaagd was. De leraar mechanica was tevens conrector en dominee eindexamen. Want als ik 1 puntje hoger had gescoord bij mechanica (5 ipv een 4) en bij wiskunde twee. Dit had grote gevolgen voor later. Maar daarover verderop meer.

Even terug naar 1951. Op een dag liep ik met een vriendje richting het centrum. Aan de overkant van de weg liep een jongen van ongeveer mijn leeftijd maar wel een kop groter. Hij riep:”Hé, blauwe, rot op naar je eigen land”. Ik bedacht mij geen moment en liep naar de overkant en vroeg hem het nog een keer te zeggen. Hij deed dat en  het volgende moment lag hij door een gerichte kaakslag op de grond. Ik weet niet wat mij bezielde, maar op zo’n moment verlies ik alle controle en voorzichtigheid uit het oog. In Indië hadden we daar een woord voor: matah gelap( door razernij verblind). In 1952 maakte ik het volgende mee. We woonden toen al in de Van Merlenstraat 84. Dit huis, dat later door mijn ouders was gekocht, had heel veel kamers. Op een morgen stond ik op het achterbalkon, twee hoog. Ik zag in de lucht een vlieger. Hé, dat heb ik ook. Snel liet ik mijn vlieger op. Toen de vlieger genoeg hoogte had gekregen ging ik in de aanval. Wat een stommeling. Hij ontweek niet eens mijn vlieger. En met het grootste gemak haalde ik zijn vlieger neer. Wist ik veel, dat je in Holland niet aan vechtvliegeren deed. Hier liet je een vlieger op voor de show. De volgend dag stond een agent van politie voor de deur. Mijn vader heeft mij hiervoor straf gegeven.

Vechtvliegeren doe je met glastouw of glasdraad. Iedereen had zijn eigen geheime recept om dit glastouw te maken. In een oelekan (vijzel) stampte je lampenglas zo fijn mogelijk. Dan deed je in een blikje ‘kah’ voor een vloeibaar plakmiddel en met een beetje water kookte je dat. Als het was afgekoeld, stopte je daarin het fijngestampte glas en nog wat geheime ingrediënten. Dan zocht je twee bomen of palen die ongeveer 10 meter uit elkaar stonden. Dan stopte je 2 klossen garen nr. 30 of 40 van elk 500 yard in het blikje. Het begin van het draad maakte je aan een boom of paal vast. Je liep dan achteruitlopend met het blikje met het mengsel in de hand. Het draad tussen duim en wijsvinger liet je afrollen van de ene boom of paal naar de andere boom of paal. Als het touw droog was, wond je het  op een grote ronde blik. De binnenkant van het blik had je al van te voren voorzien van een houten handvat. De Van Merlenstraat komt uit op het Koningsplein. Daar stond een boompje met een gevorkte tak. Ik ben in de boom  geklommen en heb de tak eruit gesneden. Het was precies goed om er een katapult van te maken. En ja, je raad het al, de volgende dag een agent aan de deur. Dit keer  kreeg ik wel een bekeuring.

 

        

Het is 1953 als we het bericht kregen dat opa Hans was overleden.

 

Later dat jaar komen tante Inge met oom Herman, tante Alma en weer later oma Moes naar Holland. Ze hebben allemaal een tijdje bij ons thuis gewoond.

 

                                             

                                                                                                                         Familie van den Berg

Het hoorde bij jouw opvoeding dat je naar dansles ging. Ik heb les gehad bij dansschool Ruby Dorani. Het  pand met een groot bordes stond op een hoek tegenover het Gemeentemuseum. Toen ik tweedejaars was, vroeg mevrouw Dorani mij of ik samen met haar les wilde geven aan Delftse studenten.  Ik was zeer vereerd temeer omdat ik er voor betaald kreeg. Onder de studenten waren een paar die absoluut geen ritmegevoel hadden. Ik verdiende nog wat bij door ze bij mij thuis extra les te geven. Ik draaide een plaatje en vroeg hen om met de vingers het ritme mee te tikken. Zo hebben ze toch nog wat plezier beleeft aan hun danslessen.

Wat wel grappig was dat we de jive werden geleerd. Maar deze ‘salonjive’ was wel behoorlijk anders dan de jive die we ‘op straat’, op feestjes hadden geleerd.

Ik zat, denk ik, in de eerste of tweede klas van de HBS toen er op school mensen van de atletiek club V en L, aan de Laan van Poot, langs kwamen om ons over te halen om op atletiek te gaan. Ik had wel belangstelling. Op de sintelbaan mocht je allerlei sporten uitproberen.  Al heel snel werd mij verteld dat ik absoluut aanleg  had voor de 100 en 200 meter sprint en verspringen. Ik ben toen lid geworden. Ik weet nog goed hoe mijn eerste 100 meter sprint verliep. Ik had geoefend op gewone sportschoenen. Nu had ik spikes aan. Ik sprintte weg en lag gelijk op de grond. Mijn benen konden de snelheid waarmee ik vertrok niet bij houden. Op een dag waren er wedstrijden door de Gemeente Den Haag georganiseerd. Ik heb mee gedaan. Ik werd jeugdkampioen van Den Haag op de 100 meter ( ik liep 11.2) en bij het verspringen (7,20m). De club was enthousiast. Helaas was de vreugde van korte duur. Want al mijn vriendjes gingen voetballen bij HBS. Ik dus ook. Maar je kwam er niet zo maar in. Je moest 6 mensen kennen, die jou voordroegen en dan kwam je voor een ballotagecommissie. Ik mocht lid worden en kwam in het tweede juniorenelftal. Omdat ik hard kon lopen werd ik links of rechtsbuiten; ik was tweebenig.

In de zomervakantie moest je verplicht mee op zomerkamp in Lunteren. Daar heb ik geleerd cricket te spelen; ook verplicht. 

 Het jaar erop ga je automatisch naar het eerste juniorenelftal. Op dat moment kreeg HBS als eerste club in Nederland een professionele trainer Max Merkel. Max was de linksback van het Oostenrijkse    ‘Wunderteam’. Zij waren er als eerste team  in geslaagd om Engeland thuis op Wembley te verslaan. Max trainde het eerste senioren- en het eerste juniorenelftal.  In ons elftal zaten een paar heel goede voetballers. We speelden in een M-formatie in de voorhoede. Absoluut nog onbekend in Nederland.  Dit hield in 2 teruggetrokken buitenspelers, die ook bij een tegenaanval de buitenmannen van de tegenpartij moesten afdekken. Twee midvoors en een teruggetrokken speler op het middenveld. Van de backs werd verwacht dat ze mee in de aanval gingen, de slingerbacks. Tegen het bestuur zei Max dat ik links- of rechtsback ging spelen. Het werd vaak rechtsback. Hij zei dat ze mij wel twee of drie keer moesten passeren in het veld, omdat ik zo snel was. Met ons systeem waren we veel te sterk voor onze tegenstanders. Ze wisten echt geen raad met ons systeem van spelen.  Vaak stonden we bij de rust al met 4 of 5-0 voor. Op een zaterdag moesten we uit spelen tegen ADO, dat tot op dat moment superieur was, ook mede door her nogal harde spel van ze. Wij bestonden het om dus voor het eerst in de ADO geschiedenis van ze met 2-1 te winnen. Zowel de scheidsrechter als wij moesten door de politie worden ontzet.  Dus ook de aanhang was fanatiek en bedreigde ons.

Max was zo duur dat hij tegelijkertijd ook trainer van het Nederlandse elftal was. Ons elftal zat, als Nederland speelde, op de eretribune de wedstrijd te volgen. Max had ook aparte trainingsmethoden. Zo oefenden wij penaltyschieten niet met schoten op het doel, maar je moest de doellat raken, liefst nog op de kruising. Want als je dat goed kon, kon je ook op het doel raak schieten. Als je ook  maar een minuut te laat op de training kwam, dan moest je 2 extra rondjes lopen met de ‘mdicinbal’. En ik kan je vertellen dat is behoorlijk zwaar. Met Kerstmis stond ons eerste seniorenelftal er belabberd voor. Ons hele elftal werd met Kerst in het derde senioren geplaatst. Er werden een paar oude rotten bij ons in het elftal gezet . Zo gingen wij de rest van de competitie in. De eerste wedstrijd kregen we met 4-0 op ons donder. Het tempo was tot onze schrik beduidend hoger en het spel was ook veel harder. Eenmaal gewend, was het weer raak. Iedere wedstrijd wonnen we met overmacht. Het eerste degradeerde net niet dat seizoen. Het daarop volgende seizoen werden wij bij toerbeurt in het eerste  getest. Als je voldeed kreeg  je een basisplaats. Ik heb daar niet erg lang van kunnen profiteren, want kort daarna moest ik in militaire dienst. Het profvoetbal had inmiddels zijn intrede gedaan in Nederland. Het waren semiprofs, want echt ervan leven kon toen niet. Heel gek was dat. We speelden met het eerste tegen PSV uit en wonnen daar met 5-2. De volgende dag waren zij prof, maar wij bleven amateur. Tijdens mijn diensttijd, ik kon geen twee keer per week naar Den Haag komen om te trainen, heb ik getraind bij HVC in Amersfoort. Mijn oom Ludie van den Berg was voorzitter van die club. Op een dag werd mij een contract aangeboden. Mijn vader verbood mij om te tekenen. Dat heb ik dus ook niet gedaan. Toen HBS erachter kwam dat ik bij een profclub trainde, werd ik voor straf in het tweede gezet. Ik heb dat niet gepikt en ben bij HBS weggegaan. Bovendien ging ik dat jaar naar de Hogere Hotelschool en kon dan helemaal niet meer trainen of een wedstrijd spelen.

Zoals gezegd had ik een paar vrienden, die gingen voetballen. Dat waren Harry Berhitoe, Piet Versteegh, Bart de Vries (neven van elkaar), Reinoud Simon en Tjebbe den Hoed. We kwamen bij elkaar thuis en op verjaardagen, eigenlijk meer dansfeesten. Op zaterdagavond gingen we af en toe naar een dancing. Zo gingen we een keer naar ‘Allemansgeest’ in Voorschoten, toen nog een dancing aan de Vliet. We gingen met de blauwe tram. Toen we naar huis gingen, was het zo laat dat de tram niet meer reed. We zijn toen maar naar huis gaan lopen. Halverwege konden de meisjes niet meer. Ik heb toen Laura Weber (mijn toenmalig vriendinnetje) op de rug gedragen. We waren bekaf. En niemand was op het idee gekomen om een taxi te bestellen. Natuurlijk ook omdat niemand van ons genoeg geld bij zich had.

 

Zo maar een feestje

 

Het is, denk ik, 1954. Ik ben heel even lid geweest van een heuse bende. We reden rond op onze opgefokte Puch-brommers. De Hollandse meisjes vonden ons geweldig. Tot grote woede van de Hollandse jongens. En dan gebeurde het weleens dat een Indische jongen  bij ons thuis langs kwam met de mededeling: half vijf op de boulevard. Wat betekende dit? Je moest om half vijf op de boulevard bij de fotoschiettent zijn. Daar trof je andere Indo’s aan. We gingen dan met enige honderden op de vuist met Hollandse jongens. Maar als dan de politie kwam, gingen we met zijn allen tegen de politie te keer. Vaak wist je niet eens wat de aanleiding voor de massale vechtpartij was. Je ging gewoon om de ‘eer te redden’.

Kortom het viel niet mee om je aan de Hollandse zeden en gewoonten aan te passen. Een ding hebben we heel goed gedaan. We hebben altijd geprobeerd goed Nederlands te spreken en te schrijven. Het was ons in Indië  zelfs ten strengste  verboden om Maleis te spreken. Het was immers de taal van jouw bedienden. We hebben het toch van de baboes geleerd.

We hadden in de van Merlenstraat geen badkamer. Je waste je aan de wastafel en een keer per week ging je naar het badhuis in het zwembad De  Regentesse  in de Weimarstraat. 

Het Christelijk Lyceum  Zandvliet had ook geweldig lange zomervakanties. Zo van 28 mei tot 4 of 5 of 6 september. Mijn ouders gingen elke zomer met alle kinderen naar Calella, later Denia in Spanje.

       

     

 

 

 

 

 

 

Deel 3

Late tienerjaren, militaire dienst en naar de Hotelschool

 

Het is 1956 en ik zei tegen mijn ouders dat ik niet meer mee ging. Wat ga je dan doen, vroeg mijn moeder. En hoe doe je dat dan met het eten. Ik zei dat ik het nog niet wist en ‘maak je maar om mij geen zorgen, ik zorg wel voor mijzelf’. Een vriend van mij was in Zweden geweest en zei mij daar naar toe te gaan. ‘Die meisjes daar zijn harstikke makkelijk, ze gaan zo met je naar bed’. Nou daar had ik wel oren naar en ook omdat je daar met vakantiewerk heel veel meer dan hier in Holland kon verdienen. Ter vergelijking: voor bollen pellen of aardbeien plukken, etc. verdiende je zo’n 2,50 gulden per uur. In Zweden verdiende je ongeveer 10 tot 15 kronen ( 1kroon was toen = 8 gulden). Mijn ouders vertrokken naar Spanje en ik naar Rotterdam. Ik had namelijk gehoord dat vanuit de groenteveiling in Rotterdam- Noord  iedere morgen vroeg  vrachtwagens naar Zweden vertrokken. Ik ben de vrachtwagens langs gelopen met de vraag of ze ook naar Zweden gingen. Een van hen zei dat ik mee mocht.  Bij vertrek ging een van de twee chauffeurs direct slapen. De bedoeling was dan dat ik de chauffeur wakker hield. Daarvoor kon ik gratis mee, betaalden ze de overtocht van Grossenbrode (Duitsland) naar Gedser in Denemarken en van Helsingör naar Helsingborg in Zweden. Heel vroeg in de morgen stond ik langs de weg te liften naar Malmö. Een jongen kwam naar mij toe en vroeg:

“Hollander?”. Ja, zei ik. “Waar ga je naar toe”. Naar Malmö. “Ga mee naar Stockholm” zei hij. Stockholm ligt zo’n 600 km verder naar het noorden. Ik ging mee naar Stockholm. Al heel snel kregen we een lift. Na een paar uur rijden werden we ergens onderweg, in midden  Zweden, afgezet. Vlak daarop stopte  een auto en de man zei dat hij slechts een van ons kon meenemen. Voor ik het wist was hij ingestapt en weg waren ze. Daar stond ik dan moederziel alleen.

Ik was wel 17, maar wist eigenlijk van toeten noch blazen. Ik had nog nooit een meisje gekust. Ik herinner me nog dat Irma, een buurmeisje, tegen mij zei: ”Wat, heb jij nog nooit een meisje gezoend?”. Nou ze heeft mij dat wel even geleerd.

Tot overmaat van ramp begon het te regenen. Ik ben tegen een boom aangekropen. De volgende morgen lag ik in het gras. De zon scheen en het was lekker warm. Ik was dus kennelijk staand in slaap gevallen. Ik kreeg een lift en die dag kwam ik in Stockholm aan. Al vragend kwam ik erachter dat er een school was waar je kon overnachten. Ik heb toen voor 3 dagen betaald, want meer geld had ik niet bij me. Toen op zoek naar werk. Hotel in hotel uit, niemand had werk voor mij. Na drie dagen was mijn geld op en heb ik noodgedwongen onder een brug geslapen. Gelukkig kwam ik in Tetly, een theetent waar veel buitenlanders naar toe gingen, een jongen, Karl tegen. Karl was een Oostenrijker uit Graz. Hij had gehoord, dat je naar het politiebureau moest gaan om een stempel in jouw paspoort te krijgen. Op dit stempel stond vermeld welke baantjes je als buitenlandse student mocht hebben zonder daarover belasting te hoeven betalen. Zweden had met Nederland, Oostenrijk en Amerika  een overeenkomst dat de studenten over en weer belastingvrij vakantiewerk mochten verrichten. Gezien het tijdstip van het jaar, het was al 5 juni, was het ook verstandig om naar een arbeidsbureau te gaan. Het kantoor ging om 8.00 uur open. We besloten om de avond van te voren al om 12 uur ’s nachts voor de deur te gaan posten. Om een uur of half acht kwamen nog anderen naar het arbeidsbureau. Er werd keurig afgeteld  zo van Karl is no 1, Edu no 2, enz. Om acht uur ging de deur open en weg alle beleefdheid. Ieder voor zich. Wij kwamen als laatsten binnen. Gelukkig kregen we allebei toch nog een afwasbaantje. De mijne was een luizenbaantje. Het was een restaurant waar kantoormensen de lunch gebruikten. Ik moest de tafels dekken, afruimen en met de hand afwassen. Dan kreeg ik zelf eten en was het werk gedaan. Ik kreeg 10 kronen per uur. Karl en ik hebben daarna de rest van ons verblijf in de school geslapen.

De Zweedse meisjes waren in deze periode bezig te bewijzen dat ze al heel sterk geëmancipeerd waren. Op een dag liep ik op straat en dacht : word ik nou gevolgd?. Ik bleef stil staan bij een winkelruit en ja hoor, zij stond ook stil. Ik vroeg haar of ze mij volgde en ze zei: “Yes, because I want to ask you if you like to go out with me”. Ik was helemaal verbaasd en knikte ja. We zijn die avond naar Skansen geweest. Skansen is een groot Lunapark met een dierentuin, restaurants, speelplaats voor kinderen, een openluchttheater en een dancing. Dat dansen is ook heel apart. De plek waar gedanst werd, was een grote tent met alleen een dak. Je kon er maar van één kant door een draaihek in en ook weer uit komen. Er speelde een orkest. De meisjes stonden voor de tent te wachten tot ze gevraagd werden. Ze weigerden nooit. De jongens kochten aan een loket een kaartje en daarmee kon je door het draaihek naar binnen. Het orkest speelde 3 nummers. Dan gingen de hekken weer open en moest je naar buiten. Met een nieuw kaartje kon je dan weer naar binnen. De meisjes dansten heel close tegen jou aan, met hun wang tegen de jouwe. Dit betekende soms helemaal niets, zo dansten ze daar. Overigens, in de zomer gebeurde alles buiten. Er waren ontzettend veel openluchtrestaurants en de kantoormensen gingen voor hun lunch naar de parken, waar je gratis een lunchconcert  kon bijwonen. Zo heb ik een keer ABBA zien optreden. Ze waren toen nog niet zo bekend.

 

Ik ben in 1956, 1958, 1959 en 1961 in Zweden  geweest. Omdat ik van te voren wist wat ik ongeveer in 2 maanden kon verdienen, ben ik vanaf 1958 steeds met de trein naar Zweden gegaan. In 1958 werd je al bij de grens van Duitsland met Denemarken door de politie gecontroleerd. Ze vroegen waar je naar toe ging en hoeveel geld je bij je had. Als je in hun ogen te weinig geld bij je had, mocht je niet meer verder reizen en werd je teruggestuurd. Want wat was het geval. Het verhaal van de ‘losse’ Zweedse meisjes ging heel Europa en Zuid-Amerika door. Italianen, Spanjaarden, Brazilianen en nog wat ‘donker gekleurde,  jongens, maar ook  Nederlandse en Oostenrijkse jongens kwamen massaal naar Zweden. Heel wat meisjes werden ongewild zwanger. Nu was het in Zweden zo, dat als een meisje zwanger werd, ze door de Staat in haar levensonderhoud werd voorzien.

 

      Stockholm  1956, Eva en ik op Skansen, Stockholm

 

Het werd de Staat dan ook te gortig en ze heeft toen samen met Denemarken de strenge grenscontrole ingevoerd. Met uitzondering van de Nederlandse, Oostenrijkse en Amerikaanse jongens werden de anderen min of meer geweerd. Bij het naar werk zoeken zei ik dan ook meteen dat ik uit Holland kwam. Dan was alles in orde. Ik heb in die jaren behoorlijk Zweeds leren spreken (niet schrijven, want dat is heel andere koek), en ook verschillende baantjes gehad. Zo was ik gids voor buitenlanders (in het Engels, Frans en Duits) in het grootste warenhuis van Stockholm: de NK in Kungsgatan (koningsstraat), tuinman in het Koninklijk Paleis, bordenwasser en als laatste kelner (1959 en 1961). Ik denk, dat ik toen dacht, dat de Horeca wel wat voor mij was. Daarover later.

Op een dag had ik een gezwollen keel. Ik ben toen naar het ziekenhuis gegaan. En dit gebeurde er. Bij de balie van het ziekenhuis werd ik opgevangen door een Zweeds meisje, ze zei: “I’m your guide for today”. Ze is de hele tijd bij mij gebleven en vertaalde of verduidelijkte het voor mij als ik het niet had begrepen. Deze meisjes doen het om hun talen te verbeteren  en als buitenlander ben je enorm geholpen.

Karl, de Oostenrijker, en ik hebben vanaf 1958, steeds een appartement gehuurd. Veel Stockholmers gaan voor de zomer naar Värmland, midden Zweden, ten westen van Stockholm, naar Italië of Spanje en bieden hun huis te huur aan. In 1958 of 1959 is mijn broer Paul naar mij toegekomen en heeft hij 14 dagen bij mij gelogeerd. Via mij heeft hij Eleonore leren kennen. Hij is zelfs een tijdje met haar verloofd geweest. Uiteindelijk is het niets geworden.  

Toen ik in 1958 met de trein naar huis ging, heb ik de hele reis moeten staan. Er waren in de gang wel klapstoeltjes, maar er moesten steeds mensen langs. Het was zo druk in de trein omdat de trein bijna volledig bezet werd door atleten die aan de Europese Atletiek Kampioenschappen 1958 hadden deelgenomen. Wat een reis was dat. Meer dan 20 uur gestaan.

 

In 1957 was ik niet naar Zweden geweest, omdat  ik met 5 vrienden van de HBS een fietsvakantie heb gehouden. We zijn via Brussel  naar Parijs gereden. Van Parijs langs de Marne naar Luxemburg en langs de Moezel naar Koblenz en vandaar langs de Rijn naar huis. Een tocht van ruim 2000 km in 5 weken tijd. Bij Dordrecht wilde ik al naar huis. Ik was niet gewend om zo lang op de fiets te zitten. Mijn billen deden verschrikkelijk pijn. Toch doorgezet en na een week waren we in Parijs. We sliepen op de camping in het Bois de Boulogne. Mijn fiets was een fiets met 3 versnellingen. Achterop de fiets over de bagagedrager een fietstas. De tas was zo vol, dat je bij het afstappen  gewoon heel stoer weg kon lopen. De fiets klapte achterover, maar door de tassen bleef hij, net een steigerend paard, recht overeind staan. Ik werd er op den duur heel bedreven in. Onderweg tot twee keer toe een lekke band gehad. In Noord-Frankrijk zijn de heuvels, meer zijn het niet, zo steil dat ik/we genoodzaakt was/waren om af te stappen. We hadden zo verschrikkelijk veel moeite om in het zadel te blijven zitten, meestal stonden we op de pedalen. Het ging zo langzaam dat we door een boer, die daar liep, werden ingehaald. Maar we werden ook door de boeren langs de weg luid toegejuicht. Holland had in dat jaar heel goed gepresteerd in de Tour de France met een Wim van Est, Wout Wagtmans en anderen. Met ontbloot bovenlijf, bruin verbrand, Nederlands vlaggetje op het stuur reden we daar stoer rond. In Parijs zijn we naar de Moulin Rouge geweest. Rooie oortjes. Vrouwen met blote borsten die de cancan dansten. In Koblenz zijn we letterlijk weggeregend. Onze tent werd door de wind omver geblazen. Gelukkig was het daarna mooi weer en konden we alles drogen. Op de camping was ook een groep meisjes en een jongen. Het bleken kinderen uit een gezin te zijn. Ze woonden in de buurt van Kerkrade op een boerderij. Ze nodigden ons uit om bij hun te komen kamperen. We zijn ze gevolgd en zijn daar nog zo’n 5 dagen gebleven. Het waren heel gezellige dagen. We hadden daarna echter geen zin in meer om nog verder te fietsen. We hebben de fietsen op de trein gezet en zijn zo weer thuis gekomen.

Wij hebben heel wat feestjes gehad in de van Merlenstraat. Iedere gelegenheid werd aangegrepen om een feestje te geven. En Indische mensen zijn zeer gastvrij. Ook in onze familie was het altijd een zoete inval. Vooral op zondag. Je nam jouw vriendjes mee. En met acht kinderen en de vele  ooms en  tantes, ook Indische ooms en tantes, was het altijd druk. Indische ooms en tantes betekende dat het bijna altijd ging om mensen die je oom of tante noemde, maar in werkelijkheid geen familie van jou waren. Niet zelden zaten bij het avondeten  zo’n 30 mensen te eten. Daar kwam nog bij dat er vaak op zaterdag bij ons thuis werd gebridged. En vaak ging dat de hele nacht door tot de volgende middag en ook zij bleven dan eerst nog een hapje eten. Mijn moeder kookte heel vaak een ‘rijsttafel’, nasi  of bami met wat vlezen  en groentegerechten. Maar naarmate de avond vorderde, zaten de mensen, die dan binnenkwamen aan de nasi goreng.  Mijn moeder heeft wat afgekookt in die tijd.

Ze kon op een gegeven moment zo goed koken dat ze nog een tijdje zelfs chefkok is geweest in restaurant Splendid in Scheveningen.  Maar toen oma Moes naar Nederland kwam, bleek dat zij wel heel goed kon koken. Maar ze kookte alleen voor de liefhebbers. Haar eten was namelijk heel erg heet. Haar roots lagen immers in Padang. In Padang en omstreken werd/wordt, volgens mij , het heetste eten van Indonesië klaar gemaakt. Bijna niemand kon het eten opeten zonder te tranen en te hijgen.

Ik had daar helemaal geen last van. Ik was trouwens in die tijd een geweldig grote eter. Mijn moeder had speciaal voor mij een groot bord, zo’n onderzetbord, gekocht. En vaak nam ik dan ook nog een tweede portie. Mijn broer Fred had bij het eten een niet zo leuke gewoonte. Tegen etenstijd riep hij dan “Honger”. Mijn moeder wist dan niet hoe snel ze hem zijn eten moest geven.  Gezien het grote aantal mensen  aten slechts  een man of acht aan tafel. De rest had het bord op schoot. Het was altijd heel druk bij ons thuis, maar wel heel gezellig. En iedereen praatte. Dat is heel wat anders dan nu. Nu hebben we, in ieder geval de jeugd en met hen sommige ouders en sommige oudjes  alleen maar oog voor de Iphone. Ik was twee jaar geleden in een hotel in Malgrat (Spanje).  Ik zat in de hal en  om mij heen een groep Duitse meisjes van 15/16 jaar. Iedereen was druk in de weer met de Iphone. Het meisje naast mij keek op en zag dat ik alleen maar af en toe van mijn Martini on ice zat te drinken. Ik zei” Ja, ik behoor nog tot de sprekende massa, jij niet meer”.  Witheet was ze.  Maar zo is het wel.

 

        

    

 

         

                                                                                                          Allemaal feestjes

 

 

 

 

 

In 1959 moest ik in militaire dienst. Daarvoor was ik in 1957 opgeroepen om gekeurd te worden. Ze hadden mij ingedeeld bij het corps mariniers voor een officiersopleiding (ARO). Ik moest daarvoor naar Het MOC-terrein (notabene) in Voorschoten. Ik heb daar een twee daagse keuring gehad en op het eind moest ik voor een groep officieren verschijnen. Ze vroegen mij of ik er bezwaar tegen had als ik naar Nieuw Guinea gestuurd zou worden. Nederland was met Indonesië in conflict over Papoea Nieuw Guinea.  Toen ik zei dat ik er geen bezwaar tegen had, moest ik nog een dag een rimboe keuring ondergaan. Ook dat verliep uitstekend. Helaas zakte ik voor mijn eindexamen en werd ik in 1958 op geroepen om mijn dienstplicht bij de Landmacht te vervullen. Ik heb uitstel gevraagd en gekregen. Ik heb daarbij ook gevraagd of ik niet toch bij de Marine en anders bij de Luchtmacht mijn dienstplicht kon vervullen. Beide onderdelen hadden per jaar maar een zeer beperkt aantal aspirant officieren nodig.  Dus nee. Toen ik in 1959 weer zakte voor mijn examen kreeg ik geen uitstel meer. De ambtenaar zei nog wel dat ik kon kiezen bij welk onderdeel van de Landmacht ik wilde gaan dienen. Aangezien voor mij de lol er af was (ik wilde na mijn dienstplicht bij tekenen, zogenaamde kortverbander), zei ik:  bij een onderdeel waar ik zo weinig mogelijk hoefde te lopen.  En dus werd het de cavalerie. Ik ben die zomer nog wel naar Zweden geweest, maar niet erg lang. Ik moest in Amersfoort opkomen en ik was ingedeeld bij de Huzaren van Sietsema. Al heel snel bleek dat ik ook hier geen officier kon worden zonder HBS-diploma en je moest eigenlijk liefst nog een dubbele naam hebben. Ik kon nog wel onderofficier worden. Tijdens de rekruten tijd werd er heel veel aan sport gedaan en over de stormbaan gelopen. Ook aan zwemmen werd heel veel gedaan.

Dit doet mij aan een voorval herinneren, dat mij was overkomen toen ik, denk ik, een jaar of zeven of acht was. Ik zat bij de welpen. We liepen met de hopman voorop door een bos. Naast het pad stroomde beneden, zo’n 3 meter lager, een rivier. De hopman stopte en vroeg :”Wie kan niet zwemmen, doe maar een stap naar voren”. Ik deed een stap naar voren en voor dat ik het wist, gaf hij mij een zet. De rest heb ik van horen zeggen. Ik kwam in het water terecht en verdronk bijna onmiddellijk. De hopman is mij na gesprongen en heeft mij uit het water gehaald en met kunstmatige ademhaling weer bij gebracht.  Dit voorval is mij altijd zo bij gebleven dat ik nooit echt heb leren zwemmen. Ik heb gekeken hoe anderen het deden en heb toen stiekem, niemand mocht het zien, zelf geoefend. Ik kan zwemmen zo lang ik weet dat ik nog kan staan. Zodra ik weet/zie dat ik niet meer kan staan, slaat de paniek toe. Ik begin dan wild, ongecontroleerd met mijn armen te zwaaien en zak dan ook meteen naar beneden.

Nu ook weer. De badmeester heeft het uiteindelijk opgegeven om mij te leren zwemmen.

Ik zal heel kort zijn over mijn dienstplichttijd. Ik vond het helemaal niets meer. In mijn opleiding tot tankcommandant (sergeant) ben ik in Hohne, Duitsland geweest. Daar werd tijdens oefeningen met scherp geschoten. Ik was commandant op een Centurion tank. Het kanon was zo secuur, dat je een doel op 10 km kon raken.

Na mijn opleiding werd ik voor de rest van mijn diensttijd ingedeeld  bij het O (oefen) en D (demonstratie) peloton in Amersfoort. Als bijvoorbeeld een ritmeester (kapitein) tot majoor werd bevorderd, dan moest hij eerst op herhaling. Hij was dan gedurende een halve dag tankcommandant op mijn tank. Ik gaf hem dan allerlei instructies, die hij moest uitvoeren. Een paar keer per jaar gaven wij demonstraties aan vooral scholieren om hen warm te maken om ook bij de cavalerie in dienst te komen, maar dan als beroepsmilitair. Ik was ook lid van een showpeloton. Strak in gelid, alles gelijk,

gelijke pas, deden we allerlei showoefeningen met een geweer. Afgekeken van de Amerikanen.

 

                                                   Centurion tank

 

Op een dag waren we bezig met onderhoud. Het regende en dus liet je de klep van de koepel zo kort mogelijk open. Ik wilde uit de tank klimmen en deed het luik open en klom uit de tank. Op dat moment klapte het luik dicht. 20 Kilo scherp staal kwam op mijn rechter vingers terecht. 3 Vingers lagen er af. Ik heb ze opgeraapt , in een zakdoek gewikkeld en ben  naar de EHBO-post gerend. Daar kreeg ik meteen een injectie (ik denk tetanus) en een injectie , waardoor ik half verdoofd was. In een jeep werd ik van Amersfoort naar het Militair Hospitaal in Utrecht gereden.

‘s- Avonds om een uur of acht werd ik door een zuster gewekt. Ik vroeg haar welke dag het was. “12 oktober”, zei ze. “oh, dan ben ik jarig”. Vanaf dat moment heb ik nauwelijks meer dienst gedaan.  En in het voorjaar mocht ik iets vervroegd de dienst uit. Ik hoefde ook niet meer op herhaling, want de Centurions werden vervangen door  een andere tank van Amerikaanse makelij. Deze kende ik niet dus was het niet nuttig dat ik op herhaling ging.

Ik ben dat jaar voor de laatste keer nog naar Zweden geweest.

 

Tijdens de laatste maand voor mijn afzwaaien uit militaire dienst, werd ik door de Hogere Hotelschool (HHS)  in Den Haag uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek. Ik had mij enkele maanden daarvoor aangemeld bij de school. Later bleek dat 500 jongens en meisjes zich hadden gemeld voor 60 plaatsen. Ik werd aangenomen. Laurens Schrijvers van Zenden en ik waren de enige twee, die met een beurs studeerden. De anderen hadden gewoon rijke ouders, want de opleiding kostte om en nabij de 10.000 gulden. Hierbij moet wel bedacht worden, dat dit inclusief kleding, boeken en internaatkosten was. Het internaat was in het Badhotel in Scheveningen en de school stond in de van Assendelftstraat in Den Haag. Dat betekende, dat we 4 keer op een dag heen en weer moesten. De meesten deden dit op de fiets of brommer. Ik had toen een Solex. Enkelen hadden een auto. Zoals Rob Reiding en Frits Borst, mijn kamergenoot. Mijn andere kamergenoot was Hein Wichers. De auto van Rob was een fenomeen. Het was een Moskvitsj, een auto van Russische makelij. De auto mankeerde van alles. Zo was er links geen richtingwijzer. Het linke rachterportier was ook niet helemaal jofel en de auto startte heel slecht. Rob zette de auto dan ook  ’s avonds altijd op het Seinpostduin, zodat hij de volgende morgen de auto in zijn vrij de helling af kon starten. De auto is op een geven moment door de politie in beslag genomen.

 

Toen ik mijn ouders meedeelde dat ik graag deze opleiding wilde volgen, zei mijn vader, dat ik dat kon vergeten. Hij had immers 8 kinderen, die ook allemaal recht hadden op een opleiding. Hij heeft het toch voor elkaar gekregen, dat ik kon studeren met een beurs van een Joodse stichting. Deze beurs kreeg ik onder de voorwaarde dat ik geen onvoldoendes mocht hebben. Ik kreeg zelfs zakgeld.

De HHS had per jaar drie leerjaren en elk leerjaar had drie klassen van ongeveer 20 leerlingen.  Met één uitzondering. Want toen wij tweede jaars waren, kwam er als experiment een klas bij, die de school niet in 3, maar in 2 jaar ging doen, de zogenaamde ‘Sterklas’.  Dit experiment is daarna nooit meer herhaald, onder andere omdat de Sterklas de leerstof van drie jaar echt niet konden doen in twee jaar. Dit betekende ook dat ons eind examen iets makkelijker uitviel dan gepland.

De verhouding tussen jongens en meisjes was per klas ongeveer 17 , 18 jongens op 2 of 3 meisjes. In de Sterklas zaten meer meisjes. De meisjes sliepen in het Badhotel op een aparte etage, de tweede. De boel was zwaar afgeschermd met alarmbellen en sloten op de etagedeuren. Het is sommige jongens desondanks toch gelukt om ’s-nachts op de etage te komen.

Ik zat in klas 1b, 2b en 3b. Het eerste jaar moest ik voor het Kerstrapport hard aanpoten. Ik was het studeren niet meer gewend na 2 jaar militaire dienst. Je mocht voor het Kerstrapport geen                                        

onvoldoendes hebben, anders moest je van school. Langzaam maar zeker begon ik te wennen aan het school- en internaatleven. Ik sliep met Frits Borst en Hein Wichers op een kamer. Als we huiswerk gingen maken dan bleven Hein en Frits op de kamer, maar ik ging op de wc zitten. Daar kon ik hardop leren. Ik kon daardoor in zeer korte tijd heel veel leerstof tot mij nemen.

 

 

                                                  Klas 1b, zelfstudie.

 

Aan het eind van elk schooljaar hadden we een jaarfeest. De eerste is mij het best bijgebleven. We hadden allemaal een smoking aan. Meestal gehuurd. We werden met bussen naar de Rotterdamse haven gebracht en werden daar ingescheept op een Spido-rondvaartboot. De boot voer richting Duitsland. De feestzaal was prachtig versierd en iedereen was wel een beetje opgewonden. Want de prinsessen Beatrix en Irene zouden komen mee feesten. Op het laatste moment kwam helaas het

bericht, dat ze niet kwamen. Want  wat was er gebeurd. De stad Hamburg was door zware regenval voor een groot deel overstroomd en er waren doden te betreuren. Dat was jammer, maar voor ons ging het feest wel door. En omdat de prinsessen zouden komen, was er ook een tv-ploeg aan boord. En die heeft wat opnamen gemaakt. We zijn die week daarna , ik denk allemaal, naar de Cineac gegaan voor het Polygoon Profilty Journaal om te zien of wij op de film stonden. Ik was voor een paar seconden te zien, dansend met mijn date (ik weet niet meer hoe ze heet).

 

 

Deel 4

Vervolg Hotelschooljaren

 

 

 

 

                                    Mijn date

 

Na het jaarfeest ben ik de volgende avond met mijn date en een aantal vrienden met hun dates naar ‘Auberge De Kievit’ in Wassenaar geweest voor een fantastisch diner. Voor het jaarfeest en dit diner had ik een heel jaar gespaard. Dat kon je doen door je te melden voor allerlei schnabbels. Je ging dan met nog wat anderen, ergens in Den Haag of omgeving, naar een hotel of restaurant bij een diner bedienen. Driekwart van de opbrengst ging in een pot van de school. Hieruit werden de uitstapjes gemaakt die je met jouw klas of jaar gedurende het jaar maakte. Hierover verder op meer.

Tijdens de zomermaanden heb ik stage gelopen in de bediening in hotel ‘De Wittebrug’ in Den Haag. Een heel chic hotel met veel vaste gasten. Dat zijn gasten die permanent in het hotel woonden. Ik had een vast loon en deelde niet mee in de fooienpot. Van het loon, dat ik kreeg, ging twee derde naar de uitstapjespot van de school. Gelukkig kreeg ik zakgeld van de Joodse Stichting.  Zodoende kon ik aan het eind van de zomer  (half augustus) nog 14 dagen op vakantie. Ik ging dat jaar naar Mallorca. Ik vloog IPB (indien plaats beschikbaar), via Hanny , mijn zus, die bij de KLM werkte.  Nou er was geen plaats. Ik ben, na drie dagen vergeefs naar Schiphol te zijn geweest, maar gaan liften naar Spanje om vanuit Barcelona de ferry naar Mallorca te nemen. Gelukkig ging mijn broer Fred, samen met Joy  van Loon, die bij ons thuis woonde, met de auto naar Spanje en ik mocht mee rijden. Fred en Joy gingen niet verder dan Blanes. Ik heb vandaar uit de bus naar Barcelona gepakt. De bus was redelijk vol en ik moest staan. Terwijl de bus door de straten van Blanes reed, zag ik op straat Hans Borkent, uit mijn klas 1b van de Hotelschool, lopen. Hij keek toevallig naar de bus en zag mij staan. We zwaaiden en weg was de bus, de hoek om. In Barcelona ben ik, na veel zoeken, op de ferry naar Mallorca gestapt. Aan boord maakte ik kennis met Charley (namen, ik kan ze nooit onthouden), een Amerikaan uit Minnesota. Hij vroeg of ik al een slaapplaats had. Op mijn ‘neen’, stelde hij voor dat ik met hem mee ging naar een klein familiehotel even buiten Palma.

Het hotel stond vlak bij een klein rotsachtig strand Illetas. Eigenlijk meer een inham met een niet al te groot zandstrand, waar je in een klein restaurantje de heerlijkste paella kon eten. Carmen, de dochter in de bediening van het hotel, en ik vielen als een blok voor elkaar. Maar we kregen weinig kans om alleen te zijn. Steeds was er een lid van de familie in de buurt. Op een zondag mocht ik met de familie mee naar het Pelota stadion. Pelota is een sport , dat oorspronkelijk uit Griekenland stamt, maar vooral bekend is als een Baskische sport. Het speelveld bestaat uit 3 muren en een open, met tennisgaas beklede kant, waarachter het publiek zat. Het spel wordt gespeeld door twee of vier personen. De sport wordt vooral daar beoefend waar in het verleden de Spanjaarden en Portugezen zijn geweest, zoals Latijns Amerika, Verenigde Staten, maar ook de Filippijnen, waar de korven die in het spel worden gebruikt  worden gemaakt, en  Indonesië. Toen ik in 1976 in Djakarta (Indonesië) was, zag ik daar een enorm stadion voor Pelota. Het stadion in Palma de Mallorca had zo’n 10.000 betonnen zitplaatsen. Ik denk dan ook dat dit stadion niet meer bestaat.

De hele familie zat daar gezellig bij elkaar, eten en drank erbij. Op enkele plaatsen stonden mannen(een soort bookmakers) met opengesneden tennisballen. Op jouw teken gooide hij de tennisbal naar jou toe. Er zat een briefje in, waarop je eerstvolgende stand kon invullen en daar stopte je geld bij in. Je gooide de bal terug en als je gewonnen had, gooide hij de bal weer naar jou toe met het geld erin dat je gewonnen had. Ik heb nog nooit zo’n spannende en acrobatische sport gezien. Je ving de bal, heel klein rubberen bal, op in jouw korf en gooide die dan direct weer terug tegen de muur. Squash lijkt wel op deze sport. Soms echter kwam de bal zodanig naar jou toe, dat je genoodzaakt was om een salto te maken wilde je de bal weer terug kunnen gooien. Ik begrijp niet dat deze sport niet door veel meer mensen wordt beoefend. Het is een keer als demonstratiesport op de Olympische spelen vertoond.

 

                                          Pelotakorf

 

 

 

 

‘s-Avonds gingen Carmen en ik, na het diner, ergens dansen. Steevast gingen pa en ma mee. Uiteraard deden we alles om er voor te zorgen, dat ze ons niet voortdurend konden zien. Op het strand ontmoette ik deze kerel. Hij was een Braziliaan en  bleek samen met een ander een acrobaten duo te zijn. Zij traden  op in een openluchttheater annex dansing. De plek van het theater was uniek. Het stond aan zee, vlak naast een oude molen. Er kwamen heel veel toeristen. Ze werden met rondvaartboten gebracht om naar de show te kijken en om te dansen.

 

     Op het strand van Illetas kwam ik hem tegen

 

                               Een deel van klas 2b op de trappen van het Badhotel

 

Zoals al vermeld kwam in ons tweede jaar (1962-1963) op school een zogenaamde sterklas bij, met bijna evenveel meisjes als jongens. In dat jaar heeft ons jaar (1961-1964) bijna alles wat met de schoolvereniging  ‘La Confrérie’ te maken had, overgenomen. Zo waren 3 van de 5 bestuursleden uit ons jaar. Laurens Schrijvers van Zenden, Jan Post en John Kern. Ik was voorzitter van de sportcommissie. Ik heb dat jaar voor het eerst (en ik meen ook voor het laatst) een sportontmoeting  georganiseerd met de Hotelschool in Maastricht. Wij wonnen bijna alle onderdelen van het programma, zoals volleybal, voetbal, koek happen op het strand, touwtrekken,  ook op het strand.

 

                                               Bestuur La Confrérie 1962-1963

 

                               Laurens Schrijvers van Zenden

 

                                                                                                                

                               Sportdag tegen Hotelschool Maastricht en ik scoor

 

Een keer in de maand , op woensdagavond, mochten we later naar bed. Meestal was dat tien uur. Nu echter om half twaalf. Want wat was het geval. De school nodigde op deze avond een klas van de secretaressen opleiding  van het instituut Schoevers uit.  Over koppelen gesproken. En inderdaad er zijn heel wat stellen uit voortgekomen. Overigens zijn ook vele stellen ontstaan tussen leerlingen onderling. 

Ook op de HHS werd gymles gegeven. En we hadden ook zwemles. Ook hier weer gebeurde het dat de gymleraar het op gaf om mij te leren zwemmen.

 

                                                                 gymnastiekles

 

 Aan het eind van dit tweede jaar vond het eindfeest plaats in het 2e VCL in Den Haag. Ons jaar organiseerde dit feest. De zaal was versierd met honderden witte rozen. Stuk voor stuk door ons gemaakt. Volgens Carl Kämper is dat bedacht door een Peter de Lange, die door Carl gevraagd was om iets te bedenken voor de aankleding van de zaal. Ook dit feest was weer zeer geslaagd, al was het maar door de prachtige culinaire prestaties van John Kern en een paar anderen.

Dit 2e jaar had ik stage gelopen bij Hotel Terminus aan het Hollandse Spoor. Ik was dat jaar zeer bedreven geworden in het maken van ‘poached eggs’. Elke ochtend moest ik ze maken voor de vele Engelse gasten. Je nam een grote pan, waarin je het water eerst liet koken. Je brak een ei en liet het in het kokende water vallen. Met twee vorken draaide je razend snel het eiwit om de dooier. Dan direct eruit, anders werd het ei gaar en dat was niet de bedoeling. Tegenwoordig doet men het anders: als het water kookt dan roer je zo snel als mogelijk met een pollepel in het water. Hierdoor ontstaat een ‘draaikolk’. Dan doe je het ei in het water en door de draaiende beweging van het water wordt het eiwit vanzelf om de dooier gewonden. Als stagiair werd je behoorlijk uitgebuit. Want na het ontbijt had ik even rust, want direct erop moest je ‘mise-en-place’ maken voor de lunch. Dan de lunch draaien. Dan eten en even pauze en dan alweer ‘mise-en-place’ voor het diner. Daarna had ik vrij. De directeur van Hotel Terminus had al snel in de gaten dat ik het werken aan het fornuis maar niets vond. Mijn huid en mijn kleren gingen naar eten ruiken. Ik vond dat vreselijk. Ik heb mij op school en ook hier vaak kunnen drukken uit de warme keuken. Ik kan dus ook niet koken. Nee, hij had iets anders voor mij bedacht. Hotel Terminus verzorgde nogal vaak diners aan huis. De keuken van Terminus maakte het diner klaar. Het eten werd naar het bestemde adres gebracht, vaak in Wassenaar, en ik had de taak om er de laatste hand aan te leggen. Groot applaus na afloop voor iets wat ik niet echt gemaakt had. En niet zelden een enorme fooi van de heer des huizes. En dus extra zakgeld. 

Op een avond kwam ik in het Badhotel aan. De deur was gesloten. Ik kwam er niet meer in. Wat nu. Ik ben toen naar de Grote Markt in Den Haag gegaan. Ik wist dat daar een koffietent was en dat het dag en nacht geopend was. Ergens om een uur of zes in de morgen moest je jouw  voeten optillen, er werd geveegd en dan was de tent weer geopend. Ik heb de avond en nacht doorgebracht met kaarten om geld. We speelden blufpoker. Ik had genoeg geld verdiend om mijn ontbijt te betalen.

In dit tweede jaar kon je  Spaans erbij nemen. Ik heb dat toen gedaan.  Ook in het derde jaar kon je Spaans facultatief doen, maar als je dat deed dan moest je er ook examen in doen. Maar dan kon je er ook op zakken. Aangezien ik met een beurs studeerde, wilde ik geen risico lopen om voor Spaans een onvoldoende te halen. Dus maar één jaar Spaans gehad.

Ik ben in de nazomer weer naar Mallorca geweest. Wat een geweldig weerzien met de Spaanse familie. Nu mochten Carmen ik wel vaker alleen weg, wat we dan ook veelvuldig gedaan hebben.

 

Het derde schooljaar had een paar geweldige hoogtepunten, wat mij betreft.

Allereerst werd ik door Rob Reiding gevraagd om toe te treden tot het bowlingteam dat hij samen  met Laurens Schrijvers van Zenden, Joep de Rochemont, Remco vreeman en Mevrouw van Beem had. Ik zou dan in de plaats komen van mevrouw van Beem. Het team speelde mee in de Commerciële League. Het team werd gesponsored door de ’Zuid-Hollandse Koffie- en TheeHandel’.  We droegen een shirt waarop hun naam stond. Zij betaalden onze training en wedstrijden.

Het team  stond er niet best voor, maar toen ik mee deed, ging het stukken beter. Zo goed zelfs dat we in de bovenste regionen vertoefden. Rob heeft toen de sponsor gevraagd om meer geld, zodat we meer konden trainen.  En inderdaad we stegen naar de tweede plaats, achter het team van Heineken en zijn daar helaas ook geëindigd.  Het heeft één of twee strikes gescheeld of wij waren kampioen geworden.

 

                                                          Team + Henny en Boudien

 

                                             Het bowlingteam ZHKTH

 

                                                   Wat een stijltje, he

 

 

Een fantastische belevenis was een tegen- diner van de President van Mexico aan Koningin Juliana in Kasteel Oud Wassenaar. Ons jaar was uitgenodigd om de bediening van dit diner op ons te nemen. We waren allemaal in jacket en een dag van te voren moesten we ter plekke oefenen. En ons werd ook verteld dat je niets mocht zeggen, alleen antwoorden. Een voorval zal ik nooit meer vergeten. Het is gebruikelijk dat de Koningin langzaam eet om iedereen de gelegenheid te geven om zijn/haar bord leeg te eten. Ik weet niet meer wie freule Utewael van Stoetwegen bediende. De Koningin legde haar bestek neer en dan moet iedereen ook stoppen met eten. Wij deden allemaal een stap naar voren om het bord ‘uit te halen’. Degene, die de freule bediende  kreeg een tik op  zijn arm en ze zei: “afblijven, ik ben nog niet klaar”. Hij wist niet zo goed wat hij moest doen. Want iedereen deed een stap terug om naar links, allemaal tegelijk, weg te lopen.  Wat hebben we hierom gelachen.

Voor het vak ‘Praktijk leiding geven en organisatie’ moest ik in de Franse ambassade een diner regelen en organiseren. Dit diner werd door de ambassade op het laatste moment afgelast. President Kennedy was neergeschoten en aan zijn verwondingen overleden. Aangezien dit de enige mogelijkheid was om mij te beoordelen, werd besloten om mij een fictief cijfer toe te kennen , een zeven op mijn eindlijst.

 

Op 19 februari 1964 heeft ons jaar een bezoek gebracht aan de ‘Koninklijke Wollen AaBe fabriek’ en aan de ‘Wijnhandel André Kersten’ in Tilburg. Na de rondleiding in de wijnhandel kregen we een 5 gangen diner aangeboden. Bij elke gang kregen we een andere wijn te drinken. Nou we gingen behoorlijk geschuffeld de bus naar huis in.

 

 

  

                                                      Ons jaar 1961(62)-1964 voor de Koninklijke AaBe in Tilburg

 

 

Zowel in het tweede als het derde jaar was ik er in geslaagd om een baantje te creëren die mijn krappe beurs wat kon spekken. Ik regelde voor anderen snabbels bij Kasteel Oud Wassenaar, restaurant Engels in Rotterdam en bij het Van der Valk hotel ‘Bijhorst’ in Wassenaar. Ik regelde  het gevraagde aantal mensen voor de bediening in deze restaurants en verdiende net zo veel als zij dat deden. Lucratieve bezigheid was dat.

Wat ook wel leuk is om te vertellen is, dat ik deel uitmaakte van een dansgroepje, die bestond uit vier stellen. Ik weet geen namen meer.  In ieder geval Laurens en Joep. Een jongen uit Curaçao, van  de lichting 1962-1965, was de initiator en leider van de groep. We dansten Zuid-Amerikaanse dansen, zoals , de rumba, cha cha cha, meringue. We traden ook op. Ik kan mij herinneren dat we een keer in een ziekenhuis in Zwolle hebben opgetreden.

 

 

 

Gek genoeg weet ik helemaal niets meer van ons slotfeest. Behalve het einde. Het feest was in Rotterdam in het Montessori  Lyceum.  Bij terugkomst in Scheveningen ging de leraar Duits, de heer Büchner, met een paar leerlingen in zijn auto op de boulevard racen. In zijn vrije tijd deed hij aan autoracen. Hij wilde de leerlingen even laten zien hoe hard hij wel kon rijden. Zijn auto raakte in een bocht de stoeprand en sloeg over de kop. Een leerling Richard Vrijmoed werd uit de auto geslingerd. Hij werd met de ambulance naar het Westeinde ziekenhuis gebracht. Henny Woolderink , de vriendin van Remco Vreeman, werkte in dat ziekenhuis. Zij hoorde dat een leerling met de initialen RV van de Hotelschool een ongeluk had gehad. Zij is zich dood geschrokken.  Al met al een triest einde aan een heel geslaagd schoolleven en eindfeest.

Tijdens de examendagen werd je zonder het te weten gadegeslagen door headhunters van diverse horecabedrijven. Op een ochtend werd ik benaderd, naar later bleek, door de Personeelsmanager van Hilton Rotterdam. Hij bood mij een stage plek aan. Ik zou elke twee tot drie maanden in de verschillende afdelingen van het bedrijf worden ingezet. Ik ben daarop ingegaan en na de zomervakantie ben ik in Rotterdam begonnen. Hilton had op hun kosten een appartement voor mij geregeld op de Schiedamse Vest in Rotterdam. Het lag op loopafstand van het hotel.

Ik moest bij de directeur komen en hij zei ”Nou, dat diploma is leuk, maar jij gaat mij bewijzen wat je kan”. Ik werd chief steward van de Steward Department. Deze afdeling had Hilton gecreëerd om de eeuwige herrie tussen de witte brigade (koks) en de zwarte brigade (kelners) te vermijden. Dit hield o.a. in dat ik chef werd van 150 afwassers en schoonmakers. De filosofie was, dat als je dit personeel goed kon leiden, je geschikt was om overal in het bedrijf ingezet te kunnen worden. Alle directeuren hebben deze afdeling geleid. Overigens  Hein Wichers, mijn voormalige kamergenoot, had ook een contract getekend, maar hij ging werken bij de afdeling ‘Food and Beverage Controle’. En op een dag was Hein, zonder ook maar iets tegen mij te zeggen, verdwenen. Hein was met Martha, zijn vrouw, geëmigreerd naar Australië. Mijn volgende stageplek was assistent Food and Beverage Manager.

Een heel leuke baan. Ik mocht onder supervisie van de manager partijen regelen. De eerste was gelijk heel groot. Een feest met lopend buffet en dansen voor 1000 mensen. Ik moest ook vaak voor de entertainment zorgen. 

In dat jaar (1966) ben ik met mijn zus Sylvia en man Charles, mijn broer Fred met vriendin Didi in twee Fiatjes 600 naar Salou, Spanje geweest. Fred had net zijn rijbewijs gehaald. Hij loste mij onderweg om de twee uur rijden af. We waren ergens gestopt en ik nam het stuur over. Toen ik onderweg wilde remmen, bleek ik geen remmen meer te hebben. Want Fred had bij het uitstappen de auto op de handrem gezet. Ik doe dat nooit, tenzij absoluut nodig. Ik heb geen gas meer gegeven en we konden uiteindelijk stoppen op een pleintje in een klein Frans dorp. Charles zei dat we maar eerst wat gingen drinken, onder tussen zou alles afgekoeld zijn en dan kon hij de remschijven wat bij stellen. Na terugkomst bleek het asfalt gesmolten te zijn geweest. De krik was in het asfalt gezakt en het zat muurvast nu het asfalt weer was afgekoeld. We hebben de krik daar op dat pleintje achtergelaten.

 

Deel 5

Jaren 60

Aan het werk, vakanties, Marcella!

 

 

               

                                                             Charles, Fred en ik

 

 

                                                                  Hanny, Didi, Sylvia en ik

 

                                                                               Marcella Smink 1954

 

                                                   Marcella Smink 1966

 

Na een maand of zes werd ik overgeplaatst naar het net geopende Hilton Plaza in New York. Maar de douane liet mij niet binnen.  Ze zeiden dat ze de emigratie van Indische Nederlanders hadden stopgezet. Hilton Rotterdam vertelde mij dat er over 6 maanden een opening was in Athene. Ik wilde niet zo lang wachten. Mijn chef F&B gaf mij het telefoonnummer van een vriend in Londen. Grand Metropolitan Hotels stond op het punt om de overstap naar het vasteland van Europa te maken. Ze gingen als eerste een hotel openen in Amsterdam en zochten een Nederlander als assistant -manager. Ik was daar een week  en mocht rondkijken in de diverse hotels van het concern. Ik had de baan geaccepteerd en had ontslag genomen bij Hilton. Ik zou eerst een tijdje in Londen op het hoofdkantoor gaan werken. Na een week een telegram: krijg geen werkvergunning voor jou als buitenlander. Nou daar sta je dan, werkloos. Ik ben eerst naar de KLM gegaan. Ik wilde wel steward zijn voor een tijdje. ‘Meneer, in de lucht verwachten ze een blonde man’. Ik kon wel grondsteward worden. Het zelfde verhaal toen ik ging solliciteren bij de Holland Amerika Lijn. Ze hadden bovendien hun eigen opleiding voor purser. Toen bedacht ik dat ik maar ging emigreren naar Australië of Nieuw Zeeland of Zuid Afrika. Nou ik kwam in geen van de landen binnen. “you are a bloody half-caste’, zeiden ze. Nou, toen was ik echt werkloos.

Via het arbeidsbureau kreeg ik een baan als directeur in het Astoria hotel tegenover het station Hollands Spoor. Op de dag dat ik in dienst zou treden zag ik bij binnenkomst van het hotel koffers in de gang staan. De eigenaar en zijn vrouw gingen voor 2 maanden naar Spanje, werd mij verteld. Ik zei dat dat niet kon. Ze moesten mij toch op z’n minst  iets over het hotel, het personeel vertellen. Maar nee hoor. De eigenaar zei dat ik het toch allemaal moest weten, ik had toch hotelschool gedaan. Ik dacht dan moet je het zelf maar weten. Al snel bleek dat de kelners in het restaurant eigenhandig de kamers verhuurden aan vertegenwoordigers voor een uur of twee en de centen in hun eigen zak stopten. In het restaurant werd ook gestolen als de raven. Men sloeg dan nul bonnen aan en staken de verdiensten in eigen zak. Ik heb meteen korte metten gemaakt. Ik heb ze op heterdaad betrapt en meteen ontslagen. Toen het echtpaar uit Spanje terug kwam, zagen ze een compleet nieuwe brigade. De zuster van de eigenaar werkte in de broodjeswinkel naast het hotel en ze heeft hem verteld dat alles nu veel beter liep. So far, so good. Maar ik kwam op een morgen in dienst en zag de eigenaar en vrouw dronken in het restaurant zitten. Ik heb ze gezegd dat als ze dronken wilden zijn, zij dat zelf moesten weten, maar niet in de zaak. Ze hadden namelijk een paar kamers in hun eigen hotel. ‘Mag ik in mijn eigen zaak doen wat ik wil’, zei hij. Ik: ja, maar niet met mij er bij. Ik ben direct daarop vertrokken.  Ik was weer werkloos. En omdat ik zelf ontslag had genomen, kreeg ik ook geen uitkering.  Dit heb ik ook aangevochten en uiteindelijk gelijk gekregen. Immers ik werd gedwongen om ontslag te nemen. En dat vond de rechter ook. Ik heb nog geprobeerd om bij een reisbureau werk te vinden, maar niemand wilde mij hebben, vanwege mijn hoge salariseis.

Remco Vreeman zei dat ze bij de ANWB Alarmcentrale mensen op ons niveau zochten. Remco is daar gaan werken, ik niet. Men zei dat er ook ‘s-avonds en in het weekend gewerkt moest worden.  Nou, ik had helemaal tabak van al die wisseldiensten. En werken als iedereen vrij was en omgekeerd. Oke, je verdiende heel veel geld, maar je had de tijd niet eens om het uit te geven. Het was werken, eten, drinken, slapen.  Overigens Remco is een heel hoge piet geworden bij de Wegenwacht daar. Zo heeft hij o.a. de hulppost Lyon opgezet en later die van Barcelona.

 

Dit jaar 1967 zijn we met vier stellen, Sylvia met man Charles, Auke Balkstra en Marcella Smink, Samso en Els Resodihardjo (toen nog niet getrouwd) en Jolien Reidsma en ik naar Calella geweest. We zijn met Fit reizen, via Düsseldorf naar Barcelona gevlogen en toen met de bus naar Calella gebracht. Later kwamen Wim en Ria er nog bij. Zij kwamen met de auto. Marcella wist nog wel een vriendinnetje Jolien, dat wel mee wilde. Marcella en ik zijn naar haar moeder geweest om te vragen of ze mee mocht.

 

 

                                                                                   In ons hotel

 

                                                                                Op het terras van ons hotel

 

Op een dag zijn we met de trein naar Barcelona geweest. We staan hier op de markt en je kan zien dat Sylvia hier van haar portemonnee is beroofd. Op de eerst foto is de tas nog dicht op de tweede foto is de tas open.

 

Op advies van mijn vader ben ik naar de Rijkspsychologische Dienst gegaan. Binnen twee uur zat ik achter een bureau in een pand van het CBS op de Bezuidenhoutseweg. Daar was een nieuwe afdeling gehuisvest: Sociaal-Culturele Statistieken. We waren met een man of 15. Dit was van hollen naar stil staan. En heel formeel allemaal. In het pak, das, geen voornamen en geen je zeggen. Op een dag had ik mijn stropdas thuis gelaten. Ik moest direct bij de personeelschef komen. Dit kon niet, zei hij. Dit doet enorme schade aan jouw carrière. Ik heb de volgende mijn colbert thuis gelaten. De afdeling werd steeds groter en we verhuisden naar de hoge Prins Willemstraat in Scheveningen.  O ja, mijn diploma HHS werd niet erkend als een opleiding Hoger Beroepsonderwijs. Dus ik moest helemaal onderaan beginnen. Ook zei men tegen mij dat ik of weg moest gaan of statistiek studeren.

Na een paar maanden werd de opleiding wel erkend als een HBO opleiding. Dus ging ik veel meer verdienen en werd ik een leidinggevende  over zo’n 20 mensen . ik ben toen ook statistiek gaan studeren en de nodige diploma’s gehaald. Al snel had men in de gaten dat ik meer een pionier was en beter zou functioneren  als ik alleen werkte. Ik heb heel wat pilot-studies gedaan om te onderzoeken of een bepaalde statistiek/onderzoek haalbaar was. Ik heb 33 jaar bij het CBS gewerkt. Ik ga niet alles beschrijven, maar slechts een paar hoogtepunten.

 

Maar eerst nog even wat anders.  Auke Balkstra en ik zijn op een geven moment in 1966 gestart met een filmclub. Hij en ik waren in het bezit van een filmcamera en we waren ook de regisseur en cameraman. We hadden om ons heen een aantal mensen verzameld. Zij waren de acteurs in onze club. We hadden naar iemand gezocht, en ook gevonden, om ons iets van het filmvak te leren. We vonden Bob Kommer van de gelijknamige filmstudio bereid om dat te doen. Onder zijn leiding zijn twee ploegen een film gaan maken. Een ploeg was er in geslaagd (ik was de regisseur/cameraman) om een film te maken.  Het was iets van een komische/slapstick film geworden: Het Duel. De andere ploeg had slechts wat beginopnames van een film gemaakt. Door de aanwezigheid van Bob Kommer gingen heel wat deuren voor ons open. Zo waren er opnames in het gebouw van het voormalige Staatsspoor (nu Centraal Station).  We hadden enkele opnames in en met de Berglandexpres. De trein die op zaterdag aankwam met wintersporters. Eerst zijn alle passagiers uitgestapt. Daarna zijn wij ingestapt. De trein is voor ons achteruit gereden en was toen opnieuw het station binnengereden. Auke was de cameraman. We hebben deze film nooit afgemaakt. Ik weet niet meer waarom.

 

 

Deel 6

Huwelijk met Marcella

 

Het is inmiddels 1968. Via Rob Pons hoorde ik dat de verloving van Auke en Marcella was verbroken. Ik wist niet hoe gauw ik haar moest bellen. Ik vroeg haar of ze mee uitging. Ze zei direct ja. Maar toen ik vertelde dat we naar een feestje bij Boud Agaatz gingen, zei ze nee. Ik dacht: ‘Voor jou tien anderen’. Ik heb haar daarna dik ander half jaar niet meer gezien. Op een dag liep ik van de Van Merlenstraat naar de Weimarstraat. Voor mij uit fietste een blond meisje. Ik dacht dat is vast Marcella. De volgende dag ben ik op de zelfde tijd daar weer gaan staan en ja hoor daar kwam ze op haar oma fietsje aan gereden. Ik ben op de weg gaan staan en hield haar staande. Ze remde en kwam tot stilstand met haar fiets tussen mijn benen.  “Wat doe je nou?”  “ik moest je staande houden. Hoe gaat het met je?” Na wat heen en weer gepraat, zei ze dat ik een keer langs moest komen. Dezelfde avond zat ik er en na een week heb ik haar ten huwelijk gevraagd. “Je overvalt me” . Na een week zei ze ja. Het was eind oktober, dus we hadden haast. Want als je voor eind december was getrouwd dan kreeg je de belasting over dat hele jaar terug. Helaas kon haar vader, die in Brazilië werkte voor de Billiton, niet eerder dan april in Holland zijn. We waren pas op zaterdag 25 april 1970 getrouwd in de Javastraat. Mijn zusjes waren boos op mij omdat ik op zaterdag trouwde. Op een doordeweekse dag hadden ze een vrije dag gehad. Ik had dat gedaan omdat anders onze getuigen, Cobie Speelman en Laurens Schrijvers van Zenden, speciaal voor ons vrij hadden moeten nemen. Ik hoopte dat ze daar begrip voor zouden hebben. Mijn schoonmoeder eiste dat we de receptie in hotel  ‘De Bijhorst’ in Wassenaar zouden houden. Ik heb dat geweigerd met als gevolg 3.dat ik de receptie zelf heb moeten betalen. De receptie vond plaats in hotel ’Ambassador’.  Omdat het die dag enorm hard regende, zijn onze officiële bruidsfoto’s niet buiten gemaakt, maar in de Passage. De Passage was helemaal in lentetooi gehuld. De foto’s waren gemaakt op een brug midden in de Passage. De meneer van Muziekhandel ‘Sprenger’ vroeg of de foto’s voor een reclamespot waren of voor het echtje.  “Voor het echtje” zeiden we. “O, nou,  dan doe ik de muziek wat harder”.

 

 

 

 

 

       

Pa en ma Laumen, oma Kooper-Becht, oma van Marcella, wij, papa en mama van den Berg

 

      Mijn moeder, pa Laumen en onze getuigen Coby Speelman en Laurens Schrijvers van Zenden.                                  Onze ceremoniemeester Remco Vreeman

 

 

Na de receptie waren we in mijn Fiatje 600 op huwelijksreis gegaan naar Parijs We waren echter niet verder gekomen dan Brussel. Het bleef maar regenen  en dus hadden we besloten om naar huis te gaan en de reis in de zomer over te doen. We waren in augustus 14 dagen naar Benidorm geweest. De vlucht was vertraagd. We waren daarom ook laat in hotel ‘Les Dunes’.  Ons diner werd  dan ook op het balkon van onze kamer geserveerd.  Ik had ook een fles rode wijn besteld. Naast ons zei zij tegen hem, dat hij wijn had moeten bestellen. Wij zeiden: “ je mag ook met ons een glas meedrinken”. Zo gezegd, zo gedaan. We waren daarna voor de rest van de vakantie echt onafscheidelijk. Later maakten we ook nog kennis met een Duits echtpaar Karin und der Dieter. 

We waren natuurlijk bijna iedere dag op het strand te vinden. Maar we hebben ook verschillende uitstapjes gemaakt. Zelfs een keer paard gereden. Karin had haar hele paardrijd uitrusting bij zich.

Maar helaas was dit geen succes. De paarden waren moe en afgemat door de vele ritjes met toeristen. Het maakte ook niet uit of je kon paardrijden of niet. Wij konden op dat moment niet paardrijden. Twee jaar later zijn Marcella en ik in de buurt van Rosas en Calella de la Palafruguell  echt op paardrijdvakantie geweest. We zijn daarvoor een heel jaar op paardrijles geweest.  En dat was maar goed ook, want ’s-ochtends  ging het nog wel. Maar als we naar de stallen terug reden,

waren de paarden niet te houden. Ze roken de stallen en gingen er in galop vandoor. Mede, doordat de jongetjes, die de paarden begeleiden, de paarden een klap op de kont gaven. Als rijpe appels vielen sommige van hun paard. Onvoorstelbaar dat je zo onvoorbereid op paardrijdvakantie ging.

Terug naar Benidorm en onze uitstapjes naar Pollop, Fuentes del Algar (met ezeltjes naar de watervallen) en Guadalest.

 

                               

                Marian, Rien en Edu op het Levante strand                                                                                                                   Marcella

Op een dag stonden tante Alma en haar vriend Harry voor onze neus. Ze kwamen ons halen om in Denia te komen logeren. Na uitleg dat we een 14 daagse reis naar dit hotel hadden geboekt, zijn we meegegaan naar Denia. We zouden wel die zelfde avond weer terug gaan. Toen het echter zover was, bleek de bus niet meer te gaan. Ze hebben ons met opzet verkeerd voorgelicht, zodat we wel moesten overnachten. Maar we hadden geen verschoning bij ons. Niet echt aardig. Vreemd zelfs.

Toen we de volgende ochtend terug kwamen, bleken Rien en Marian en Dieter en Karin ruzie te hebben gehad. Wat was het geval. Karin en Dieter wilden ’s avonds uit. Maar Marian wilde niet mee zonder ons. Het is weer goed gekomen. We zijn daarna nog vele avonden met z’n zessen uit geweest. 

 

 

 

 

          

                                                                                 
                                                                                                        Op weg naar de watervallen

 

     

       

                                                                 

                                                                                                          Hotel Les Dunes, Playa Levante, Benidorm 

 

                                                      Guadalest

 

De man die de ezel, waarop Marcella zat, begeleidde vroeg haar of ze Spaanse was. Nou bijna goed, zei Marcella. Een van haar voorouders was van  Portugese komaf. Na de vakantie hebben we met Rien en Marian contact gehouden. We zijn eigenlijk altijd vriendjes gebleven. Tot dat Rien en Marian uit elkaar gingen. Daarna zagen we alleen Marian nog, maar wel  heel sporadisch.

 

 

                                                                                                      Avondje uit

 

Even iets tussen door. In september 1959 werd de band ‘The Desmounts’ opgericht. Ik heb toen de naam verzonnen. De band was van mijn broer Paul. Hij zat achter de drums. Verder bestond de band uit Frits Hempelman: solo gitaar, Samso Resodihardjo: slag gitaar, John Lauterbach: bas gitaar. In het begin werd er flink geoefend op onze zolderetage in de van Merlenstraat. De band speelde heel veel nummers, vooral instrumentale,  van de Amerikaanse band ‘The Ventures’.  In een bovenzaal in de Goudenregenstraat konden we een geschikte ruimte voor de band vinden om op te treden. Door de lage toegangsprijs en niet al te dure consumptie prijzen was de zaal op zaterdagavond vaak heel druk bezet. De band speelde daar tot na de zomer van 1962. In september 1962 ging de band voor 3 maanden spelen in nachtclub l’Etoile’, Den Haag. In december heeft de band  op de Pier in Scheveningen gespeeld.  Tussen door werd er overal in het land opgetreden. Ik ging heel vaak mee.  Ik ben ook vaak mee geweest met de band van Oscar Rexhauser: ‘The Hotjumpers’.

Pim Veeren, mijn zwager getrouwd met Rose-Marie, speelde in de wel heel bekende rock and rollband ’The Crazy Rockers’.  In hun jonge jaren  in Duitsland. Later overal in Nederland.  Zelfs nu wordt er nog zo en dan opgetreden, zoals op de Pasar Malam in Den Haag.

In mei 1963 speelden ‘The Desmounts’ in het ‘Palais de Dance’ in Scheveningen.

Het volgende seizoen, 1964, speelde de band in ‘Scheherazade’, een danstent in Scheveningen.

Gedurende het jaar 1965 werd er weer overal in het land gespeeld. Voor radio en TV opgetreden.

In het seizoen 1966 werd er opgetreden in de dancing ‘Pam Pam’ in Scheveningen. Het jaar daarvoor hadden mijn zusjes Sylvia en Rose-Marie, samen met nog 3 andere meisjes, een “Go-Go-dansgroep’ opgericht. Zij traden overal op. Zo ook tijdens de pauzes van de ‘The Desmounts’.  Voor zover ik mij nog kan herinneren stopte de band met regelmatig optreden in 1969. Natuurlijk werd er daarna, als de gelegenheid zich voordeed, nog wel zo her en der wat geschnabbeld.

 

     

De Desmounts in Sherezade , Scheveningen, 1964                                                                                                          Paul achter de drums      

John Lauterbach (basgitaar), Frits Hempelman (sologitaar), Samso Resodihardjo (slaggitaar),

Steve Biesot (2e sologitaar) en Paul van den Berg (drums) tevens leider van de band

 

               

 

      

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deel 7

De zeventiger jaren

 

 

De flowerpowertijd had eigenlijk al eind 60er jaren zijn intrede gedaan. Het begon allemaal op de campus van de universiteit van Californië. Maar het kwam pas echt op stoom door de uitgave van de LP van de Beatles: ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’. Het muziekfestival Woodstock was het hoogtepunt van de beweging. De mensen in de flowerpower - subcultuur werden ook wel hippies genoemd. Ze leefden in communes, rookten wiet, dronken thee en luisterden naar psychedelische muziek. Ze protesteerden tegen de oorlog, honger en armoede in de wereld. De musical ‘Hair’ gaf een beeld van de weerstand tegen de oorlog in Vietnam. Amsterdam was het magische centrum in Nederland. Hash en wiet waren populair. Ook de kleding en haardracht waren opvallend met fleurige patronen en kleuren, haarbanden, slippers, ruwkatoenen hemden, wijdvallende kleding (vaak van Indiase snit), of juist super strakke hotpants en minirokken. Dit laatste weer om de onafhankelijkheid van de vrouwen te benadrukken. Kortom ‘The Age of Aquarius’ was aangebroken.

 

                   

         

                                                                          

In  Amsterdam begonnen ook de Provo beweging en  het ‘Witte Fietsen Plan’ (1965).

Witte fietsen waren gratis te gebruiken.


Marcella en ik hebben eigenlijk nauwelijks meegedaan aan deze beweging. Natuurlijk heb ik de LP van de Beatles gekocht. We waren, samen met Laurens en Mathijs, Rob en Boudien, Remco en Henny  naar de musical Hair in het Olympisch stadion van Amsterdam geweest. We hadden wiet gerookt. Het deed niets met ons. We hebben daarna nooit meer wiet gerookt. We werden overal op feesten gevraagd. De bedoeling van zo’n feest was wel dat je aan het eind van de avond jouw partner ruilde met een ander. Wij hebben daar absoluut niet aan mee gedaan.  We waren veel te verliefd op elkaar.

In 1971 zijn we met Marian en Rien nog 14 dagen naar Torremolinos geweest. Vanuit Malaga zijn we ook nog 3 dagen naar Marokko geweest. Daar hadden we alleen Tanger en Tetouan in het Atlasgebergte bezichtigd.  Ik vermeld hier maar alvast dat er niet veel foto’s van onze vakanties zijn omdat ik eigenlijk alles heb gefilmd. De foto’s zijn vooral door Marcella gemaakt.

 

Torremolinos by night

 

Kasbah in Tanger

 

                     Op de boot van Malaga naar Tanger                                   

 

 

                       Zo heb ik er even uit gezien

 

                                                                                               Terrasje pakken

 

In 1972 waren we in Nederland gebleven. We hebben toen een rondreis om het IJsselmeer gemaakt.

Op het CBS waren we in dit jaar gestart met Accommodatie Onderzoeken. Hieronder vielen sporthallen, sportzalen, gymnastiekzalen. Maar ook de dorps- en buurthuizen, kantines van verenigingsgebouwen en andere zalen/ruimten waar activiteiten  werden gedaan. Doel van de onderzoeken was om inzicht te krijgen in de aantallen, omvang en grootte van de accommodaties en het gebruik van die accommodaties. Van de gebruikers moest men niet alleen het aantal, maar ook de leeftijd en het geslacht noteren.

In 1971 besloot de regering om het CBS te verplaatsen naar de regio om de daar heersende werkloosheid te verkleinen. Groningen, Enschede en Heerlen waren de beoogde plaatsen . Vanuit de Hoge Prins Willemstraat zijn we toen als protest naar het Catshuis gelopen. We zijn niet ontvangen door de Minister President. Sterker nog, hij ging er met zijn dienstauto vandoor. Toch had het protest iets geholpen, want slechts de helft van het CBS ging uiteindelijk naar Heerlen. In Voorburg werd een nieuw gebouw neergezet , mede als bewijs dat het CBS niet uit de Randstad zou verdwijnen.  Mij werd meegedeeld dat mijn werk naar Heerlen werd verplaatst.  Ik kon meegaan of blijven. Ik hoefde  niet mee. Ik had besloten om mee te gaan. Marcella protesteerde aanvankelijk. Ze zou niet makkelijk werk kunnen vinden als directiesecretaresse. . Ik zei dat er volop werk was in Duitsland of zelfs in België en toen zwichtte ze, te meer daar ze in de Duitse vestiging van het  bedrijf waar ze werkte, als directie secretaresse kon gaan werken.  

We zijn in de buurt van Heerlen gaan kijken. Dit werd uiteraard georganiseerd door het CBS. We vonden in Hoensbroek een huis met een garage en met een heel grote tuin aan een watertje. Er waren goede scholen. We besloten het huis te kopen. Het kostte 80.000 gulden. Maar nog voordat we het hadden kunnen kopen, werd mij meegedeeld dat mijn werk toch niet naar Heerlen zou gaan.  Daarop hadden we het huis aan de Leidseweg 288 in Voorschoten gekocht.  Dit huis kostte eveneens  80.000 maar was piepklein ten opzichte van het huis in Hoensbroek.

Het huis op de Leidseweg hadden we in oktober 1973 gekocht. Er moest verschrikkelijk veel aan gebeuren. Onder leiding van een architect waren we aan de verbouwing begonnen. Dit was extra lastig want Nederland had net de autoloze zondagen ingesteld. Elke zaterdag en zondag met de bus naar Voorschoten duurde bij elkaar zo’n 2 uur heen en ook weer terug. Dus vorderde het maar heel langzaam. Uiteindelijk waren we in maart verhuisd. Het huis had een achtertuin van 30x6 meter.

 We hadden echter nauwelijks het huis gekocht of mij werd meegedeeld dat mijn werk toch naar Heerlen ging. Ik ging dus niet meer mee. De DG van het CBS verzekerde mij dat ik gewoon kon blijven. In de praktijk bleek al snel dat dat onhoudbaar was. Mijn afdeling in Heerlen en ik in Voorburg. Ik kon overgeplaatst worden naar de Studiedienst van de Hoofdafdeling Sociaal Culturele Statistieken. Ik protesteerde omdat ik een hekel had aan Secundaire Statistieken en mijn toekomstige collega’s allemaal  afgestudeerden van de universiteit waren en ik dus niet. Nadat mij een hogere rang en dus ook meer salaris werd geboden, ben ik gezwicht. Achteraf ben ik blij dat ik die switch heb gemaakt. Ik heb fantastisch leuk werk gekregen. Ik mocht vaak weer pionierswerk verrichten.  In 1975 zijn Thyl Ankersmit en ik begonnen aan een proefonderzoek naar de Leefsituatie van ouderen van 55 jaar en ouder. De enquêtrices van het CBS hebben dit proefonderzoek uitgevoerd, maar ik ben zelf ook met vragenlijsten bij ouderen in Den Haag langs geweest. Zeer verhelderend en leerzaam. In 1976 hebben we het onderzoek ook daadwerkelijk gehouden. Eerst verscheen  een rapport met kerncijfers. Bij de presentatie waren heel veel journalisten van TV, radio,  kranten en tijdschriften aanwezig.  Daarna zijn nog een zestal vervolgrapporten verschenen. Thyl, als leider van dit onderzoek , had de meeste rapporten geschreven. Mijn bijdrage bestond uit het schrijven over de  vrijetijdsbesteding en  kerkelijke gezindte en  criminaliteit.

 

 

 

 

Naar Indonesie!

!976 is ook het jaar dat Marcella en ik op vakantie naar Indonesië zijn geweest. Eerst wilden we niet gaan, vanwege de prijs van het ticket. Toen Marcella’s vader zei dat hij één ticket wilde betalen, zijn we gezwicht. Ik had daarna geregeld dat we voor 1100 gulden goedkoper konden vliegen door lid (voor een jaar) te worden van een vereniging ’Internationale Kontakten’. In het vliegtuig kwam een reisbegeleider naar ons toe en gaf ons een envelop met Indonesisch kleingeld voor de taxi en zo.

De reis duurde circa 26 uur, want er werden tussenlandingen gemaakt in Athene, Dubai, Bangkok, Singapore en tenslotte Djakarta. Toen ik het vliegtuig uitstapte, rook ik de lucht en dacht ”ik ben weer thuis’. Pa en ma Laumen wachtten ons al op. We zijn niet meteen naar hun huis gereden, maar we gingen eerst naar pasar Senen voordat het donker werd. De bedoeling was dat we vanaf hun huis steeds tochten zouden maken van enkele dagen. Pa Laumen had echter al voor de hele week een super de luxe hotel ‘Puri Artha’ in Djokja geboekt. Dit had tot gevolg dat we nu al wisten dat we een deel van onze geplande vakantie niet meer konden doen, zoals naar Bali en Sumatra. We gingen met de trein. Het spoor was enkelspoor. Ergens onderweg stopte de trein. Daar was over een lengte van ongeveer 200 meter dubbelspoor, zodat de treinen elkaar hier konden passeren. Er werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om het diner te serveren voor  de mensen in de eerste klas, wij onder anderen. Toen wij gegeten hadden, gingen de mensen uit de tweede klasse eten. De mensen uit de derde klasse kregen geen eten, was in ieder geval niet in de treinticket begrepen.  We kwamen in de ochtend om 6 uur aan. De kamers in het hotel waren, op twee na, bungalows in de tuin van het hotel. Onze kamers waren in het hoofdgebouw gevestigd. Ze hadden een gezamenlijke grote hal en een eigen terras aan de voorkant van het hotel. Daar werd in de middag, of je er nou was of niet, de thee geserveerd. De auto op de foto was van een lokale chauffeur. De auto hadden we voor de duur van ons verblijf gehuurd. De chauffeur sliep vaak in de auto, afhankelijk van het feit hoe vroeg wij hem de volgende dag nodig hadden. Vanuit ons hotel hebben we tochten gemaakt naar de Prambanan en omgeving en het strand van Baron. We hebben de Borobudur niet bezocht, omdat het tijdens ons verblijf in de steigers stond.  We hebben uiteraard wel de kraton en het waterpaleis van de Sultan van Djokja en de kraton van Solo bezocht. Dit laatste omdat mijn vader hier is geboren.  En natuurlijk de zilverfabriek van John Silver. Marcella had hier 2 ringen en een ketting gekocht. Ik een ring. Ik deed het aan mijn ringvinger en kreeg het er niet meer af. Gelukkig kostte het  een habbekrats. De ringen en ketting  voor Marcella werden eerst nog passend gemaakt en waren ‘s-avonds naar het hotel gebracht.

 

                                                                                       Terras met zitje

                                                                                                                 

                                                                                         Voorkant hotel

 

                                                                                     Kraton van Djokjakarta

 

We zijn eerst naar de kraton  en het waterpaleis van de sultan van Djokja geweest. Dit waterpaleis was met een ondergrondse gang verbonden met het paleis, zodat niemand kon zien dat de sultan met zijn vele vrouwen ging ‘baden’. Daarna naar de kraton van Solo(Soerakarta). Deze kraton vond ik veel mooier.

 

     

                                                                                      Kraton van Solo

 

In de omgeving van Djokja zijn meer dan honderd tempels. De Prambanan is de grootste. En met dit soort bezienswaardigheden geldt dat als je er een gezien hebt dan heb je ze allemaal wel gezien.

                                                                                Sawah met op de achtergrond de Prambanan

 

                                                                                                        Prambanan

 

                                                               Prambanan. Ze wilden allemaal met mij op de foto

 

Vanuit ons hotel zijn we ook nog naar Baron, een badplaats, geweest. Onderweg kwamen we een slagboom tegen. Een klein jongetje zei dat we eerst tol moesten betalen, anders kwamen we er niet langs. Dit hebben we toen maar gedaan. Even verder was het raak. Toen gebeurde er iets dat we al lang verwacht hadden. Een lekke band. Gelukkig gebeurde het bij een paar ‘huizen’.  Een ervan was ook nog een Tampal Ban, een werkplaats om banden te plakken. Terwijl we daar stonden te wachten, kwam er een ijscoman aan. Ik lustte wel een ‘es Shanghai’. Bolletjes ijs met siroop, gecondenseerde melk en vruchten en soms wat water. De man pakte een glas en doopte het in een bak met water. Toen deed hij wat van dit afwaswater in het glas. Ik zag dat en zei hem dat ik geen ‘es  Shanghai’ meer wilde. Het heeft best lang geduurd voor we weer verder konden.

 

                                                                                      Tampal ban

 

 

Onderweg kwamen we dit tegen. Op de achtergrond zie je ingangen van rots woningen.  En even verder was daar het ‘strand’. Er was ook een eettentje, waar we gegeten hebben. Ik vond/vind eten uit Midden-Java niet zo lekker. Er zit te veel klapper in en bij herhaaldelijk opwarmen gaat het eten steeds bitterder smaken. De eigenaar van de eettent vertelde ons dat nog niet zo lang geleden hier vele lijken van Chinezen op de rivier de oceaan indreven. Chinezen kregen in Indonesië altijd de schuld als er weer iets aan de hand/mis was.

 

                                                                                        Baron beach

 

Laatste periode in Indonesië

Na een week zijn mama Laumen en René teruggevlogen. René was ziek geworden.  Papa Laumen , Marcella en ik zijn met de trein teruggegaan. Alleen hadden we nu pech. Er waren geen eerste klas plaatsen meer. Dan maar tweede klas. Nou, we hebben het geweten. In onze wagon waren drie slaapplaatsen boven elkaar. Er was nauwelijks ruimte om je te bewegen.  Bij het diner was het ook leuk. Nadat de eerste klas had gegeten, ging de trein weer rijden. De ober gaf jou water in een glas  geplaatst in een ringetje, dat aan de tafel was vastgemaakt. Het water schoot er gelijk weer uit door de bewegingen van de trein. De wagon ging niet alleen heen en weer, maar ook nog op en neer. Naar het toilet gaan was ook een avontuur op zich zelf. Je moest niet alleen van de ene wagon naar de andere wagon een sprongetje maken (er was een open verbinding), terwijl de wagons ieder hun eigen beweging hadden. Al met al zijn we toch goed thuis gekomen.

Het huis stond met nog wat andere huizen in een ommuurd terrein. Shell compound Djakarta. Het terrein was van alle gemakken voorzien. Zwembad, tennisbanen  en veel groen. We hebben twee dagen bij het zwembad doorgebracht. Konden we ook nog lekker bruin worden.

Onze volgende trip was naar Anjer. Anjer ligt aan de westkust van Java, tegenover de eilandjes Krakatau ketjil ( kleine Krakatau) en Anak Krakatau (kind van de Krakatau), ontstaan na de uitbarsting van de Krakatau in 1883. Pa Laumen zei dat daar geen weg naar toe ging. Ik zei dat Daendels toch een weg had aangelegd. We vertrokken met de chauffeur  met ma Laumen en René bij ons.  Pa Laumen moest weer aan het werk en kon niet mee. En inderdaad na zo’n 30 km buiten Djakarta hield de weg op. Er was nog wel een tracé. Helemaal overwoekerd en nauwelijks zichtbaar. Met een slakkengangetje zijn we verder gereden. Je moest ontzettend goed de benzinemeter in de gaten houden, want de pompen lagen ver uit elkaar. En dat ging nog echt ouderwets. Met een stang die je op en neer moest bewegen kreeg je de benzine tergend langzaam in de tank. Een keer moesten we planken over een riviertje leggen om aan de overkant te komen. Uiteindelijk kwamen we in Anjer aan. Hier was een markt. Wij stapten uit om voor Marcella schoenen met plateauzolen te kopen. Ze waren ook hier in de mode en je kon ze goed gebruiken in zee. Want op de bodem lag geen zand, maar koraal. Wat bleek. In deze streek van Java hadden ze al 25 jaar geen blanke meer gezien. Marcella werd direct omringd door veel kinderen, die al joelend met haar meeliepen en haar af en toe even aanraakten.

Zo moest Livingstone zich in Afrika gevoeld hebben. We zijn daarna verder gereden naar Anjer Kidoel. Je gelooft het niet, maar er stond een bungalowhotel met op het strand 26 bungalows. Wij waren de enige gasten. Het voltallige personeel was wel aanwezig.  Ongelooflijk. Ma Laumen, gewend om in de tropen te leven, zei dat we maar eerst op het terras moesten wachten tot zij haar werk had gedaan. Uit een tas haalde ze een spuitbus Raid genaamd, tevoorschijn. Ze spoot de inhoud in de kamers. Na een uur zijn we naar binnen gegaan om de boel op te ruimen en te luchten. De vloer lag bezaaid met allerlei insecten, kakkerlakken, muggen, vliegen en nog wat ongedierte. Op het terras kon je zover kijken als je maar wilde. Er was geen hond te bekennen. Alleen strand met hier en daar een palmboom.

 

 

                                                                                           Rechts onze bungalow

                                                                       Terras bij onze bungalow

 

                                                         Vlak bij onze bungalow

 

Vanuit Anjer Kidoel kon je een motorboot huren en varen naar de twee eilandjes. Ongelooflijk hoe snel de natuur zich hersteld. Zo hier en daar groeiden in het lavazand al weer jonge klapperbomen. Je zakte overigens tot aan jouw knieën in de lava. Wat een ervaring was dit.

De terugweg naar Djakarta verliep veel sneller dan verwacht.  En weer hebben we een paar dagen doorgebracht bij het zwembad. Het meest avontuurlijke  tripje zal ik mijn leven niet meer vergeten. Via pa Laumen (en de Shell) zijn we met een gids vanuit een helikopter gedropt in het natuurreservaat ‘Ujong Kulon’. Zonder de gids zouden we het geen 5 minuten hebben overleefd. Overal om jou heen slangen en ander ongedierte. Toen we bij een open plek kwamen, ging de gids de tenten opzetten. We zouden een nacht blijven. We moesten van hem onze kleren uit doen en ons lichaam checken op bloedzuigers. Nou, ze zaten overal, in mijn schoen, aan mijn kuit vastgezogen. De gids hield zijn kretek sigaret bij de bloedzuiger. Deze liet direct los. Opgelucht zijn we de volgende morgen weer vertrokken.

Hierna zijn we door een Shell-schip voor twee dagen met wat proviand en een tent afgezet bij een van de duizenden onbewoonde eilandjes eigenlijk maar 130) voor de kust van Djakarta, de Pulau Seribu (duizend) eilanden. In een half uurtje  was je het eiland helemaal rondgelopen. Er was verder niets, nog geen palmboom. We wilden de sensatie meemaken van ‘alleen op de wereld’. Dat is wel gelukt, dacht ik zo.

Na weer een paar dagen bij het zwembad ging onze volgende trip richting Buitenzorg, tegenwoordig Bogor, Bandoeng en dan naar een van de Shell huisjes in de buurt van Tjipajung, Tjipanas. De Shell had voor zijn personeel een aantal huizen gekocht (gehuurd?) die je gratis kon betrekken. Toen wij daar aankwamen was er voltallig personeel aanwezig: baboe, kokkie en djongos.

 

                                                                                    Onze bungalow

 

Vanuit het huisje hadden we verschillende tripjes gemaakt. Marcella en ik waren alleen naar de botanische tuin van Buitenzorg geweest. We werden door Pa Laumen afgezet en na een paar uur weer opgehaald.  Het duurde even voordat hij er was. We zijn op de stoeprand gaan zitten. En dat moet je in Indonesië niet doen. Binnen een mum van tijd stond de sateh verkoper  zijn vuurtje op te stoken, de Tjing Tjao-man nodigde ons uit om een glas te nemen.  Tjing Tjao (ik weet niet meer precies hoe je het schrijft) wordt als volgt gemaakt: pandangblad wordt in water gelegd. Toegevoegd wordt wat bindmiddel (?). Dit laat men een tijdje staan om te fermenteren. Als dat is gebeurd dan heb je een groen doorzichtig spul dat er als een drilpudding  uitziet. De verkoper loopt op straat met een stang over de schouder met in een kuip de Tjing Tjao en in een andere kuip vloeibare bruine suiker. Gemengd is dit heerlijk dorstlessend en koel. Ik heb een glas Tjing Tjao  genomen.  En ook van de es gosok (schaafijs) gegeten. Heerlijk.

 

                                                                                Sateh verkoper

 

Op een andere dag zijn we naar de Tangkuban Perahu berg (omgekeerde boot)geweest. Vlak in de buurt van de berg kon je de zwavellucht al ruiken.  Als je naar de krater afdaalde liep je door een bos met allemaal verkoolde bomen. 

           

     Op weg naar de Tangkuban Perahu even een stop om gekookte djagung (maiskolf) te eten. Alles wat  je niet op at, werd weer gebruikt om het vuur mee op te stoken.

   Ergens anders een heerlijk maal

 

    Zwart geblakerde bomen

 

   

En natuurlijk werd er gedemonstreerd dat je met gemak in het hete, door  zwaveldamp verwarmde water, eitjes kon koken.

 

Afscheid van Indonesië

Tijdens ons verblijf in Djakarta werd door het personeel van de Shell iedere gelegenheid te baat genomen om een feestje te geven. Eerst werd in een huis van een van de directeuren gevierd dat de dochter van Jan Laumen in Indonesië was. Gebruikelijk was wel dat de mannen, ik ook dus, een gebatikt hemd droegen. Iedereen had zo’n hemd aan, behalve ik. Ik was in een wit safaripak. Was toen in Holland in de mode. Ik heb zo’n safaripak daar ook laten maken. Daarvoor  moesten we eerst naar Blok M, een markt met verschillende straten. In elke straat werd iets anders verkocht. Zo had je straten met alleen ‘winkels’ met kleren, stoffen, etc. ik had daar een stuk stof, ecru, gekocht. Daarna door naar een kleermaker. Ik had daar in mijn beste Maleis en met handen en voeten onderhandeld. Na afloop stak de kleermaker zijn duim omhoog. Hij vond dat ik goed onderhandeld had. Op diezelfde markt was ook een straat met antiek. Marcella en ik zijn zo’n winkel ingestapt en al snel hadden we het gezien. Marcella zei iets te hardop dat dit absoluut geen antiek was. Er kwam een man op ons af en zei: “Kenners? Nou, kom maar mee”. Hij nam ons mee naar een deur achterin het pand. Hij deed de deur open en wij wisten niet wat we zagen. In een grote hal stond, lag antiek uit de Koloniale tijd. Karossen, kasten, meubels. Hij zei ook nog dat hij nog twee opslagplaatsen in Buitenzorg had.

Ik heb zijn kaartje meegenomen voor Laurens. Laurens had met Mathijs een antiekwinkel in Amsterdam. Voor ons vertrek naar Indonesië had hij ons gevraagd om uit te kijken naar een antiekhandel, die ook naar Europa uitvoerde. Later bleek dat Laurens contact had gemaakt, maar dat de onderhandelingen waren afgebroken, omdat de vervoerskosten naar Nederland zo hoog waren, dat het niet de moeite waard was.

Het was inmiddels tijd geworden om naar huis te gaan. Ons geld was op. We hadden nog graag naar Malang gewild en naar Padang op Sumatra. Ons verblijf in Djokja had zoveel van ons budget gevergd dat het niet meer  toereikend was om naar Malang en Padang te gaan. Maar 4 dagen voor dat we vertrokken werd ik doodziek. Ik heb een Chinese dokter, die nog Nederlands sprak, gezocht en gevonden. Voor ik het in de gaten had, had de arts drie keer met een naald een of andere vloeistof in mijn buik gespoten. De dokter zei dat ik waarschijnlijk een virus had opgelopen door ‘van de straat te eten en te drinken’. Maar na 4 dagen was ik op tijd beter om de lange vliegreis te doorstaan. Ik weet zeker dat als mij dit in Nederland was overkomen ik zeker een maand daarmee zoet was geweest.

 

Ter gelegenheid van ons vertrek, werd er weer een afscheidsfeestje geregeld voor ons met een tennistoernooi en een barbecue. De saté werd door deze man geleverd.

 

Bij terugkomst in Nederland bleek onze tuin aardig te zijn gegroeid. We hadden namelijk de tuin in het najaar van 1975 aangelegd. Het was een heemtuin. In een heemtuin plant je alleen bomen en planten die uitsluitend in Nederland voorkomen. Nou, dat was uiteindelijk toch een enorme vergissing. Sommige planten gingen zodanig woekeren dat je continu bezig was de wat zwakkere planten te beschermen, zodat ze niet overwoekerd werden. De twee terrassen (voor en achter) en de paden waren belegd met houten tegels van 50x50. We hadden dit gezien in een woonblad. De terrassen en bestrating  van een Zweeds huis waren met dat materiaal bedekt. Ook vele huizen in Duitsland hadden zoiets. In Nederland was het nog volkomen onbekend. Bij informatie zei men ons dat de tegels eerst onder hoge druk moesten worden geïmpregneerd. Na ontvangst van de tegels heb ik ze stuk voor stuk (250 stuks) aan beide kanten bruin gebeitst. Na 15 jaar waren ze wel aan vervanging toe.

 

 

 

 

Deel 8

De eerste jaren van zoon Marc

 

24 juli 1978 Geboorte van Marc

Op 4 december 1977 bleek Marcella zwanger te zijn. De predictor wees dat uit. Ze was aan het dichten en kon gelijk niet meer verder dichten. Ze was helemaal van de kaart. Twee dagen later waren we bij de huisarts. Hij was bijzonder vereerd dat we hem vroegen om de baby te halen.  We zeiden ook dat Marcella poliklinisch wilde bevallen in het Diaconessen Ziekenhuis in Leiden en dat ze geen zwangerschapsgymnastiek wilde doen. Dokter van Beusekom was het daar volledig mee eens. Hij zei: “Daar worden de vrouwen alleen maar eigenwijs van. Ze luisteren niet meer naar je en denken dat ze het wel weten.” Later bleek dat bijna iedereen in Voorschoten thuis wordt geboren. Het is niet zo chic als je in Leiden wordt geboren. Over kale kak gesproken. 

Het jaar 1978 was voor mij in tweeërlei opzicht belangrijk. In de eerste plaats werd op 24 juli 1978 Marc om 8.13 uur geboren. Marcella had een voorbeeldige zwangerschap doorgemaakt. Eigenlijk had ze nergens last van. Ja, op het laatst de dikke buik die in de weg zat. Om 4 uur ’s nachts op 24 juli 1978 werd ze wakker door de weeën. Ik had de dokter gebeld. Hij zei dat hij voor dat hij zijn praktijk ging beginnen even langs zou komen. Om 10 voor acht was hij er. Hij zei dat er geen tijd meer was om aan te kleden, Marcella moest zo snel mogelijk naar het ziekenhuis, want ze had al zo’n 11 cm ontsluiting. Met de dokter voorop in zijn auto en wij er achter aan, zijn we al toeterend naar Leiden gereden. Het was ook nog spitsuur. Bij het ziekenhuis aangekomen, moest Marcella in een rolstoel gaan zitten. In vliegende vaart naar de verloskamer. Ik wilde net naar buiten gaan om een sigaret te roken. De dokter zei dat daar geen tijd meer voor was. Het ging beginnen, het was 8 uur 10 . Nou, en inderdaad na drie keer persen, floepte de baby er uit. Ze noemen dat een stortbevalling. Het was 8 uur 13.

Marcella was niet ingescheurd, omdat ze zo lenig was. Ze had vroeger aan ballet gedaan. Ik moest naar huis mijn zoon aangeven. Marcella baalde dat ze niet meteen mee mocht. Ze had zo’n trek in een sigaret. Mijn buurvrouw Stans Spigt heeft mij geholpen om de wieg in orde te maken.  Op het stadhuis in Voorschoten waren ze enorm blij met de geboorte, er was al jaren geen bevolkingstoename meer geweest. Er was gebak geregeld. Maar toen ik zei dat Marc in het Diaconessen Ziekenhuis was geboren, zeiden ze teleurgesteld dat ik in Leiden aangifte moest doen en niet in Voorschoten.

 

    Ik heb de initialen van Marc bewust gekozen, namelijk  M(arc) G(illiam) (van den ) B(erg) of te wel  MGB en dat vind ik een geweldige auto. Marc heeft zijn initialen als monogram nu zelfs in laten naaien in zijn op maat gemaakte overhemden.

 

 Na de lunch heb ik Marcella en Marc opgehaald. De zuster zei: ” Zo, bent u de vader, nou geluk er mee, het is een driftkikker”. Marcella mocht niet in mijn auto naar huis, maar werd met de ambulance thuis gebracht. De straat was opgebroken. De broeder heeft Marcella in zijn armen het huis ingedragen, de trap op en in bed gelegd.

Die zelfde middag hadden we al kraambezoek. Ik had wat afgesjouwd met koffie, thee en gebak. De volgende dag had de kraamverzorgster Marc in de kinderwagen op het terras in de tuin gezet.  Het was bloedheet en dus kon het. Op een gegeven moment keek ik naar de kinderwagen en zag tot mijn schrik een ekster op de stang zitten. Hij loerde naar binnen. Ik weet niet hoe snel ik naar buiten ben gerend om de vogel weg te jagen. Marc had geen borstvoeding, maar er werd wel melk afgekolfd.  Na een paar dagen was ik volleerd in de baby in het bad doen, pampers  verschonen, kleertjes aan doen, etc. Ik stond ‘s nachts op om Marc zijn flesje te geven. Ik ben ook altijd met Marc naar het consultatie bureau geweest. Heel ongebruikelijk in die tijd. Een man in de wachtkamer.

Marcella was bang dat ze Marc uit haar handen liet vallen, ze was te verlegen om naar het consultatiebureau te gaan. Later bleek dat ze een postnatale depressie had gehad.

 

                         Ze heeft al weer het hoogste woord tegen Aggy Kooper, René Laumen en  kraamverpleegster

 

 

 

                                                                            4 generaties bij elkaar

 

Hier is Marc al wat ouder

In de tweede plaats hadden we op het CBS in het najaar van 1978 een proefonderzoek onder Jongeren van 13-24 jaar. Tijdens dit proefonderzoek bleek dat ouders van vooral de jongere kinderen sterk de neiging hadden om zich met de antwoorden van hun kinderen te bemoeien. Voor het hoofdonderzoek in 1979 hadden we de enquêtrices strikte opdracht gegeven om er voor te zorgen dat dit niet mocht  gebeuren.  De publicatie over dit onderzoek trok enorme belangstelling van de TV, radio, pers, tijdschriften. Nog nooit eerder was een dergelijk onderzoek in Nederland gehouden.  

 

 Na de publicatie van de kerncijfers heb ik in 1979/80 een publicatie geschreven over de vakanties van jongeren. Bij de analyse van de gegevens had ik gebruik gemaakt van twee analysemethoden, die in Nederland nog niet erg in zwang waren. Met hulp van een Wetenschappelijk Ambtenaar van de

Hoofdafdeling Methoden en Techniek (ik ben zijn naam vergeten) zijn Homoniemen analyse en Correspondentie analyse op het onderzoeksmateriaal toegepast. Met behulp van Homoniemen  analyse werd getracht om er achter te komen welke achtergrondgegevens sterk met elkaar samenhangen. Je kreeg dan clusters van achtergrondkenmerken.  Zo zaten provincie en land van bestemming dicht bij elkaar. Als voorbeeld:  Jongeren uit de provincies Noord- en Zuid-Holland en uit Limburg gingen vooral naar Spanje op vakantie. De jongeren uit Groningen en Friesland  vooral naar Scandinavische landen.  Met Correspondentie analyse kon je vakantieprofielen van jongeren beschrijven. Jongeren van 13-17 jaar uit vooral uit Zuid-Holland  gingen met hun ouders  14 dagen met de caravan/tent naar Frankrijk op vakantie.  Jongeren van 18-24 jaar uit vooral Zuid-Holland, de drie grote steden, Limburg  en wat minder significant: uit Noord-Holland gingen 14 dagen met vriendjes/vriendinnen of als stellen met het vliegtuig naar Spanje op vakantie en natuurlijk volpension. Jongeren van 18-24 jaar uit de Noordelijke provincies gingen vooral naar de Scandinavische landen of bleven in eigen land.

Je kunt begrijpen dat de belangstelling voor de resultaten van dit onderzoek van vooral reisorganisatoren en reisbureaus bijzonder groot was. Het CBS had nog niet eerder zo’n groot aantal  publicaties verkocht.

 

 

In 1979 waren we met pa en ma Laumen voor het eerst naar Engeland op vakantie geweest. Marc vierde zijn eerste verjaardag dan ook in Engeland. We hadden een huisje gehuurd in Athelhampton. We hebben de oversteek gemaakt met de nachtferry vanuit Vlissingen naar Sheerness. We zijn zo’n 4 weken gebleven. De overtocht was in die tijd behoorlijk kostbaar. Alleen de auto kostte al bijna 500 gulden.  Dus een week of zo loonde niet de moeite.

Ons huis met een enorme tuin lag iets buiten de kern van het dorp. Een van onze uitstapjes was naar het Athelhampton House and gardens. Dit is zo mooi van Engeland. Ik ben gek op kastelen en tuinen en in Engeland zijn ze in overvloed aanwezig. Ik heb een boek met 5000 beschrijvingen van Engelse tuinen.  

Iedereen denkt dat het in Engeland alleen maar slecht weer is. Niets is minder waar. We zijn 9 jaar achter elkaar naar Engeland geweest (met uitzondering van Bretagne in 1980). Met uitzondering van  1987 (Norfolk) hebben in geen enkel jaar regen gezien. Toen we in 1984 in Zuid-Devon kwamen, had het er al 3 maanden niet meer geregend. Het water was dan ook op de bon. Elke ochtend kwam de brandweer langs en mochten we 2 emmers vullen met water. Je mocht jouw auto niet meer wassen, de fonteinen waren afgezet, de openbare toiletten waren gesloten. Gelukkig kwam na een week de watertoevoer vanuit Norfolk weer op gang. We hadden in huis in ieder geval water. Na 3 weken heeft het ’s nachts zo hard geregend dat de waterreservoirs weer helemaal gevuld waren en was de ellende over. We zijn in de streken waar de kans op regen veel groter is, niet geweest. Met name  Londen, Lake District, Schotland, Ierland.

 

   Athelhampton House and gardens

 

 

 

         Marc 1 jaar

 

                                  Bij thuiskomst kregen we bezoek van Aggy Kooper, nicht van Marcella

 

 

 

                                              Met opa en oma Laumen in onze nieuwe tuin

 

                                                Met mama

               

 

 

 

 

 

 

 

   

 

HET TWEEDE DEEL VAN MIJN LEVENSBOEK

De Schrikkeljaren

 

      De Schrik(kel)jaren (1980-2003)

 

We zijn in 1980, ook weer met pa en ma Laumen en René, naar Bretagne op vakantie geweest. We hadden een prachtig huis met een ommuurde binnenplaats met een waterput, zowel in als buiten het huis, gehuurd. We zijn, vanwege Marc,  ‘s avonds om een uur of acht met twee auto’s vertrokken. Dit was heel handig want het was dan stil op de weg en Marc kon dan in zijn stoeltje de hele rit slapen.  Ik reed in een Citroën DS 14.

Ergens in de buurt van Breda ging pa Laumen naast mij rijden en gebaarde dat ik moest stoppen. Gelukkig was daar een benzinestation. We zijn op de parkeerplaats gestopt. Wat bleek? De voorruit van de auto van pa Laumen zat helemaal onder de olie uit mijn auto. We hebben de Wegenwacht gebeld. Deze meldde dat het heel druk was. Pas ongeveer na twee uur kwam de WW. De monteur keek  naar de auto en zei dat ik beter naar huis kon rijden. Bovendien had hij totaal geen verstand van deze  auto. Pas om 11 uur ’s avonds zou een monteur in dienst komen die mogelijk verstand had van deze auto. Deze wegenwachter kwam en zag meteen dat het kleppendeksel niet goed was gesloten. Hij heeft dit gemaakt en wij konden weer door. Ergens midden in de nacht gebeurde het weer. De auto lekte olie. We zijn elk uur bij een benzinestation gestopt om olie bij te vullen. Het was 11 uur in de morgen als we op een parkeerplaats stopten om olie bij te vullen. Marcella stapte uit de auto om de benen te strekken. Plotseling lag ze op de grond te spartelen. Een epileptische aanval, die gelukkig maar heel kort aanhield. De schrik zat er bij ons wel heel erg in. Gelukkig is het de rest van de vakantie bij deze ene aanval gebleven.

 

                                                        Huis in Bretagne met links op de foto de waterput.

 

Het huis had heel veel kamers, meer dan wij nodig hadden. De bedden echter waren verschrikkelijk. Helemaal doorgezakt. Wij hebben de matrassen op de grond gelegd en zo heel goed geslapen. Het huis, eigenlijk een boerderij, had een muur rondom met er binnen dus een cour. Naast de voordeur  (links op de foto) was een waterput. Ook in het huis was een waterput. De boerderij had een enorme keuken, een leef keuken. Eigenlijk waren we daar  de meeste tijd.

                                                                    Het huis vanaf de straatzijde.

                                                                                        Wasplaats in Vannes, Bretagne

     

                                  Vannes in Bretagne                                                                                                            Menhirs bij Carnac

 

De eigenaren van de boerderij woonden in een andere boerderij er naast. Elke ochtend ben ik met Marc naar de boer gelopen om daar verse melk, eieren, kaas, stokbrood, groente en aardappelen te kopen. De aardappelen moest je zelf uit de grond halen. En sommige groenten ook. De eieren gingen we samen met de boerin uit de kippenhokken halen. Elke keer als we daar waren kreeg Marc van de boerin een koekje. Het werd dus al snel dat ik tegen Marc zei dat we naar madame Cook gingen om eieren te rapen. We hebben diverse tochtjes gemaakt. Naar de grote stad Douarnenez , waar wij het huisje hadden. Naar het dorpje Vannes, met nog veel middeleeuwse huizen en een wasplaats en naar Carnac. Overigens de auto werd binnen een half uur gemaakt, schoon gespoten tegen een zeer schappelijke prijs, want hier hadden ze wel verstand van een oude Citroën. Toen we thuis kwamen, bleek in de ophanging van het rechter voorwiel een dode poes te zitten. Onze buurman Guus, de politieagent, zag het. We hebben de poes met veel moeite er uit gekregen, het was al deels aan het ontbinden.

 

 

     

 

     

 

 

         

                                                                                           Met oma en opa Laumen

                                   Met nicht Nathalie en neven Patrick, Misha en Rogier

 

                                                                       Met tante Hanny en mama en poes Pepper

                                                                                                 Stoer of niet soms ?

     

 

 

                                                              Al weer 3 jaar

 

In 1981 zijn we  weer naar Engeland geweest. Dit keer ging de reis naar Godalming in Surrey. Het jaar er op naar Noord- Devon. Van beide vakanties weet ik mij niet veel  meer te herinneren.  Wel dat we op een dag met de auto bij een dorp in Noord- Devon aan kwamen. Dit dorp was met een kabelbaan

verbonden met een hoger gelegen deel van het dorp. Er ging ook een weg naar toe. Deze weg was zo steil dat er bij het begin van de weg een slagboom over de weg was geplaatst. Je mocht er alleen langs als jouw auto genoeg power had om de ontzettend steile hellingen te kunnen nemen. Eendjes (2CV), Volkswagens en nog wat andere Engelse auto’s moesten een omweg maken om er te komen. Trouwens op weg naar boven zagen we links en rechts van de steile weg, die ook soms weer steil omlaag ging,  schuin op de weg,   zandpaden. Je kon hier in rijden als de remmen van jouw auto het niet hielden. Ook zag je regelmatig langs de weg auto’s met de klep omhoog. Overgekookte radiatoren.

Tijdens deze vakanties viel het mij op hoeveel alcohol Marcella eigenlijk dronk. Vooral sherry en wijn.

 

In 1982 gebeurde er iets heel erg vervelends met Marc.  Hij was toen 4 jaar oud. Op een dag klaagde hij dat hij pijn had in zijn rechteroor. De oorarts constateerde een bomberend trommelvlies. Een rood en uitpuilend trommelvlies. In het Academisch ziekenhuis hebben ze hem geopereerd.

Na een maand of zo klaagde Marc over pijn in zijn onderbuik.  Wij naar de dokter en toen bleek, dat, volgens de dokter, de oorontsteking was over geslagen naar zijn blaas. Hij had een blaasontsteking. Maar veel erger was dat ook geconstateerd werd dat  zijn nieren niet goed werkten. Acute opname in het Juliana Kinderziekenhuis in Leiderdorp was het gevolg. Terwijl Marc zich eigenlijk wel goed voelde, mocht hij zijn bed niet uit. Hij kreeg ook een heel streng dieet voorgeschreven.

Na een dag of twee waren we bij hem om 8 uur. Hij kreeg zijn ontbijt. De broeder zei: Marc ik heb iets heel lekkers voor je. Een gebakken eitje. Ik zei hem dat ik dacht dat Marc dat absoluut niet mocht hebben. Na raadpleging van de lijst bleek dat inderdaad zo te zijn. Ons vertrouwen in de verpleging was even zoek. We besloten om zo lang als mogelijk was om bij Marc te blijven. Dit hield in dat Marcella van 8 uur ’s morgens tot 2 uur ’s middags bij hem bleef.  Marcella was na de geboorte van Marc niet meer gaan werken. Ik kwam haar dan om 2 uur ’s middags aflossen. Ik bleef bij hem tot na Sesamstraat. Dan nog wat voorlezen uit Jip en Janneke en dan ging hij slapen. 

Na ongeveer een maand, deelde de arts ons mee dat de ontstekingen weg waren, de nieren weer goed functioneerden en dat Marc dus naar huis mocht. Wat waren wij opgelucht. We konden ook weer rustig slapen.

 

In 1983 waren we in de Cotswold. We hadden een huis, eigenlijk meer een kasteeltje gehuurd in Cirencester. Het huis had 90 kamers. Ze waren niet allemaal meer in gebruik.  De eigenaresse van 90 jaar woonde daar met haar kleindochter. Ze verhuurden een deel van de begane grond en runden ook nog de plaatselijke kruidenierswinkel. Wij logeerden in het deel van het huis grenzend aan de enorme tuin. Eens per jaar hield deze dame een tuinfeest voor het hele dorp. Pa Laumen heeft serieus overwogen om dit huis te kopen, want het stond al jaren te koop. Wij, Marcella en ik, zouden er dan een Bed and Breakfast willen beginnen. Opa Laumen stond op het punt gepensioneerd te worden door de Shell en zocht naar een huis om zich te vestigen. Maar oma Laumen zag hier helemaal niets in en dus ging de koop niet door. Helemaal in het noorden van de Cotswolds ligt het dorpje Stow-on-the-Wold (en volgens een Engels rijmpje: where the wind blows cold). We  hebben diverse tochten gemaakt, zoals naar Stratford-upon-Avon, de geboorteplaats van Shakespeare, Oxford, Bibury (dorpje uit de middeleeuwen) en natuurlijk Warwick Castle. The dungeons (kerker) vond Marc  het mooist. En uiteraard de ridders te paard. 

     

                                                                                                              Crocket in de achtertuin

                                                                                       Bibury

     

                                                                                                                                                                      Op een bankje in Warwick Castle

          

                                                                                                                                                      The dungeons

                                                                                                              Weer thuis in mama’s kleren poseren

 

In 1984 begon voor ons een reeks van jaren, waarin het met Marcella steeds slechter ging. Toen ik op een dag thuis kwam van kantoor, lag ze in bed. Ze was wel begonnen met koken, maar was halverwege opgehouden en, denk ik, stomdronken naar bed gegaan. Een half vol glas stond op het nachtkastje. Ze heeft er een week gelegen. Na een week kwam ze eruit. Ze voelde zich niet alleen ellendig, maar ook verschrikkelijk schuldig.  Ze beloofde het niet meer te doen. Na een maand was het weer raak. Ik heb geprobeerd met haar te praten en geprobeerd tot haar door te dringen. Na 14 dagen lag ze weer in bed. Zo kon het niet langer. Ik heb hulp gezocht bij eerst de huisarts. Hij verwees mij door naar het CAD (Centrum voor Alcohol en Drugs) in Leiden. Samen zijn we er naar toe gegaan. Eerst werd er met haar alleen gesproken en daarna met mij er bij. Het CAD had haar zover gekregen dat ze daar elke week naar toe zou komen om daar ter plekke in bijzijn van de hulpverlener een pil in te nemen. En ondertussen ging het leven gewoon door. Ik merkte wel aan alles dat onze liefde voor elkaar intenser was geworden. Maar ook dat Marcella zich steeds afhankelijker  van mij ging gedragen. Eigenlijk deed ze bijna niets meer alleen. Zelfs als ze kleren ging kopen, ging shoppen, vroeg ze of  ik mee ging.  Ook haar koopgedrag was veranderd. Vroeger kwam ze wel eens thuis met kleren, die ze in een opwelling had gekocht. Want na een of twee keer dragen, keek ze er niet meer naar om. Haar klerenkast hing vol met dergelijke ‘miskopen’. Nu echter, hing ze het kledingstuk weer terug in het rek. Ik zei dat het haar heel goed stond. Waarom kocht ze het niet? Ze zei dan: als het er over twee dagen nog hangt dan was het voor mij bedoeld, anders niet. Ik moet eerlijk bekennen: dit was wel heel erg gunstig voor onze portemonnee.

 

                                  We zijn dit jaar naar Zuid- Devon en Cornwall in Engeland op vakantie geweest met opa en oma Laumen.    

 

We hadden een huisje gehuurd in St. Ives. Prachtig gelegen aan de westkust van Cornwall. Een vrij ruige kust. Op sommige plekken ligt de zee diep naar beneden. Marc  heeft hier ook ‘gevist’. Ik weet niet meer of hij ook wat gevangen heeft. Ik denk het niet, want het was maar een profisorische hengel. Maar leuk vond hij het wel.

   

Ik heb geen foto van de steile rotskust. Hier op deze foto’s loopt het langzaam naar beneden.Marc probeerde hier de camera, die hij net heeft gekregen van opa Laumen.

 

Vanuit St. Ives hadden we heel veel (dag)tochten gemaakt. Zo waren we in Tintagel. Hier staat volgens de verhalen het kasteel van Koning Arthur. In dit kasteel werden de ronde tafel bijeenkomsten met zijn ridders gehouden. Tintagel ligt niet ver van Land’s End, op het uiterste puntje van Engeland. Niet helemaal want ongeveer 45 km voor de kust liggen nog de ‘The Isles of Scilly’. Ongeveer 5 eilanden zijn bewoond en ongeveer 140 zijn onbewoond. Op een van de eilanden is veel bollenteelt, voornamelijk narcissen. Maar ook andere bloemen worden hier geteeld vanwege het milde klimaat; de warme golfstroom stroomt hier langs. Deze warme golfstroom veroorzaakt ook dat met name in Devon, Cornwall, Wales en een puntje van Schotland  subtropische bomen en struiken voorkomen , die je normaal bij de Middellandse Zee zou verwachten.

                                                      Even pauze. Oma heeft altijd eten en drinken bij zich.

   Even lunchen en weer verder

 

 

   

 

Tijdens deze vakantie had Marcella geen problemen . Geen slokje alcohol. Heerlijk ontspannen voor ons allemaal. We zijn vanuit St. Ives ook naar Dartmoor, Devon geweest. Een enorm heideveld in het westen en in het oosten meer diepe dalen. Het westelijk deel ligt verhoogd, vandaar dat alleen heide daar wil groeien. Er lopen heel veel loslopende paarden. Midden in Dartmoor staat ook een bekende gevangenis van Engeland. Ook de Menhirs die je in Bretagne tegen komt staan hier her en der verspreid.

 

   

                                                                                                                        Dartmoor horses

   

      Achterkant van het huisje.

 

   

                                                                  Je kon ook met een huifkar een tochtje maken door het gebied.

 

Ook aan deze vakantie kwam weer een einde. De poezen waren blij dat we weer thuis waren.

   

                                                                Fluffy, een van de twee van onze poezen

 

Al snel na thuiskomst wachtte ons een groot feest. Oom Bob en tante Els Kooper vierden hun 50 jaar huwelijksfeest in hotel restaurant Beukenhof in Oegstgeest.

Hotel restaurant Beukenhof had een prachtig aangelegde tuin. Er stonden zelfs een paar fruitbomen in. In de tuin werd het aperitief en binnen het diner geserveerd.

       Pruimen boven ons hoofd.

    Met Aggy Kooper

 

Mooi zijn we hier, he.

     Marcella, Aggy en Gwen Kooper

 

   

                                        Met Hanny                                                                    Met Mariska, achterbuurmeisje, in het badje en in de zon

   

                                                         Met Floorje, buurmeisje, in het bad en samen een ‘(stok)broodje gezond’ eten.

   

                                                Schaatsen met Floortje                                                            Toen, in 1984, kon de Korte Vliet nog helemaal dicht vriezen.

1984 is ook het jaar dat Marc  op judo is gegaan. Ik wilde dat perse. Ik had nog steeds in gedachten wat de zuster tegen mij zei, toen ik Marcella en Marc van het ziekenhuis kwam halen: geluk er mee, het is een driftkikker. Ik dacht dat ze dat hem op judo les wel iets konden afleren en meer  zelfbeheersing konden bij brengen. Ik dacht dat dat toch redelijk is gelukt.

 

Ik kan mij bijna niets herinneren van het jaar 1985. Op het CBS ging alles kennelijk z’n gangetje. We zijn dit jaar weer met opa en oma Laumen naar Engeland geweest. Vlak voordat we op weg gingen, was het even mis met Marcella. Ze stond er op dat ze tijdens de vakantie gewoon een glaasje kon mee drinken. Toen wij dat niet goed vonden, weigerde ze nog langer de pil te slikken. Na veel gepraat is ze toch weer die pil gaan slikken. We gingen dit keer naar New Forest . New Forest is een gebied ten westen van Southhampton. Het is een National Park. Ooit aangelegd door Nederlanders. In het hele gebied lopen paarden vrij rond. Je komt ze dan ook in de straten van de steden tegen. Wij hadden een huisje gehuurd even buiten het gebied, in Lymington.

 

                                                       Het huis  had een enorm grote tuin.

                                                       Badminton in de tuin van het huisje

Op de grens van de tuin stroomde een riviertje. We hebben gevist, maar niets gevangen.

Op een dag zaten we in de tuin. Oma had wat broodkruimels gestrooid. Op een gegeven moment kwamen 2 eksters aangevlogen en begonnen van het brood te eten. Plotseling, als van uit het niets, dook een roofvogel (buizerd?) op een van de eksters.  Hij had de ekster te pakken en begon het meteen met ‘huid en haar’ op te eten. De andere ekster was weggevlogen. Marc schrok verschrikkelijk hiervan en begon spontaan te huilen. Even later vloog de andere ekster vlak over de roofvogel. Deze bedacht zich geen moment en vloog op en had ook de andere ekster te pakken. Marc had die nacht een nachtmerrie van het gebeuren. We hebben ook nog een tuin bezocht. De naam is mij ontschoten. En we zijn naar het plaatsje Beualieu  geweest. In Beaulieu was/is een auto-, motor- en fietsmuseum.

 

 

 

 

Toen wij in de tuin van het museum liepen , hoorden we een begin van een ruzie tussen een man en een vrouw. Nieuwsgierig zijn we dichterbij gekomen. Wat bleek. Het was een kleine opvoering van twee acteurs (ik heb ze later op tv gezien). Het was zo echt dat heel veel mensen bleven staan kijken.

We zijn ook nog naar het eiland Wight, dat voor de kust van New Forest ligt, geweest, maar daar heb ik geen foto’s van.  Ook van ons bezoek aan Porthmouth, vlakbij Southhampton heb ik geen foto’s. In Porthmouth kon je het HMS Victory van admiraal Nelson bezichtigen. In de slag bij Trafalgar versloeg Engeland het Frankrijk van Napoleon. Nelson kwam bij deze slag om het leven.

   

                                                                                      HMS Victory

 

                                     Bij terugkomst kreeg Marc nog een verlaat cadeau van Mark van Eijnsbergen.

In 1986 werd Flevoland de twaalfde provincie van Nederland. Lelystad werd de hoofdstad. In dit jaar is weer eens een elfstedentocht gehouden. Evert van Benthem werd de winnaar. Prins Willem Alexander reed ook mee.  In april komt een einde aan een 335- jarige oorlog tussen Nederland en de Scilly-eilanden (Engeland). Ook in dit jaar vond de verschrikkelijke kernramp in Tsjernobyl, Oekrainië plaats met als gevolg de dood van 4000 mensen. Miljoenen andere mensen kregen te maken met de effecten van de dodelijke straling, die vrij kwam.

 

In 1986 zijn we weer met pa en ma Laumen naar Engeland geweest. Dit keer ging de reis naar Kent. We zouden in het huis van Aggy Kooper in Sevenoaks logeren. Op het laatste moment werd haar huis toch nog voor langere tijd verhuurd en konden we dus niet terecht. Op de valreep konden we een huisje huren in het dorp Smarden. Smarden is bekend vanwege de vele huizen die worden gebruikt in typische Engelse films, series, zoals bij de verfilming van Agatha Christie’s boeken.

 

 

 

                                                                                      Achterkant huisje

 

 

               

Het huisje hadden we gehuurd van een man die zelf op het terrein van Sissinghurst , een van de mooiste tuinen van Engeland, woonde. Hij had het huisje nog maar net in de verhuur gezet. Eigenlijk was hij nog niet klaar met de inrichting van het huis en de tuin. We hebben dan ook toch nog veel in het huisje gedaan, zoals lampen ophangen, klerenkasten in elkaar zetten. Ook hebben we het gras gemaaid en onkruid verwijderd. Van uit het huisje hebben we dit jaar veel tuinen bezocht.

 

   

                                                                                                                       Hever  Castle

 

   

                                                                                                              Hever castle

Zo bezochten we Hever castle and  garden, Sissinghurst castle and gardens , Knole castle and garden, Scotney castle and garden.

 

                                                     Marcella en Marc bij Hever castle

 Sissinghurst garden

     Sissinghurst castle

      Sissinghurst garden

 

     

                                                                                                           Scotney castle and garden

 

     Marc voor Knole castle

 

   

                                             Oma Laumen en Marcella

 

   

                              Ouderwets sjoelen                                                                                             Met Floortje in onze voortuin

 

Marcella is in 1987 40 jaar geworden. Voor haar reden om in januari al te stoppen met het innemen van de pil om op haar verjaardag op 17 februari te kunnen drinken. Gevolg daarvan was, dat ze op haar verjaardag in bed lag. En zo ging dat elke keer weer. Ze was er nog steeds van overtuigd dat ze best voor de gezelligheid een glaasje kon mee drinken. De hulpverleners hadden haar al verteld:  ‘eenmaal verslaafd, altijd verslaafd’. Zij was er (waarschijnlijk tegen beter weten in) van overtuigd dat dat niet opging voor haar. Na een dag of 14 was ze weer op de been en weer aan de pil. We konden weer met een gerust hart aan vakantie denken.  Dat jaar zijn we naar Norfolk op vakantie geweest. Ik heb daar geen foto’s van. Het is de enige keer dat het een paar dagen heeft geregend  tijdens onze vakantie.

In 1988 ben ik 50 jaar geworden. Zoals gebruikelijk heb ik mijn verjaardag niet gevierd.

Opa Laumen vroeg ons in 1988 of we weer mee gingen naar Engeland. Nu was het zo, dat hij graag op vakantie ging met oma Laumen, maar alleen als wij mee gingen. Dit hebben we zo’n 9 jaar gedaan. De andere kinderen van Laumen waren jaloers op ons. Ze dachten dat we elk jaar mee gingen omdat hun vader onze vakantie betaalde. Niets was minder waar. Alles werd hoofdelijk omgeslagen. Sterker nog en dit als voorbeeld, oma kocht vaak cashewnoten, waar wij dus aan hadden meebetaald . Maar als ik van de noten wilde eten, zei ze dat ik er af moest blijven, want de noten waren voor opa.

Dit jaar gingen we naar Zuid-Wales op vakantie. We hadden een huisje gehuurd op een living farm , buiten de  stad Neath. Bij aankomst stond de familie (vader, moeder, dochter en zoon van Marc’s leeftijd) ons op te wachten. Ze namen ons mee naar hun boerderij voor de afternoon thea en een rondleiding over het bedrijf. De volgende morgen stonden zus en broer voor de deur en vroegen naar Marc. Ze kwamen hem halen voor zijn eerste paardrijles. Bij de huur van het huisje, had ik niet gezien, was inbegrepen dat we ook van de paarden gebruik mochten maken. Aan het eind van de week kon Marc echt paardrijden, ja zelfs een lage hindernis nemen. Wij zijn met moeder en dochter  ook een dagje gaan paardrijden.

 

 

Na twee weken zijn we naar een andere boerderij gegaan voor nog eens twee weken vakantie. Toen we vertrokken, hadden we met de familie afgesproken, dat wij naar hun vakantie adres aan de kust zouden komen om gezamenlijk een dag door te brengen. 

Op de tweede boerderij was ook een jongen van Marc’s leeftijd. Maar het klikte absoluut niet tussen de jongens. Het klikte wel tussen de boerin en Marc. Hij was de hele dag met haar mee om de dieren te verzorgen. Wij konden rustig, zonder hem,  de omgeving verkennen.

                                                                                    Marc heeft de laarzen van de zoon aan

Op een dag ging een koe bevallen van een kalf. Wij mochten er bij zijn. Het was een belevenis op zich. Ook omdat de bevalling niet helemaal vanzelf ging. De boer moest hard werken om het kalf er uit te krijgen. Uiteindelijk was alles in orde.

   We zijn samen met de familie van de eerste boerderij naar een pretpark geweest.

   

 

                                 Terug op ons tweede logeeradres , ging Marc weer iedere dag vrolijk met de boerin mee.

 

 

Nederland werd in 1988 Europees kampioen voetbal door Rusland in de finale met 2-0 te kloppen.

Op 15 augustus 1988 werd in Den Haag in de Scheveningse bosjes bij de waterpartij het Indisch Monument onthuld door Koningin Beatrix ter nagedachtenis  van de slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien wordt op die dag een herdenking gehouden.  Op 11 juli 1995 is een bronzen klok achter het monument geplaatst. De klok wordt 30 minuten lang geluid tijdens de jaarlijkse herdenkingen. De klok staat achter het monument.

     

Het Indisch Monument is ontworpen door Jarosla Dankowa en  bestaat uit 17 bronzen beelden, een kaart van Indië en de tekst:” De geest overwint”. Later is een bronzen klok  achter het monument geplaatst.  De kunstenares van het monument wilde niet dat men zou denken dat monument en klok een geheel vormden. Daarom is de klok achter het monument geplaatst.

 

 

Bij het teruglezen van de tekst moet ik constateren dat, naarmate de tijd dichter naar het heden komt, ik mij nog weinig kan herinneren.  Met name de details zijn vervaagd. Ongetwijfeld heeft dit alles te maken met het korte termijn geheugen. Naarmate je ouder wordt kan je je wat ver in het verleden ligt nog redelijk tot zeer goed herinneren.  Maar hoe dichter bij het heden, hoe slechter je de gebeurtenissen kan herinneren. Althans dit is met mij het geval. Ik vrees dan ook dat dit levensboek meer op een fotoboek gaat lijken dan op een beschrijving van mijn leven.

1989 begint als het jaar ervoor. Marcella ligt vanaf Kerst tot na Nieuwjaar in haar bed.  In de tweede week van januari is ze er weer uit en heeft dan weer spijt en beloofde het niet meer te doen. Dat ging goed tot weer vlak voor de vakantie. Dan nam ze de pil niet meer in om tijdens de vakantie te kunnen drinken. En weer net als vorig jaar was ze weer clean vlak voor de vakantie. De hele vakantie had ze zich voortreffelijk gedragen, maar nauwelijks thuis of ze lag weer binnen een week in bed. Maar eerst wat foto’s van de vakantie, die dat jaar naar Noord-Wales ging. Onze huisje stond aan de rand van de stad Llandudno.

Van hieruit hebben we Caernarfon Castle bezocht. Het huwelijk van Charles, Prince of Wales, met Diana is hier voltrokken. Op de tv zag je een prachtig kasteel. In werkelijkheid is slechts een toren nog in oude staat en hier vonden dan ook de tv-opnamen plaats.

                                                                                             Caernarfon Castle.

We zijn eerst met de auto en daarna met een treintje naar het hoogst bereikbare punt op de berg in het National Park Snowdonia geweest. Zo mooi als het weer aan de kust was, zo slecht was het hier. Koud en het miezerde. De invloed van de warme golfstroom is, zowel in Zuid- als Noord-Wales, duidelijk te merken. Je denkt dat je je in Zuid-Frankrijk bevindt als  je hier aan de kust bent.

       

 

Zo is er een dorp, zeer toeristisch, Portmeirion. Een rijke Welshman heeft hier een dorp laten bouwen geheel in Italiaanse stijl. Het dorp is ook bekend , omdat hier de tv-serie ‘The Fugitive’ is opgenomen. Met bussen vol kwam men hier naar toe om dit subtropische dorpje te bekijken.

 

                                                                       Portmeiron

 

De communistische regimes in de DDR, Tsjecho-Slowakije, Hongarije en Roemenië  vielen een voor een. De val van de Berlijnse muur was dan een feit. Op 6 oktober mochten de mensen vrijelijk de grens over.

1989 is ook het jaar dat mijn moeder 80 is geworden. We hebben haar op 16 oktober een ‘Surprise-Party’ bezorgd in de Krypte Fatima aan de Soestdijkse kade 341 in Den Haag. Bij binnenkomst schrok ze wel heel even, glaasje water, maar daarna was ze heel blij dat er zoveel mensen waren om dit heuglijke feit te vieren. The Desmounts speelden, van tijd tot tijd versterkt met andere illustere Indo-rockers.

 

 

                                                                                        Fortgensschool 1989, Voorschoten

 

Het jaar 1990 begon goed. Meer dan 200.000 West- en Oost-Duitsers vierden Nieuwjaar bij de Brandenburger Tor. Op 7 februari viel de Sovjet Unie uiteen. In de loop van het jaar verklaarden voormalige Sovjet onderdelen  zich onafhankelijk. Oost- en West-Duitsland werden op 3 oktober herenigd. Nelson Mandela werd op 11 februari vrijgelaten. Op 2 augustus viel Irak Koeweit binnen. Dit was het begin van de Golfoorlog. In mei bracht Microsoft Window’s 3.0 op de markt en deden  Word en  Internet Explorer hun intrede.  Ook leuk: op 31 januari opende het eerste Mc. Donald’s restaurant zijn deuren in Moskou. Natuurlijk was er veel meer gebeurd in 1990, maar ik kan het me  niet meer herinneren. Wat ik me nog heel goed kan herinneren is onze vakantie naar Zuid-Frankrijk. Natuurlijk geholpen door de foto’s, die zijn gemaakt.

Naast Marcella, Marc en ik was mijn moeder met ons mee. Achter in de kofferbak was een doos met allerlei boemboes voor het maken van een rijsttafel. Ze zat achter mij, naast Marc. We hebben onder weg, 2 augustus,  geslapen in hotel Orion in Amneville les Thermes in Noord-Frankrijk. De volgende dag zijn we doorgereden naar ons vakantie adres in Marseillan Plage in Zuid-Frankrijk, niet ver van de Spaanse grens en in de buurt van Béziers en Agde.  Het was die dag heel erg warm, meer dan 30 graden. Mijn moeder, op de achterbank, gaf geen kik. Ergens midden op de hoogvlakte was er een opstopping.  De Fransen waren uit hun auto’s gekomen en maakten verschrikkelijk misbaar toen het lang begon te duren. Mijn moeder zei: “Wat maken die mensen zich toch zo druk. Ze krijgen het alleen nog maar warmer”. Laat in de middag waren we bij het huisje. Ik had dit huisje via Leenders Vakantiehuizen gehuurd van een man, die bleek oesterkweker te zijn. Zijn oesterbanken had hij in het Bassin de Thau. Hij vertelde dat hij de oesters kweekte tot ze een bepaalde grootte hadden en daarna werden ze uitgevoerd naar Zeeland, waar ze verder werden gekweekt.  Het huisje bestond eigenlijk uit twee gedeelten. De eigenaar woonde met zijn gezin boven met de ingang aan de voorkant en wij hadden het deel aan de achterkant. Hier was ook de grote tuin met een vrij groot zwembad erin. Tijdens ons verblijf maakten ze geen gebruik van het zwembad. Alleen hun zoon kwam iedere middag om het schoonspringen te oefenen. Hij zat namelijk in de Franse nationale schoonspring equipe.

 

                                                                 Markt in Marseillan

   

 

   

                                                                                                                                     Lekker aan het zwembad

 

 

                                                                   

                                                                                                 Bij het zwembad en op het strand                         

Sinds 1850 werd in Marseillan het wel bekende Franse aperatief Nouilly Prat gemaakt.  Marcella en ik hadden een rondleiding geregeld. En na afloop natuurlijk de proeverij. In die tijd bestond er een stroop dikke, zoete Nouilly Prat, die alleen in Frankrijk te koop was.  Overal in de omgeving waren wijnproeverijen. Ook op de markten. Op een dag waren Marcella en ik bij een wijnboer om de plaatselijke wijn te proeven. En wat zag ik daar tot mijn schrik. Een tankwagen, zoals die gebruikt wordt voor het vervoer van benzine, stond op het erf.  Met een slang werd de wijn in de tankauto van Albert Heijn gegoten.

We hebben diverse tochtjes gemaakt naar Montpellier, Béziers, Agde, Cap d’Agde en Sète

                                                                                    Cap d’Agde

                                                                     Montpellier

 

      De familie van den Berg met aanhang. Mijn moeder staat niet op de foto. Mijn vader, Paul en Fred zijn dan al overleden.

                                                        Ixchel, Misha,Patrick, Nathalie, Rogier, Marc, Ruud

 

Na al dat moois en leuks eindigde 1990 weer niet zo leuk.  Marcella had weer eens de pil niet ingenomen en lag binnen de kortste keren in bed. Ik was nu op een punt gekomen dat ik na ben gaan denken hoe het nu verder moest. Alle hulpverleners hadden maar één oplossing: Scheiden. Dit was ook het beste voor Marc, zeiden ze. Want dan zou ze tot zichzelf komen en het drinken afzweren. Leuk maar dan zijn we wel gescheiden. Bovendien wist ik bijna zeker dat, als ik haar zou verlaten, ze zelfmoord zou plegen. Ze had al eens eerder in bad gelegen en met een mes haar pols doorgesneden. Maar heel oppervlakkig. Ze wist bovendien zeker dat ik haar zou gaan zoeken en haar dan in de badkamer zou aantreffen. Wat ook gebeurde. Ik heb lang getwijfeld, gewikt en gewogen. Uiteindelijk was ik tot de conclusie gekomen dat ik haar nooit zal verlaten, ik wilde ook niet op mijn geweten hebben dat ze zelfmoord zou plegen.  Bovendien dacht ik dat Marc sterk genoeg zou zijn en er geen trauma of iets dergelijks aan over zou houden. Ik besefte ook dat ik Marc geen leuke jeugd kon geven. Altijd was daar de angst dat ze dronken door het huis zou lopen, terwijl vriendjes in huis waren.  Hij had dan ook nooit vriendjes thuis. Ik heb in de loop der jaren wel eens sorry tegen Marc gezegd. Maar ik wil nu nogmaals heel hard sorry zeggen en hoop dat hij het mij vergeeft voor wat ik buiten hem om ooit heb beslist.

Ik heb contact gezocht met de psychiater en in overleg met Marcella en met hem besloten tot opname in de afkickkliniek aan de Zeestraat in Den Haag. Ze zou gedurende minimaal een maand worden opgenomen. Ik mocht haar een keer per week gedurende twee uur een bezoek brengen. Ik deed dit meestal op zaterdag of zondag. Toen ik haar naar de kliniek bracht, was ik verbaasd wie ik daar allemaal tegen het lijf liep. Ontzettend veel politici en BN-ers. Na minder dan een maand mocht ze weer naar huis.  Ik weet het niet meer precies, maar ik denk dat ze na een maand of vier weer een borrel nam. Ze was ervan overtuigd dat ze het aankon. Niet dus. Achteraf had ik spijt, dat ik haar naar de kliniek had gestuurd. Ze hadden haar daar geleerd hoe je , ondanks alle tegenwerking, toch aan drank kon komen. Om te beginnen dronk ze geen wijn of sherry meer. Ze hadden haar verteld dat je wodka moest drinken. Wodka was veel sterker en wodka rook je niet. En je moest de drank overal en nergens verstoppen. Met name in de tuin kon je heel veel goede verstopplekken vinden.

Kortom het was er niet beter op geworden.  Weer kreeg ik alle hulpverleners over me heen. ‘Ga toch weg, het is beter voor Marc en voor jezelf en denk toch een keer aan jezelf. Bouw een nieuw leven p’. En opnieuw had ik toen besloten om het niet te doen. Ik was ervan overtuigd dat ik haar zo ver kon krijgen dat ze nooit meer zou drinken.  Dat het leven ook leuk kon zijn zonder drank.

Op 16 januari 1991 wordt een begin gemaakt met het beëindigen van de Golfoorlog. Operatie Dessert Storm begint ter bevrijding van Koeweit. En op 10 maart is het zover.  540.000 soldaten vertrekken uit de Perzische Golf.

De Sovjet Unie bestaat officieel niet meer. Alle voormalige ‘lidstaten’ zijn onafhankelijk geworden.

In november  overleed Queen zanger Freddy Mercury.

Opa en oma Laumen wilden dit jaar naar de Algarve, Portugal. We zijn eerst 1 week naar een appartement in São Rafaël bij Albufeira geweest. Een prachtig appartement met een eigen zwembad voor de deur. Bij de huur was ook het gebruik van een auto inbegrepen.

       Lekker in het zwembad…….

     ……en op het terras

 

                                                                                          Het strand van São Rafael

                                                           Boulevard van Albufeira

                                                          Strand van Albufeira

We zijn de week daarop naar een huisje in de Club Albufeira gegaan. Heel mooi, maar heel druk. Het complex bestond uit een groot aantal huisjes en aan de overkant van de weg een enorme camping. De huisjes waren van particuliere eigenaren. Op het terrein, waar de huisjes op stonden, was ook een heel groot zwembad en speeltuin. Ook bij dit huisje was het gebruik van een auto inbegrepen. Marc ging  iedere dag naar het zwembad. Hij had ook al heel snel kennis gemaakt met een paar jongens en meisjes van zijn leeftijd. We hadden geen kind aan hem. We konden dus ook tochtjes maken zonder hem. Er was altijd wel een ouder die zei dat Marc  bij hen kon lunchen en ze zouden wel een oogje in het zeil houden.

                                                                       Tweede van links was ons appartement

 

 

                                                             Marc heeft deze foto gemaakt

 

Maar met Marc hebben we een tochtje langs de kust gemaakt. We kwamen toen ook terecht in Portimão. Hier hebben we aan de kade, vers uit zee, sardines gegeten.

 

 

                                                                                                             Hier zijn we in Lagos

 

1992 was voor mij een gedenkwaardig jaar. Voor het eerst werden in Nederland Dienstcommissieverkiezingen bij de Overheid gehouden, waarbij ook niet-vakbondsleden mochten mee doen.

Ik heb binnen het CBS bekend gemaakt dat ik mij kandidaat ging stellen.  Direct werd ik door een aantal mensen benaderd om mee te mogen doen. Ik werd ook door de AbvaKabo ( onderdeel van het FNV) en de CMHA ( Centrum voor Middelbare en Hogere Ambtenaren) benaderd. Het was beter om op hun lijst te gaan staan, dan iets zelf op te zetten. Natuurlijk heb ik dat geweigerd, omdat ik vond dat Vakbonden uitsluitend aan de mensen dachten  en niet aan het bedrijf. Als er een reorganisatie stond te gebeuren, was het eerste wat ze vroegen of er ook ontslagen zouden vallen. Als dat niet het geval was dan hadden ze nauwelijks belangstelling voor de reorganisatie. Ik vond dat bij een reorganisatie het bedrijf er zo min mogelijk op achteruit mocht gaan. Wij waren niet echt tegen gedwongen ontslagen, als dat maar ordentelijk en gedegen gebeurde en het bedrijf er beter van werd, efficiënter ook. De medewerkers moesten goed begeleid worden naar een andere baan (bij Overheid of bedrijfsleven) of bij hun ontslag als er geen andere mogelijkheid was.

Na de verkiezing voor de Dienstcommissie (DC) bleek mijn groep, die ik de Onafhankelijken had genoemd, 4 van de 17 zetels te hebben behaald. Niet onverdienstelijk voor een eerste keer.

Onafhankelijk betekende voor mij onafhankelijk van de vakbonden en van de Leiding (De DG = Directeur-Generaal ) van het CBS. Bij de verkiezing van de voorzitter van de DC hebben we bewust op de kandidaat van het CMHA gestemd. Wij hebben geen kandidaat gesteld, hij zou geen enkele kans hebben gemaakt. Wij vonden dat de kandidaat van het CMHA  heel goed het woord kon voeren tijdens de vergaderingen met de DG. Bovendien dachten we dat hij makkelijk manipuleerbaar was. In de praktijk was dit ook meerdere keren gebleken.

De tweede man op onze lijst, Hans Meeuwese, vond ik meteen al een veel betere woordvoerder dan ik zelf. Steeds meer CBS-ers meldden zich aan bij onze groep. In tegenstelling tot de vakbonden was bij onze groep het lidmaatschap gratis. We hebben het eerste jaar erg veel tijd besteed aan de organisatie van de groep en het denken over en het formuleren van onze denkbeelden over de organisatie van het CBS en van de medewerkers en over de positie van  het CBS binnen de Rijksoverheid . Op een dag werden Hans en ik bij de DG geroepen. Hij vroeg ons hoe wij dat deden met de indeling van onze tijd. Wanneer deden wij het DC-werk, wilde hij weten. Wij zeiden hem dat wij dat deden in onze vrije tijd. De DG had namelijk uit laten zoeken hoe dat was gesteld bij de vakbonden. En wat bleek:  als een ambtenaar, tevens lid van een vakbond, zitting nam in de DC, hij/zij 28 verlofdagen per jaar kreeg om dat werk te doen. Voor anderen was niets geregeld in de Wet. De DG zei ons dat hij de bevoegdheid had om ons voor het DC-werk verlofdagen te geven. We vroegen en kregen 12 dagen per jaar, één per maand.

In de periode na 1992 volgde de ene reorganisatie de andere op. Vaak was een reorganisatie nog niet eens afgerond of de volgende werd al weer aangekondigd. Ook was het zo dat het Ministerie van Economische Zaken, waar het CBS administratief onder viel, telkens weer probeerde, en er ook vaak in was geslaagd, om de pijn vooral bij haar Diensten (waaronder dus het CBS) te leggen.

Als ik nu terugkijk dan  ben ik best wel trots op wat we voor het CBS en haar medewerkers hebben kunnen doen in een tijd van vele reorganisaties. We zijn er samen met de vakbonden, moet ik eerlijk zeggen, in geslaagd om grote reorganisaties in goede banen te leiden. We hebben er voor kunnen zorgen dat niet alle bezuinigingen op het CBS werden  afgewenteld. Wij waren bereid om daarvoor naar de rechter te gaan. De vakbonden wilden dat niet, ik weet niet waarom. En dus hebben we niet steeds onze zin  kunnen krijgen.

Op ons initiatief kregen,  niet onbelangrijk, alle medewerkers ergonomisch verantwoorde stoelen en tafels om aan te werken.  Het meubel air was namelijk hopeloos verouderd. Ik had ook persoonlijk, vooral lagere, medewerkers geholpen bij het invullen van hun belastingformulier. Althans bij het invullen van het zogenaamde T-biljet. Want mij was gebleken dat juist de lagere ambtenaren verzuimden om zo’n biljet aan te vragen. Zij waren totaal niet op de hoogte dat je sommige uitgave posten kon aftrekken. Dit scheelde som wel enkele honderden guldens per jaar.  Eigenlijk deden wij meer voor het personeel dan de vakbonden. Naar mijn idee zaten deze mensen vooral in de DC’s  ter meerdere glorie van hen zelf en niet te vergeten de 28 verlofdagen per jaar.

 

1992 was ook aanvankelijk een heel gelukkig jaar. Marcella zag het leven weer helemaal zitten. We waren heel gelukkig met ons drieën. We maakten plannen voor de zomervakantie. We besloten om naar Kreta te gaan.  Ergens aan de Oostkust van Kreta, 2 kilometer ten zuiden van Agios Nikolaos ligt aan een kronkelende kustweg  het dorpje Amoudara. Het bestond uit wat villa’s tegen de hellingen, wat appartementen, 3 restaurants , een supermarkt en Amoudara Holiday Village. Een complexje van 5 villa’s tegen de heuvels aan gebouwd, 2 appartementsgebouwen, een woning (met nog wat losse kamers te huur) van de eigenaar, een centraal gelegen enorm groot zwembad gevuld met bronwater en een tennisbaan.  Wij hadden een beneden appartement in de Vardas Appartments, gelegen in een olijvenbos. 

Het complex was een gezamenlijk bezit van een Griek en een Nederlands echtpaar uit Nijmegen. Via hen heb ik dit appartement geboekt. Was wel een beetje link, want ze waren net begonnen en nergens bij aangesloten (ANVR, Garantiefonds).  Terwijl wij  er waren, kwamen zij met hun dochter Tamara ook vakantie vieren. Bij het zwembad was het altijd oer gezellig. Je nam wat te drinken uit de ijskast en noteerde dat in een schriftje. Tegen de avond werd er een barbecue aangestoken. Met alle aanwezigen werd dan gezamenlijk gegeten. Marc kon zijn hart ophalen. De hele dag aan het

                                                                          Marc (op het terrasje) en Marcella voor het appartement

zwembad en van tijd tot tijd een potje tennis, weliswaar in de hitte. Op een dag vroeg Tamara of Marc wel eens had gedoken. Zij stelde voor dat hij een keer met haar meeging. Marc vond dat een fantastisch idee en zei meteen ja. Wij vonden dat minder en vonden het alleen goed als wij ook mee mochten. We gingen daartoe naar Elouda, bekend van de TV-serie: Wie betaalt de Veerman.

                                                                      Marcella aan het haventje van waaruit we vertrokken

     

                                    Marc en Tamara                                                                                       Marc maakt zich gereed om te gaan duiken

 

Vanuit het haventje van Elouda vertrokken we naar een geschikte plek om te kunnen duiken.  Toen het bootje stil lag, voelde ik de enorme schommeling. Het was ontzettend warm zo dicht bij de rotsen. Marcella en ik namen een zeeziektepil. Dat was maar goed ook want de duikers, nauwelijks uit het water, namen een cola. De een na de ander moest overgeven. Marc is met Tamara niet dieper dan een meter of tien geweest. Daar leerde hij de eerste kneepjes van het diepzee duiken. Na afloop wilde hij, meteen terug in Holland leren diepzee duiken. 

We zijn op een zondag naar Knossos geweest. Natuurlijk weten alleen Nederlanders dat het Knossos-paleis en -museum op zondag gratis toegankelijk zijn. Het museum staat in de hoofdstad Heraklion.

 

We hadden ook een auto gehuurd.  Telkens als we op de wat grotere wegen reden, zagen we  kleine altaren langs de weg. Niemand weet precies waarvoor ze daar stonden. Sommige mensen zeiden dat ze op de plek stonden waar een  familielid een dodelijk ongeluk had gehad. Anderen zeiden dat ze daar zo maar waren neergezet om even te kunnen bidden.  

Het is de eerste keer dat het met Marcella ook misging in de vakantie.  Het duurde gelukkig niet lang. Drie dagen. Ik ben met Marc ondertussen wel naar de bekende badplaatsen Chersonissos, Malia en Chania geweest. Later is Marc met vrienden nog wel in Chersonissos op vakantie geweest.

 

       

                                                                                    Op de achtergrond staat zo’n altaartje

 

Dit is Kritsa. In en bij het dorp heel veel mooie oude kerken, soms nog alleen ruïnes. Het leek wel of het hele dorp bezig was met het weven van kleedjes, tapijten en kleding. Vooral oudere vrouwen deden dit.  Uiteraard veel souvenir winkeltjes en restaurants.

Op een van onze tochten zijn we in Vai aan de oostkust, bekend van de enorme palmenbossen en koraalstranden,  en in Ierapetra aan de zuidkust geweest. Ierapetra was toen een heel klein plaatsje. Het toerisme moest nog helemaal op gang komen.

                                                           Ierapetra aan de zuidkust

 

Natuurlijk zijn we ook in Agios Nikolaos geweest. Midden in de stad ligt een vrij groot meer. Dit meer was zo diep, dat de verhalen gaan, dat op de bodem op 30 meter diepte nog oude schatten liggen, die nog niet naar boven waren gehaald.

 

Eens in de 3 à 4 weken werd het zwembad schoongemaakt. Het duurde een nacht voordat het zwembad leeg was. Het schoonmaken duurde een halve dag. Marc had daarbij ook geholpen. Het water werd via lange slangen verspreid over het omringende olijvenbos.

   

                                               Bijna leeg                                                                                                                     En  weer helemaal vol

                                        Het meisje op de foto, de vriendin van Marc’s tennismaatje, leek sprekend op Monica Selis.

 

Ik kan mij van 1992 nog maar weinig herinneren. Twee rampen  met vliegtuigen troffen Nederlanders. Eerst een EL-Al-vliegtuig , dat zich in twee flatgebouwen in de Amsterdamse wijk De Bijlmer boorde. Dat heeft het leven gekost van 42 Nederlanders. En dan de ramp met  een DC-10 van Martinair op het vliegveld van Faro in Portugal. 56 Mensen kwamen daar bij om.

Dit jaar werd  Clinton president van Amerika ten koste van George H.W. Bush.

Het jaar 1992 eindigde heel leuk. We hadden als familie de gewoonte om een van de Kerstdagen te vieren in restaurant La Galleria aan de boulevard in Scheveningen.  Je kreeg dan een 7 gangen menu (niet al te grote porties) geserveerd terwijl een levende band speelde. Je was daar dan zoet mee van 19.30 tot 2 uur  ‘s-nachts. In de loop van de avond hadden Pim of Rogier hun steentje bij gedragen aan de muzikale prestaties van het bandje.

                                                            Mama, Nathalie en vriendin

   

                                    Hanny, Pim en Rose-Marie                                                                                               Rose-Marie, Ixchel en vriend

   

                                                De jongens                                                                                    Hanny, de eigenaar van La Galleria en Sylvia

 

Van 1993 kan ik mij herinneren dat eind van dat jaar het Verdrag van Maastricht in werking trad. Dit was dus de officiële oprichting van de Europese Unie. Ik was gematigd optimistisch met dit verdrag.  De toetreding van vooral voormalige Oostbloklanden vond ik helemaal niets. Ik ben dan ook een groot voorstander van de afsplitsing van deze landen. Terug naar de oude samenstelling zou ik zeggen.

 

We zijn dat jaar niet met vakantie geweest. Het was voortdurend mis met Marcella. Ik was ook bang dat ze tijdens de vakantie weer in de fout zou gaan. Dat wilde ik niet meer meemaken. Voortaan wilde ik vanaf twee weken voor de vakantie elke dag checken of ze wel de pil slikte.

 

Van 1994 is blijven hangen dat Nelson Mandela als eerste zwarte  president van Zuid-Afrika is gekozen. Maar ook dat de Olau Line, waarmee we vele overtochten van Vlissingen naar Sheerness in Engeland hebben gemaakt, is opgehouden met deze veerdienst.  Lichtpuntje was dat de eerste passagiers via de Kanaaltunnel naar Engeland konden. Maar dan moest je eerst naar Calais om daar met auto en al de trein in te rijden om zo vervoerd te worden. Dit heb ik nu al een paar keer gedaan.

 

Dit jaar waren we op Malta. Dat was echter helemaal niet de bedoeling. We gingen met mijn moeder en Hanny naar Kusadasi in Turkije. Ongeveer een maand voor ons vertrek werd een bom juist in Kusadasi tot ontploffing gebracht. Mijn moeder, Hanny en Marcella wilden daar niet meer naar toe uit angst voor herhaling. Voor het reisbureau was dat geen goede reden om de reis te mogen cancelen. We mochten wel overboeken naar een andere bestemming. Zo kwam daar Malta uit als een soort last-minute bestemming. De vliegreis zou ongeveer 3 uur duren. Het werden er 6. Het gevolg was dat we even na 2 uur ‘s -nachts aankwamen. Buiten stond de reisleider ons op te wachten. Hij vroeg naar mijn naam en zei : You are not on my list. Don’t worry.  De andere vakantiegangers werden naar kleine busjes gebracht en vertrokken. Wij dus niet. Na een half uur kwam er een busje voor ons en nog een familie. Zij werden bij een van de huisjes in Mellieha aan de westkust van Malta afgezet. Wij niet. Ons huisje was niet klaar. Lekkage. Hij ging ons naar een appartement brengen en de volgende morgen zou hij ons ophalen om ons naar het huisje te brengen. We hadden namelijk een huisje met zwembad en gebruik van een auto geboekt. Ik vroeg hem hoe laat hij zou komen. Hij zei: when you are awake. Ik vroeg : how do you know when I’m awake. Hij weer: when you are awake awake. En inderdaad, de volgende morgen om 9 uur stond een man voor de deur om de auto af te leveren. Even later kwam ook de reisleider. En nu kwam de aap uit de mouw. Er was sprake van dubbele boeking, er was voor ons geen huisje beschikbaar. We konden in dit appartement blijven als wij dat wilden. Hij zou daar erg mee geholpen zijn. Het was een ruim appartement en wij besloten het te doen. Het appartement stond in het centrum van Mellieha op een heuvel in de hoofdstraat van het toenmalige stadje. Vanuit ons appartement konden we de huisjes in een soort dal zien liggen. In de straat stonden de enige restaurants van Mellieha. In totaal zo’n 6. Voordeel voor ons was, dat we in 10 minuten naar het strand konden lopen. Hebben we niet gedaan. Veel te warm en we hadden een auto. De volgende dag werden we door de reisleider bij hem thuis uitgenodigd. Zijn huis stond tussen de andere huisjes, waar de toeristen verbleven, in. Ik vroeg hem waarom ik nooit iemand in het zwembad zag. Hij zei: voel maar. Inderdaad het water was warm, zo’n 33 graden. Even een weetje. Malta is de droogste plek aan de Middellandse Zee. Het regent er bar weinig. Er zijn op dit eiland geen rivieren. En toch hadden we landbouw gezien.

Een van de redenen dat we Malta hadden gekozen was dat je er fantastisch kon duiken. Met name Gozo, het andere eiland, is een duikparadijs. In Mellieha waren in een straat 5 duikscholen. Allemaal 5-sterren duikscholen. Marc koos de Padi duikschool: Meldives.

   

   

                                                                                                                                                                Duikschool Meldives

Marc is om de twee à drie dagen wezen duiken. Hij vond het geweldig.  Maar hij was ook wel met ons mee naar het strand. Op Malta was het verboden om topless te lopen, te liggen op het strand. Stonden zware boetes op.

                                                                  Ons hotel stond op de linker heuvel

   

                                                                                                                 Het strand van Mellieha

Op de derde avond hadden we in dit restaurant gegeten. Het viel ons op dat het vrij lang duurde voordat het eten op tafel stond. We kwamen met een van de serveersters in gesprek en wat bleek. Ze waren pas een week open. Daarvoor waren ze een supermarkt. Ik vertelde haar dat de looproute niet goed was. Ze moesten te veel om de tafels heen lopen. Ik vertelde haar ook dat ik de Hotelschool had gevolgd. Even later kwam de eigenaar naar ons tafeltje. We raakten in gesprek en hij vroeg mij om naar zijn keuken te komen kijken. Hij vroeg of hij het goed had gedaan. Ik zei hem dat dat wel in orde was, maar dat de meisjes te veel moesten lopen. De looproute was te omslachtig. Ook zei ik tegen hem dat hij beter rechthoekige tafels moest neerzetten en zo min mogelijk (of helemaal niet) ronde tafels. Die nemen te veel ruimte in beslag. Hij was zo dankbaar voor alle adviezen  dat telkens als we daar kwamen eten, we niet hoefden te betalen.

 

                                               De (nieuwe) hoofdstad Valletta is heel mooi en heel oud.

                                                                                Republic street, de hoofdstraat van Valletta

   

We waren op een dag helemaal aan de oostkust van Malta. Hier ligt het  havenplaatsje Marsaxlokk met de typisch gekleurde bootjes. 

Je kon zo’n kar voor een hele dag huren. De koetsier bracht jou overal naar toe. Als we een park ingingen, bleef hij geduldig wachten op onze terugkeer. Voor het paard was de hoofdstraat een verschrikking. De straat was smal, geasfalteerd en vol met hellingen. Desondanks hadden we genoten. De oude hoofdstad Mdina ligt midden op het eiland. Het is een spookstad, want er wonen nauwelijks mensen. De stad hing wel vol met vlaggen en banieren.

                                              Hanny, Marcella en Marc lopen hier

   

                                     En toen was Marc jarig. Al weer 16 jaar. Van het restaurant kreeg hij een taart en alle gasten in het restaurant zongen  ‘Happy birthday’.

Op Malta is een plek aan de zuidkust waar veel opnames voor films werden gemaakt. Steeds als een auto van een klif in zee moest storten dan werden hier de opnames gemaakt. Nou wij waren daar en we zagen zegge en schrijve 1 wrak tussen de rotsen liggen.

                                                Op Malta is een heel dorp gebouwd ten behoeve van de Popeye films.

 

                                                                            Dit is het strand van Cirkewwa aan Paradise Bay

 

Hier waren we bij Inland Sea. Je kon met een bootje de grot invaren. Er waren ook heel veel duikers in de grot

                                                       Xlendi Bay. We hadden daar alleen op een terrasje gezeten.

      

                           Bij thuiskomst moest Marc natuurlijk een brommer

In mei 1994 kwam de eerste publicatie uit over ‘De Emancipatie van de vrouw’. Deze publicatie  werd samengesteld met behulp van op dat moment voorhanden gegevens over vrouwen in vergelijking met mannen. De gegevens werden uit diverse onderzoeken van het CBS gehaald. Ook van andere onderzoekinstituten dan het CBS werden gegevens verkregen. Mijn werk bestond er uit dat ik de gegevens verzamelde en de hoofdstukken over de vrijetijdbesteding, kerkelijke gezindte en criminaliteit voor mijn rekening nam. Ko Oudhof had de leiding over het project. We zouden deze publicatie vanaf 1994 jaarlijks  samenstellen. De presentatie van de eerste publicatie is gehouden in het voormalige Beursgebouw in Amsterdam. De presentatie werd geleid door Ahmed Aboutaleb, toen hoofd Public Relations van het CBS.

 Vanaf 1995 ging de leiding over naar Annemarie Boelens en werd de publicatie een gezamenlijke uitgave van de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid(DCE) van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het CBS.

.In deze uitgave , die was samengesteld naar aanleiding van de Vierde Wereldvrouwenconferentie van de Verenigde Naties in Peking in september 1995, was meer aandacht geschonken aan de veranderingen in de positie van vrouwen in de tijd. We hadden dan ook een Engelse versie gemaakt: ‘Women in the Netherlands 1995, Facts and figures’.

 

                                                                                           Ko Oudhof en ik

                                                        Adelbert College 1995. Zoekplaatje. Marc staat ongeveer in het midden rechts naast het gestreepte overhemd

                                                                                                  Marc op de middelbare hotelschool

                                                                          Stoer hoor

 

   

                                                                                              Onze achtertuin

                                                                                              Toen lagen er nog pakken sneeuw  in de winter

 

We zijn in de volgende jaren niet echt op vakantie gegaan, vanwege Marcella. Ze lag steeds vaker in bed. Ze had al een tijdje terug besloten dat ze zelf wel de pil zou innemen. En dus steeds vaker ook niet.

We zijn in deze periode lid geworden van de tuinclub Voorschoten e.o. We werden serieus geballoteerd. Ze kwamen eerst onze tuin bekijken. We werden getest op onze kennis van planten. Gelukkig was dat in orde. We hadden al een tijdje zelf tuinen in Nederland bezocht en veel tuinboeken gelezen. We hadden dan ook met behulp hiervan een ontwerp gemaakt voor onze nieuw aan te leggen tuin. We hadden het wel gehad met die heemtuin van ons en wilden wel iets anders. Onze voorkeur ging daarbij uit naar een soort van Engelse tuin. Dus veel planten,  veel bloemen en veel kleur, maar geen groenten.  We zochten en vonden een hovenier om de tuin aan te leggen.

Hij kwam al snel tot de conclusie dat hij niet in staat was om aan de hand van ons ontwerp de tuin aan te leggen. Hij werd er geen wijs uit. We hadden toen maar een bureau gezocht in Boskoop die ons ontwerp kon vertalen naar een tekening die de hovenier wel kon lezen. Tot op de dag van vandaag is het ontwerp in tact gebleven.  Wel zijn planten vervangen door andere planten of andere variëteiten.

       

 

Binnen de Rijksoverheid werden in overleg met de vakbonden vanaf 1996 Ondernemingsraden ingesteld . Zo ook op het CBS. Waren de Dienstcommissies nog overlegorganen zonder instemmingsrecht, dus alleen adviesrecht, de OR  had instemmingsrecht op heel veel punten. Ik meen, dat het instemmingsrecht niet gold als het voortbestaan van het bedrijf in gevaar kwam. Er moesten dus nieuwe verkiezingen gehouden worden. In mijn groep was Hans Meuwese weggevallen. Hij overleed aan een hartstilstand. Hans werd vervangen door Henk Vergeer. Henk was een aanwinst van jewelste. Hij kon heel goed leiding geven, hij kon heel goed debatteren, hij had een heel heldere kijk op de organisatie van het CBS. Hij wist ook precies waar de schoen wrong als er weer eens reorganisaties stonden te gebeuren. We wonnen bij de verkiezing van de OR van het CBS weer 4 zetels. Er werden ook OR’s ingesteld voor de diverse Directoraten (4 in totaal). In twee van de vier haalden we de meerderheid en hadden we het, als het ware, voor het zeggen.  In het Directoraat waar binnen ik werkzaam was, behaalden we ook de meerderheid (4 van de 7 zetels).

In de periode tot 2000 braken zware jaren aan voor het CBS. De ene reorganisatie na de andere werd gehouden.

Op een dag moesten we, de OR, bij de toenmalige Minister van Economische Zaken, Annemarie Jorritsma, komen. Het CBS was een Dienst van het Ministerie. Op een maandag werd ons koud op de maag het volgende meegedeeld: De minister moest bezuinigen en zij had de beslissing genomen om dat geheel op het CBS af te wentelen. Het CBS moest ca. 1000 FTE’s (Full time equivalenten) inleveren.  Ze zei (sarcastisch) ga dat maar aan jullie achterban vertellen. Wij dropen af. Maar de Minister riep mijn groep terug. Zo, wat vinden jullie hiervan, vroeg ze. Henk antwoordde dat dit de doodsteek voor het CBS zou zijn. Het CBS had op dat moment ca. 2800 man personeel in Voorburg en Heerlen samen.  Ze vroeg of wij het beter wisten. Natuurlijk wisten wij het beter, we werkten immers bij het CBS. Kunnen jullie met een voorstel komen, vroeg ze. Wij vroegen hoeveel tijd beschikbaar was. Als wij vrijgesteld konden worden van onze reguliere werkzaamheden dan dachten wij, dat we wel binnen 14 dagen met een voorstel konden komen. We hebben ons rot gewerkt, maar na 14 dagen lag er een compleet nieuw voorstel klaar. Niet 1000 man weg, maar 450, waarbij de beoogde bezuiniging toch werd gerealiseerd. De minister had, na twee weken bestudering van ons voorstel, de OR weer ontboden en meegedeeld dat ze nog eens naar de bezuiniging had gekeken en had besloten om met een nieuw voorstel  te komen. De OR haalde enigszins opgelucht adem. Ik heb de uiteindelijke realisatie van deze reorganisatie niet meer meegemaakt. Want in 1998 werden Henk en ik bij de DG van het CBS ontboden en ons werd meegedeeld dat het nu onze tijd was om te vertrekken. De Directeuren van de 4 Directoraten hadden hierom gevraagd en hij wilde hen tegemoet komen. We zeiden dat het CBS dat niet kon betalen. Hij zei: noem maar een bedrag. Nou dat hebben ze geweten. Voor mij was belangrijk, dat ik 40 dienstjaren zou hebben bij mijn pensionering en dat ik tot mijn 65e 100% werd doorbetaald.  Ik had namelijk maar 32 dienstjaren. Met nog twee jaar militaire dienstplicht werd dat dus 34. Een collega Joop Singeling had aangeboden om dat voor mij uit te rekenen. Hij was daarbij uitgegaan van de zogenaamde Kantonrechters-formule. De eis kwam neer op een bedrag van bijna 800.000. Na bijna 6 maanden onderhandelen werd een akkoord bereikt. Ik kreeg geen 6 jaar erbij, maar slechts vier en daarvoor was zelfs een beslissing van de Minister nodig. Gebruikelijk was namelijk twee dienstjaren erbij. Naast de 4 jaren erbij, werd ik tot mijn 65e 100% doorbetaald, kreeg ik tot mijn 68e rente van belegde gelden en uiteindelijk 125.000 in handen. Daarvoor was het nodig om mij te bevorderen naar een hogere rang en mij elke drie maanden naar een hoger niveau te bevorderen. Ik moest namelijk op mijn 64/65e  een niveau hebben bereikt waarop mijn pensioen zou worden gebaseerd.   

Ik heb in alle commotie Henk niet meer gesproken, want mijn afscheidsreceptie was al in november 1999.Hij was nog eerder verdwenen dan ik.

Toen Marcella hoorde dat ik met vervroegd pensioen zou gaan, vroeg ze wat ik thuis kwam doen. Ik had immers geen hobby’s. We gaan tuinen ontwerpen, zei ik. Dat kunnen we toch niet. Jawel. Alles is te leren. We zijn nog harder gaan studeren in de ontwerpboeken en nog vaker tuinen gaan bezoeken. 

 

 

                                 De kunst afkijken                                                                           Vriendinnen van onze tuinclub op bezoek in onze tuin.

 

Op 1 januari 2000 waren wij ingeschreven bij de Kamer van Koophandel: Vandenbergs Tuinen, ontwerp, advies, aanleg.

Twee collega’s van het CBS, waaronder Pierre Larroque, en Saskia, ex vriendin van René Laumen, broertje van Marcella,  gaven ons de opdracht om voor hen een tuin te ontwerpen en aan te leggen. Kennelijk was dit zo in de smaak gevallen, dat ze het aan vrienden hebben doorverteld. En tot op de dag van vandaag ontwerp ik nog steeds tuinen voor mensen die het van een vriend(in) hebben gehoord.

       

                       Marcella in de tuin van Lia den Hollander                                                                                             Een dagje tuinen kijken

De eerste tuin, die we samen hebben ontworpen en aangelegd. Na een gesprek, om te horen wat zijn wensen waren, zijn we ieder afzonderlijk gaan ontwerpen. Tot onze stomme verbazing bleek zo’n 80% hetzelfde te zijn. Over de laatste 20% hebben we heel wat gepraat. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat we het ontwerp van Marcella zouden volgen. Ze was gewoon beter in plantenkeuze en compositie, maar met behulp van mijn, tot op dat moment vergaarde, kennis over stand van de zon, bodem en de uiteindelijke hoogte van de plant, waren we toch tot een goed resultaat gekomen.

   

Een extra moeilijkheid was de steile afloop van de tuin naar het water. We hebben het hoogteverschil opgevangen door de aanleg van een trap en de plantvakken ook trapsgewijze te laten verlopen.

   

 

De tweede tuin, die we hadden ontworpen en aangelegd was de tuin van Saskia (ex vriendinnetje van René Laumen, broertje van Marcella). Deze tuin had een vrij lange oprit naar de garage. We hadden een pergola laten bouwen en die laten begroeien met vooral Trachelospermum jasminoides ( Italiaanse groenblijvende Jasmijn, die heel erg sterk ruikt). Met de aanleg van deze tuin begon onze jarenlange samenwerking met Piet Douwes, stratenmaker. Na de aanleg van de eerste tuin beviel de samenwerking met de stratenmaker niet erg. We zochten een andere stratenmaker. Ik belde Piet en hij zei dat hij langs zou komen. Een kwartier later stond hij voor de deur. We deden samen open, hij zag ons en zei meteen : ik doe het. Deed zijn schoenen uit en kwam binnen. Hij wilde dus graag met ons samenwerken.

 

     

 

                                                                                                                      Druk overleg  tussen Saskia, Piet en Marcella.

De derde tuin was de tuin van mijn CBS-collega Pierre Larroque en Margreet Bouma in de nieuwe Haagse wijk Leidsche Veen. Een heel modern ontworpen huis met een niet al te grote voortuin. Deze voortuin had ik later voor Pierre veranderd, opdat zijn  leerlingen voor gitaarles hun fietsen in een rek konden  plaatsen.

   

                                                                                             De tuin van Margreet Bouma en Pierre Larroque

 

   

         Wij zijn met kerst 2000 thuis gebleven. Marc  had met zijn vrienden een kerstdiner. De dames waren in avondtoilet en de heren droegen een smoking.

 

We zijn in 2001 naar een huisje in Bretagne geweest. Tijdens een lezing voor onze tuinclub over cyclamen, kwam ik van de spreker te horen dat hij in Bretagne een huis had, waar hij cyclamen kweekte. Hij vertelde dat hij het huisje ook verhuurde. Om kort te gaan we hebben het huisje voor 2 weken gehuurd. Maar net in die tijd waren Dieuwke Gentis en Hannelore Förster wat down door privéomstandigheden. Marcella, met haar grote hart, had ze toen uitgenodigd om een weekje te komen logeren. Ik sputterde nog wat tegen, maar ging uiteindelijk akkoord. O ja, wij mochten het huisje voor een prik huren op voorwaarde dat we de cyclamen (en de andere struiken en planten) regelmatig water zouden geven.

   

                                     Het huisje in Bretagne                                                                         Op een dag waren we op een kaasmarktje.  Omdat we het niet zagen liggen, vroegen wij                                                                                                                                                    naar Brie: Le President. Verontwaardigd zei de boer tegen ons : Le President is geen echte                                                                                                                                                  Brie. Dat is een kaas uit een fabriek.

 

       

         Dat jaar zijn we zoals gewoonlijk ook weer tuinen gaan kijken. Hier zijn we bij Rotterdam met een pont overgevaren om bij een tuin te kunnen komen.

 

In 2002 waren we weer met Hannelore  op Madeira. We hadden een huisje gehuurd aan de zuidkust van het eiland, even buiten Funchal de hoofdstad. Als we van ons huisje wegreden kwamen we  langs een waterval. De waterval viel gewoon op de weg waarop we reden. Ik hield dan ook steevast stil om de auto even te ‘wassen’. Madeira was, toen wij er waren, bezig  om de wegen waarop een waterval op de weg viel, te onder tunnelen.  Langzaam maar zeker zullen dus de ‘wasstraten’ verdwijnen. We hadden ontzettend geluk met het weer. Madeira is niets voor niets zo’n groen eiland. Het regent er nogal vaak. We waren er eind mei en we hadden heel mooi weer, niet echt warm, zo’n 22 graden.

 

                                       Ons huisje aan het strand, wel gescheiden door een weg.                                                                De markt in Funchal

                                                              

 

 

 

 

                                     

 

 

 

Het is woensdag 14 maart 2003. Marcella had weer een hele week in bed gelegen. Ze was eigenlijk aan het bijkomen. Nog wat slap, maar wel clean en bereid om weer aan de pil te gaan. Het is 8 uur in de ochtend. Ik zei tegen haar dat we echt wel de klimrozen moesten snoeien. Blijf maar liggen, ik ga wel en dan breng ik daarna jouw ontbijt. Ik ben de rozen gaan snoeien en na een uur of zo, heb ik het ontbijt gemaakt en ben naar boven gegaan. Toen ik de kamer binnen kwam, dacht ik nog wat ligt ze raar scheef. Ik heb ooit op het CBS een reanimatiecursus gehad en zag eigenlijk meteen dat het mis was. Ik heb haar uit bed getild en op de grond gelegd en ben direct begonnen met reanimeren. Aanvankelijk had ik niet in de gaten dat er geen tong meer in de mond was. Toen ik dat door had, heb ik 112 gebeld. Het leek wel een eeuwigheid voordat ze er waren. In werkelijkheid waren ze er al na 10 minuten en met twee ambulances. De broeder begon direct met reanimeren. Na een paar minuten zei hij tegen mij dat ik de dokter moest bellen. Dokter van Eijsden was er binnen de kortste keren.  De broeder kwam naar beneden en condoleerde mij. Hij was niet meer in staat gebleken om haar te reanimeren. Ik heb toen Marcella’s moeder gebeld. De dokter had mij toen ingelicht over wat er nu moest gebeuren. Mijn schoonmoeder kwam binnen direct gevolgd door haar broer Bob Kooper (ex-arts bij de marine). Hij stormde de trap op, de slaapkamer in. Even later kwam hij naar beneden. Direct vroeg hij op zeer autoritaire toon aan de dokter: Zo, wat gaat er gebeuren. Wat is de doodsoorzaak? De dokter antwoordde dat Marcella aan een natuurlijke dood was gestorven. Ze had een epileptische aanval gekregen en daarbij haar tong ingeslikt. En als gevolg daarvan een natuurlijke dood gestorven. Hij (Bob): daar geloof ik niets van. Hij wist deksels goed wat hij zei. Want wat betekende dat ? Dat betekende alleen maar dat ze of zelfmoord had gepleegd of vermoord was. De dokter verontschuldigde zich bij mij. Hij moest bij deze gemene insinuatie doen wat er gedaan moest worden. Hij moest de politie in kennis stellen. Mijn schoonmoeder en haar broer vertrokken. Marc was intussen thuis gekomen. Met loeiende sirenes kwamen twee politieauto’s de straat inrijden. Met knarsende banden werd er gestopt. Twee agenten gingen voor het huis staan, twee agenten stormden naar binnen, toen ik de deur had open gedaan.  Ze gelasten Marc en mij om te gaan zitten en niet meer op te staan. Een van de agenten ging naar boven om de slaapkamer  te verzegelen. Bij elk van ons ging een agent op de bank zitten. Ze hadden zelfs het pistoolholster geopend. Even later kwam de schouwarts met de officier van Justitie. Ze hebben de hele kamer onderste boven gehaald. Na een kwartier kwamen ze naar beneden en de arts zei tegen mij dat het in orde was. Hij nam haar nog wel even mee. In paniek vroeg ik: U gaat haar toch niet opensnijden? Nee, zei hij, ik ga toch nog even de maag leegpompen. Na een half uur belde hij dat alles in orde was. Marcella was al overgebracht naar het mortuarium van mijn keuze in Leiden.

Je vraagt je af waarom die oom Bob dat nu deed. Een week geleden was hij op een avond bij ons omdat Marcella hem om hulp had gevraagd. Bij het overlijden van mijn schoonvader had zijn zoon Marcel, die tot executeur-testamentair was benoemd, zo’n belachelijke vertoning  van de begrafenis gemaakt , macho gedrag, dat Marcella vond dat dit geen tweede keer meer mocht gebeuren. Ze had haar oom Bob gevraagd of hij bij haar moeder kon bewerkstelligen, dat dat niet weer zou gebeuren, wanneer zij was overleden.  Die oom Bob kwam vertellen wat hij voor elkaar had gekregen. Marcella mocht de begrafenis regelen, maar die Marcel bleef executeur-testamentair. Maar dan moet ik steeds goedkeuring aan hem vragen, zei Marcella en dat ga ik niet doen. Dat heb je dus slecht geregeld, oom Bob. Ik zei ook: dat heb je dus slecht geregeld. Hij pakte een glas en sloeg dat op mijn hoofd kapot. Ik zei: en nu mijn huis uit. Dat maak ik zelf wel uit, riep hij hysterisch. Dan bel ik de politie. Hij pakte nog een glas en gooide dat op mijn hoofd kapot. Ik ben, al bloedend, op hem afgestormd om hem een enorme klap te verkopen. Maar nu maakte hij dat hij weg was.  Mij bewust  te beschuldigen van moord was dus zijn reactie op het eerder gebeuren.

Om een uur of vijf in de middag kwam Angèle Reuser langs. Angèle, ook lid van onze tuinclub,  woont verder op in de straat. Ze had de sirenes van de politie gehoord en vroeg zich af wat er was gebeurd.  Ze is tot diep in de nacht bij mij (ons) gebleven.

De dagen daarna heb ik als in een roes geleefd. Bijna automatisch. Ik ben iedere avond naar het mortuarium geweest. Dat kon omdat je bij Monuta een appartement kunt huren compleet met woonkamer, keuken, slaapkamer.

Tijdens de begrafenis hebben Emiel, broertje van Marcella en oom Dick, broer van Marcella’s moeder, het woord gevoerd. Het was warm op die dag en dat was maar goed ook, want er waren meer mensen dan verwacht. Velen konden niet in de aula en moesten buiten de plechtigheid mee maken.  Bij het naar buiten gaan op weg naar het graf, herinner ik mij, was er een soort erehaag  gevormd door de spelers van het hockeyteam, waarin Marc speelde.

Het hele jaar heb ik maar niet kunnen wennen aan het feit dat Marcella er niet meer was. Ik ben heel vaak naar de begraafplaats geweest om bij haar te zijn, met haar te praten. 

Het jaar erop overleed de moeder van Marcella. Ze was opgenomen in een hospice in Wassenaar. Van de zonen  (lees Marcel) mocht ik niet naar haar toe.  Haar broer Frank Kooper kwam het mij vertellen. Maar ook dat ze de dag na haar overlijden in haar huis zijn geweest om spullen uit het huis te halen. Nu was het zo, dat niet ik , maar Marc erfgenaam is van zijn oma. Hij had mij wel een volmacht gegeven om te kunnen handelen. Oom Frank vertelde mij ook dat oom Bob ‘mijn’ schilderij had meegenomen. Ik had namelijk aan mijn schoonmoeder gevraagd of ik die mocht hebben na haar dood. Ik heb die oom Bob direct opgebeld en hem gesommeerd om het schilderij onmiddellijk terug te brengen. Zo niet dan zou ik de politie bellen. Hij had het die zelfde dag nog teruggebracht. Zo, dat was mijn kleine revanche voor wat hij mij had aangedaan. Nog geen jaar later overleed hij aan een hartstilstand. Zijn kinderen zijn nog bij mij geweest om excuus te vragen voor wat hun vader mij had aangedaan.

De volgende dag, zaterdag , moest ik naar het huis van mijn schoonmoeder komen. Dit was een gehuurde serviceflat. De inboedel werd verdeeld. De notaris en de drie jongens waren er al toen ik aankwam. Ik zei tegen de notaris, dat er een paar stukken  ontbraken. De notaris antwoordde daarop laconiek: wat er niet is, is er niet. René, jongste broertje van Marcella, die ik jaren in huis had gehad, zei dat ze niets wilden hebben en dat Marc alles mocht hebben. Ze wisten dat ik dan het huis moest uitruimen en dus voor de kosten kon opdraaien. Ze dachten dat ze namelijk alles wat van waarde was al hadden meegenomen. Ze hadden de grote spullen, schilderijen, een olifant als plantenstandaard, wat Indische beelden en zo meer meegenomen. Maar ze wisten niet dat er nog klein spul in twee vitrinekasten lagen, die vele malen meer geld zouden opbrengen. Ik had eerst Sotheby’s  in Amsterdam gebeld. Ze komen gratis langs op voorwaarde dat zij alles wat zij denken te kunnen veilen ook mogen meenemen. Daarna had ik ‘Onder de Boompjes’ in Leiden gebeld. Ook een veiling huis. Zelfde formule. Dan kwam een opkoper langs, die de opbrengst van de dan nog aanwezige goederen met jou deelde.  Marc had op deze manier veel meer uit de erfenis gekregen dan de broers konden vermoeden.

 

2003 was voor onze familie echt een rampjaar. Eerst overleed Marcella, toen onze Bart Wielders en daarna ook nog mijn zusje Jane.

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het laatste deel van mijn levensboek

Vanaf 2004 tot en met 2018 (het jaar waarin ik mijn levensboek geschreven heb)

Een nieuw begin (vanaf 2004)

 

Het heeft heel wat jaren geduurd voor ik weer gewoon over Marcella kon praten. Gelukkig heb ik wat vrienden/vriendinnen waar ik heel goed mee kan opschieten. Waar ik, toen ik daar behoefte aan had, met mijn verhalen terecht kon. Ik kon langzamerhand ook weer leuke dingen doen zonder mij schuldig te voelen. Heel lang geleden hebben Laurens Schrijvers van Zenden (met Mathijs en later andere partners), Rob Reiding en Boudien, Remco Vreeman en Henny, Marcella en ik met elkaar afgesproken om eens per jaar samen een dagje uit te gaan. Dit hebben we een tijdje gedaan. Toen brak er een tijd aan dat we elkaar nauwelijks hebben gezien.  Ik denk, dat het jaar 2001 of 2002 was dat we weer samen een dagje uitgingen.  De organisatie werd bij toerbeurt gedaan. In 2007 was ik aan de beurt. Ik vroeg of het ook een paar dagen langer mocht zijn. Iedereen vond het goed. En zo zijn we met onze meerdaagse reizen begonnen.  Meestal zorgde ik voor de organisatie. Ik heb steeds een film gemaakt van onze reizen.  Onze eerste  meerdaagse reis samen was naar Istanbul. Wat een geweldige stad was dat. Ons hotel, zo maar op internet gevonden, lag centraal en dicht bij de bezienswaardigheden van Istanbul. Twee haltes met het trammetje en we waren bij de Aya Sofia, de Blauwe Moskee, Topkapi, Hippodrome en Cisterne basiliek. We waren ook op de  Galatabrug en –toren en in de Grote Bazaar. Natuurlijk hadden we een rondvaart over de Bosporus gemaakt en waren we in de Istiklal Caddesi (Kalverstraat van Istanbul) en op het Taksimplein. We bezochten ook de Nederlandse Sint-Anthonius kerk aldaar.

 

 

                                                                                         Uitzicht vanaf het dakterras van ons hotel Serendipity

 

 

    

Toen we op een avond onder de Galatabrug gingen eten, werden we staande gehouden door een jongeman, keurig in driedelig pak. Hij zei in perfect Nederlands : kom bij mij eten. Ik vroeg : waarom bij jou? Geert Mak heeft ook bij ons gegeten. We zijn bij hem naar binnen gegaan. Het restaurant had geen menu. De ober/eigenaar kwam met een enorme vis op een schotel en een stuk vlees op een schotel bij onze tafel. vroeg of we vlees of vis wilden eten. We zeiden: vis. Gebakken, gekookt of gegrilld vroeg hij. Gegrilld. Nu moesten we onderhandelen over de prijs. We namen een voorgerecht, nou ja, voorgerecht : mezes . Ze kwamen met een plateau vol . Daarna de gegrilde vis gegeten. Daarna ijs. We betaalden nog geen (omgerekend) 8 euro.

 

   

 

Hier eten we jacket Potatoe. Een enorm grote aardappel werd in de oven gegrilld, open gesneden en daarna met van alles gevuld. Heb ik ook vaak in Engeland gegeten, toen ik daar was.

 

   

                                                                                                                    Aan de waterpijp.

Rob had ook van de waterpijp gerookt. Hij vond het zo lekker dat hij de pijp niet meer wilde doorgeven. Hij had het in zijn eentje verder opgerookt. Van Boudien hoorden we later dat hij ontzettend ziek was geworden.

                                                                              Vlak voor ons vertrek naar huis met de receptioniste op de foto.

 

Een van de eerste tuinen die ik, nu helaas zonder Marcella,  had ontworpen en aangelegd was de tuin van Carry en Gerard van Dijk. Later zijn Alice Weevers, mijn nicht, en Haye Wind in het huis gaan wonen. Een prachtig groot en modern hoekhuis en een vooral grote zij tuin en met enorme hoogte verschillen.

           

 

   

                                                   Dit hoogteverschil was opgevangen door de aanleg van een keermuur. Een enorm karwei  voor Piet Douwes en zijn mannen.

 

In de volgende jaren zijn we steeds met ons zessen, Boudien en Rob, Henny en Remco, Laurens en ik, meestal een dag of 7 of 8 naar een bestemming binnen Europa geweest. Tussen door waren Laurens en ik nog naar andere bestemmingen geweest.  Zo waren we einde voorjaar 2008 samen naar Napels en Sicilië.

In oktober van dat jaar waren we weer met z’n zessen naar Rome. Ik zou elk jaar wel naar Istanbul, Rome of Barcelona kunnen gaan. Deze steden vervelen nooit. We hadden een hotel gevonden, dicht bij een metrostation  en dicht bij het centrum, maar nog net genoeg ver weg. Het was er heerlijk rustig. We hadden 3 kamers naast elkaar op de derde etage. Ik sta hier op het balkon.

 

                                                                                                                           Het Colosseum

 

Op een dag waren we op weg naar het Colosseum. Het was druk. Bij de ingang aangekomen, zagen we tot onze schrik een enorme  wachtrij. Er stonden zeker wel 500 mensen. Ik had er niet bij stil gestaan dat het zaterdag was. Ik zei tegen de anderen: Dit gaan we niet doen.  Ik ben langs de enorme rij gelopen met de rest achter mij aan. Een suppoost hield ons tegen en vroeg: Group. Yes, zei ik. Even verder hetzelfde. Group? Yes. Aangekomen bij de poort, vroeg de suppoost om onze kaartjes. Ja, die hadden we niet. Dan had je in de rij moeten gaan staan, zei hij. Ik zei : dat ga je me niet aan doen, he. Hij belde met de man achter de kassa en zei : geef eens 6 kaartjes. Die kregen we van hem. Maar hij zei ook : wait en even later kwam er een juffrouw en ze zei : I’m your guide for today. Zo waren we dus langs alles en iedereen binnen gekomen.

Hieronder de Trevi fontein. Ook vol.

                                                                                                                Het Forum Romanum

                                                                                                                    Plein voor het Vaticaan.

 

                                   Even pauze.                                                                                                                              Een klein grapje.

Het verhaal over die tickets voor het Colosseum doet mij nu denken aan een voorval in Parijs. Ik was met Boudien, Rob en Laurens in Parijs voor een tentoonstelling van Monet. ’s-Avonds zijn  we in een restaurant gaan eten, de naam is mij ontschoten, maar wel heel bekend. Ook daar een lange rij om binnen te komen.. Een vrouw, één van de vrouwelijke obers, liep langs de rij en ze vroeg met hoe velen ik was. Ik zei 4 en ze zei dat we haar moesten volgen. Langs alles en iedereen waren we zo naar binnen.

 

     

                                                                   De beroemde fonteinen van Villa dÉste in Tivoli, een stad 25 km ten oosten van Rome.

 

   

Het is 12 oktober 2008 . Ik was jarig. Ik heb de anderen getrakteerd op een etentje. Remco, die ook op 12 oktober jarig was, had ons de volgende avond op een etentje getrakteerd. We waren daarvoor naar de Joodse wijk van Rome gegaan. We hebben heerlijk gegeten. We kregen echter geen aparte tafel. Het was aanschuiven geblazen. Heel gezellig allemaal.

 

 

In mei 2009 heb ik een reünie georganiseerd voor de studenten van onze lichting 1961-1964 van de Hogere Hotelschool. We waren dan 45 jaar van school. Maar hoe kwam ik aan alle adressen, zo’n 80 adressen.  De toenmalige site: Wie o Wie bracht uitkomst. Want als je een paar gevonden had, vroegen zij of je ook de adressen van die of die had. En zo ging het balletje rollen. Uiteindelijk wist ik dat al 10 overleden waren en van de overige jaargenoten had ik de adressen van 60 van hen gevonden.  Op de reünie kwamen uiteindelijk 19 jaargenoten , inclusief de partner in totaal 27. De reünie vond plaats in het gebouw van de Hotelschool aan de Brusselselaan 2 in Den Haag. Na de kennis making hebben we, onder leiding van Laurens, een uurtje speed-dating gedaan.  Je hoorde in zeer korte tijd het wel en wee van jouw toenmalige medestudenten. Daarna heb ik een presentatie van statistiekcijfers gegeven.  Ik had iedereen gevraagd of ze enkele vragen over hen zelf en hun eventuele gezin wilden beantwoordden. En een aantal gegevens vergeleken met landelijke gegevens. Zo bleek het gemiddeld aantal kinderen van onze mensen 1,67 te zijn, terwijl het landelijk gemiddelde op 3,5 lag. Een aantal van onze mensen hadden ouders, die al een Horeca onderneming hadden. Het zal duidelijk zijn dat zij niet direct een andere baan buiten het ouderlijk bedrijf hadden gezocht. Anders was het met de mensen die niet uit zo’n Horeca-gezin kwamen. Van hen was het merendeel al na een jaar of 3 of 4 uit de Horeca gestapt en was iets anders gaan doen. Ik was daar één van.  Na de lunch kregen we een rondleiding door het gebouw. Ter vergelijking: toen wij  op school zaten, waren we in totaal met 80 studenten.  Nu : 1100 in Den Haag en nog eens 750 in een dependance in Amsterdam. Toen: 2 meisjes op 18 jongens. Anno 2009 waren dat 51 % meisjes. En ook nog eens 52% buitenlanders. De voertaal was dus ook Engels. Na de rondleiding hadden we nog wat over en weer gepraat. Ter afsluiting hadden we een geweldig diner. Iedereen ging voldaan naar huis en we beloofden elkaar over 5 jaar weer te zien. Moet Edu wel een reünie houden, natuurlijk. 

   

                                                                   Reünisten Hogere hotelschool Den Haag van studiejaren 1961/62-1964.

 

Ik heb drie wereldgebeurtenissen onthouden uit het jaar 2009.  Barack Obama werd gekozen tot president van Amerika. Michael Jackson overleed dat jaar en Windows 7 werd gereleased.  Ik werk nog steeds met dit systeem. Moet toch een keer overstappen op Windwows 10.

Eindelijk was het zover. Op 9 juni 2010 werd de VVD bij de Tweede Kamer verkiezingen de grootste partij van Nederland. Ik was  al lid van deze partij sinds 1958. Daarvoor was ik lid van de jongerenpartij van de VVD de JOVD. Ergens in de zomer van 1966 was er weer eens een feest bij Boud Agaatz in de Perponcherstraat in Den Haag. Daar werd op die avond D66 geboren. Hans van Mierlo en Hans Gruyters (ex-VVD) vertelden dat ze een nieuwe democratische partij gingen oprichten. Veel van de aanwezigen waren lid/sympathisant van de VVD. De twee vroegen de aanwezigen om hen te volgen en lid te worden van de nieuwe partij. Bijna iedereen gaf daar gehoor aan, ik niet. Op 14 oktober was de oprichting van D66 officieel een feit.

In november was er een enorme sneeuwval, zodanig dat de spits van vijf uur totaal ontregeld werd. Een file van 884 km en daarna ook nog een witte Kerst. Dit was behoorlijk zeldzaam voor Nederland.

In 2010 was het clubje van zes (Laurens, Boudien, Rob, Henny ,Remco en ik) naar Andalusië geweest. We hadden een busje gehuurd in Malaga en waren toen via Granada (Alhambra), Cordoba (Mezquita) naar Sevilla gereden. Voor onderweg had ik hotels gevonden van een keten die alleen Agricultural Hotels beheerde. De hotels waren prachtig gelegen, maar eigenlijk alleen interessant als je over een auto beschikte. Vaak in de bergen, waar jouw mobiel het nauwelijks deed en de Tomtom  de weg kwijtraakte, omdat de verbinding te zwak was.  Vanuit Sevilla waren we doorgereden naar Jerez la Frontera (sherry) en van daaruit naar Sanlucar de Barrameda. Hier zijn we op een boot gestapt en hebben een tocht gemaakt in de delta van de rivier Guadalquivir. Daar bevindt zich het Nationaal Park Doñana. Hier rusten de trekvogels op hun weg naar Afrika. Toen weer terug naar de weg naar Malaga. Onderweg nog gestopt in Ronda. Net toen we weer naar huis moesten, konden we niet vliegen. Alle vliegverkeer  in West Europa was verboden vanwege een vulkaan uitbarsting op IJsland (aswolk). We waren nog drie dagen daar, voor er weer kon worden gevlogen. We hadden van de gelegenheid gebruik gemaakt om een dagje naar Gibraltar te gaan. Ik vond Malaga een fantastische stad. Vier bezienswaardigheden om te onthouden. Allereerst de Mercado de Atarazanas (neo Moorse stijl),  Picasso museum, Alcazaba ( Moors fort) en Teatro Romano en het Science and Business Park.

 

                                                                         Zwembad van het hotel. Het hotel lag niet ver van Malaga in de heuvels.

 

                                                                       Granada vanuit het Alhambra

 

   De beroemde fonteinen in het Alhambra.

 

 

            Flamenco optreden in Cordoba. Het was in de achtertuin van een heel groot huis.                                                  Ons hotel in de buurt van Cordoba

 

           

                              Diner in Sevilla. Boudien maakte de foto.                                                                              En hier nog een keer in Malaga.

                                                                                                                             Ravijn in Ronda.

   

                                  De apen van Gibraltar waren niet allemaal zo mak . Je moest echt uitkijken . Ze beten nogal makkelijk en gunden elkaar het licht niet in de ogen.

 

We hebben met een groot deel van de familie Kerst gevierd in Barcelona. Ixchel , mijn supernicht, had alles tot in de puntjes geregeld. We hebben in een villa met 10 kamers, even buiten Barcelona,  overnacht. 

In het daarop volgende jaar 2012 waren we met ons groepje in mei in Lissabon. Een prachtige stad. Heel gemoedelijk eigenlijk. Zou ik wel weer naar toe willen.

In 2013 heb ik weer een reünie van de Hogere Hotelschool gehouden. Dit keer was de opkomst, wat te verwachten was, duidelijk minder.  Er waren nog 20 aanwezig. Ik heb mij toen ook afgevraagd of ik nog wel een reünie moet houden in de toekomst.

Eind juli, begin augustus van 2013, ben ik, voor het eerst na het overlijden van Marcella, alleen op vakantie geweest. De reis ging naar Malgrat, Spanje. Ik ging via Gerona. Vandaar uit moest ik met de bus naar Malgrat. De buschauffeur maakte geen aanstalten om mijn koffer in de laadruimte te doen. Dan doe ik het zelf, dacht ik. Ik tilde de koffer in de laadruimte en tegelijkertijd hoorde ik tak, tak, tak in mijn  rechter arm. De hele vakantie had ik toch wel last van de pijn in mijn arm.  Bij thuiskomst ben ik direct naar de huisarts geweest. De spier was op drie plekken gescheurd. We gaan niet opereren, zei de huisarts. Het blijft een zwakke plek en bij het minste of geringste zou de spier weer scheuren. Ik moest maar naar de sportschool. Ik heb dat 6 maanden gedaan zonder enig resultaat. Ik ben daarop naar de acupuncturiste geweest en na 6 behandelingen was alles over. Bij mij werkt acupunctuur als een wondermiddel.

Vlak voor mijn verjaardag op 12 oktober ben ik met de club van zes naar Barcelona geweest. Toen bleek toch wel heel duidelijk dat Henny aan het dementeren was. Tijdens onze vakantie, het jaar daarvoor, was het eigenlijk begonnen, zei Remco nu. Het was meteen ook de laatste keer dat Henny en Remco mee geweest zijn op vakantie.

 

     

 

                                 

Ik weet niet precies meer wanneer Marc en Malou elkaar hebben leren kennen. Ja, dat geheugen, he. Het moet wel zo ongeveer in deze tijd gebeurd zijn en op de hockey club natuurlijk.  Ze wonen nu erg gezellig samen op hun appartement in Leiden (even over de Ter Wadding brug in Voorschoten).  Dus nog geen 5 minuten van mij vandaan

 

 

                                                                                                                               Keeper Marc

      Marc nam in 2015 afscheid van ‘zijn’ Heren 3 hockeyteam

 

 

Ik heb mijn 75e verjaardag redelijk groots gevierd. Ik had de Silver Dome in Zoetermeer afgehuurd, een band gehuurd en feesten maar.  Iets meer dan 50 personen waren aanwezig. Het was geweldig om de oude vrienden/vriendinnen weer te zien na zo veel jaren, soms wel 40 of 50 jaar geleden. 

 

In de zomer van 2014 zijn Boudien, Rob, Laurens en Oggie en ik naar het Gardameer op vakantie geweest. We gingen eigenlijk voor de opera in het oude, uit de Romeinse tijd stammende, Amfitheater in Verona. Dit doe je waarschijnlijk maar een keer en dus hadden we de duurste plaatsen via internet geboekt. Dat had wel tot gevolg dat we verplicht waren om in pak te komen.  Maar voor dat dat zover was werden we, behalve ik, geconfronteerd met het feit dat de bagage niet was meegekomen. Na twee dagen waren de koffers in ons hotel afgeleverd. In de tussen tijd mag je na twee dagen spullen gaan kopen: kleren, toiletartikelen, etc. Rob had zelfs een scheerapparaat gekocht. Na terugkomst hadden de vier toch, na een eerdere weigering om te betalen, alle gemaakte kosten vergoed gekregen. Terug naar de opvoering van Aida. Als aankondiging voor het begin werd er op een gong geslagen. Maar vlak daarvoor keek ik naar de zwarte lucht boven ons hoofd en ben naar binnen, de catacomben, gegaan. Bij de laatste gongslag kwam de regen met bakken uit de hemel.  Iedereen zocht een veilig heenkomen in de toen overvolle catacomben. Na korte tijd was de regen opgehouden. Na een uur  ging de voorstelling beginnen.  De vier hadden inmiddels een  plasticregenjas gekocht. Ook voor mij een. Na de derde gongslag weer hetzelfde. De regen kwam weer met bakken uit de hemel. Weer een uur later kon de voorstelling eindelijk beginnen. De voorstelling was, door twee keer uitstel, pas om half drie ‘s-nachts afgelopen.  De restaurants waren open gebleven. Bijna iedereen uit het theater stormde naar de terrassen. Ik geloof dat wij pas om half vijf in ons hotel aan het Gardameer terug waren. Tijdens deze vakantie was, in ieder geval bij ons aan het Gardameer, de Aperol  Spritz heel populair.

 

In oktober ben ik met Laurens nog naar Lloret de Mar geweest. Ik had deze reis van 8 dagen, inclusief vlucht en volpension, gewonnen op de veiling van hotelveilingen.nl.

 

Ik had dit jaar ook een film over Den Haag afgerond. Ik ben de film begonnen in 1967 en had het nooit afgemaakt.  In de film laat ik mooie plekjes van Den Haag zien.  Vooral  Jugendstil gebouwen vind ik mooi. Den Haag is de stad van Nederland, waar de meeste Jugendstil gebouwen staan.

 

Rob Reiding wilde gaan kijken of het zin had om te overwinteren. Ik ging ervan uit dat we dan zeker een maand gingen. Nee, we gingen nog geen week. We waren toen in Benidorm.  Nou voor mij hoefde overwinteren niet. Zeker niet in Benidorm. Wat een ellende. Rob had van  vrienden, die elk jaar naar Benidorm op vakantie gingen, adressen gekregen om goedkoop te eten. Nou voor mij waren dat meer gaarkeukens en was het woord restaurant te veel eer. We hadden een hotel aan de Levante Boulevard. En het hotel, nu een appartementen hotel, heette Les Dunes en stond precies op de plek van Hotel Les Dunes, waar ik in 1970 met Marcella was voor onze huwelijksreis. Vanuit ons balkon kon ik ’s-morgens de drommen mensen zien lopen over de boulevard. Ik heb in mijn leven nog nooit zo veel ouderen met een rollator voorbij zien komen. En ‘s-avonds om een uur of zeven het zelfde beeld. Daarna werd het dood stil. Iedereen ging naar bed. Op een avond zaten we in een restaurant te eten. Het was ongeveer 20.30 uur toen men de lichten in het deel waar wij niet zaten begonnen uit te doen. We vroegen waarom ze dat deden. Wij zaten er immers nog. Nou zei de man hier ging iedereen (lees de toeristen) in de winter om acht uur naar bed.

 

In het zelfde jaar ben ik alleen met Laurens weer in oktober naar Egypte geweest. Boudien en Rob hadden besloten voortaan niet langer dan 7 à 8 dagen op vakantie te gaan. We vlogen naar Hurghada en vandaar uit met de bus naar Luxor, waar we op een fantastisch mooie boot inscheepten voor een week cruisen op de Nijl.  Daarna zijn we weer met een bus naar Hurghada gebracht voor nog een gratis  verblijf van een week aan het strand. Hier heb ik mij kaal laten scheren.

 

In 2016 ben ik al weer met alleen Laurens 14 dagen naar Cappadocië geweest. Het was eerst een week met een bus door Cappadocië en daarna weer  een gratis week aan het strand in een dorp vlakbij Antalya.  We hadden op een dag een auto gehuurd en zijn naar Alanya geweest om te zien hoe onze appartementen in Mahmutlar er bij stonden. Onder weg zagen we dat heel veel grote hotels, die van de 1000 bedden voor de Russen,  leeg stonden. Totaal verlaten.  Weinig kans dat we onze appartementen nog verkocht krijgen, vrees ik. Maar wie weet.

 

Dat zelfde jaar hadden we, Rob, Boudien, Laurens en ik  een rondreis van 8 dagen gemaakt door Toscane.

 

In 2017 was ik tweemaal in Spanje. Eerst een week in de zomer met Nathalie naar Denia.  Ixchel was ook over voor vakantie. Heerlijke tijd was dat. In oktober was ik met Marc en Laurens zo’n 5 dagen in Barcelona.  Natuurlijk weer bij Ixchel gegeten in de nieuwste Ikebana en in de CDLC (Carpe Diem Lounge Club).

      

                                        Ikebana Sarria                                                                                                      Sylvia was er ook bij.

       

                                                                           Een voorgerecht en hier naast een nagerecht

       

 

 

Ik ben op 2 maart 2017 verhuisd naar mijn huidige adres. Tijdens onze vakantie in Toscane werd ik door de makelaar gebeld dat het huis eindelijk echt verkocht was. Het huis was al twee keer eerder verkocht, maar de kopers konden de hypotheek niet rond krijgen. Nu wel. Ik heb geen dag spijt gehad van mijn besluit om te verkopen. Op dit appartement kan ik nog heel lang wonen, denk ik.

                                                                                                                           De woonkamer

                                                                                                  De woonkamer en hieronder de keuken

         

                                                                                                                       Grote slaapkamer                                                                     Het overvolle balkon

 

Ik ben nu in het heden beland. Het is 2018. Ik ben dit jaar, van 19 april tot en met 12 mei, eerst 3 dagen naar Honkong geweest en daarna 22 dagen een rondreis door Japan. Van Tokio in het noordoosten tot Nagasaki in het zuidwesten. Van een klimaat zo als bij ons tot een meer subtropisch klimaat. Een heel kleine impressie van de vele foto’s, die gemaakt zijn. Natuurlijk heb ik,  zoals bij al mijn vakanties vanaf 2007, ook weer een (behoorlijk lange) film gemaakt.  Ik heb daarvan ook een samenvatting gemaakt.

                                                                                                                           Voor ons hotel

   Wachtend op het treintje om naar het hoogste punt van Hongkong te gaan.

 

                                                                                                        Het hoogste punt van Hongkong

 

We waren van 22 april tot 12 mei 2018 in Japan.

We zijn in Tokyo begonnen en met treinen en bussen uiteindelijk in Nagasaki terecht gekomen. Onze stappenteller gaf het volgende weer: In totaal 197,6 km gelopen en 173 etages geklommen.

 

  Tokyo

 

                                           

                                                                                             Lana, Edwin, Laurens en ik in een Japanse pub

    Osaka by night

 

 

                                       Links het Filosofenpad  in Kyoto

 

                                                                                                                                                                                     Lana, een kunstschilder en ik

 

                         

                           Kinderen hebben het voorbeeld nodig van iemand (liefst een ouder) die de eigen fouten ziet zonder zichzelf daarom te veroordelen

 

                                                                          ONZE STAMBOOM

 

Ca.1650 Philip Levi  x Rosie Salomon à Johanna Levi x Salomon (Samuel)  Kohen

(in 1812 is de naam van den Berg aangenomen (akte van 22-04-1833)

 ǀ                                                                                                ǀ

Levie v.d. Berg  x Elize Koppeschaar                                                                      H.C.S. Von Cosel      x      Th.P. Bloem

09-12-1852          31-03-1851                                                                                  Heinz Casimir Sigismund     Paula

                                                                                                                                     08-05-1885                        01-05-1886 

                                                                                                                                     08-06-1953                        18-04-1976

--------------------------- ------------------------                           ------------------ ----------------------------

 ǀ                 ǀ               ǀ              ǀ                  ǀ                           ǀ                       ǀ                       ǀ              

L . v.d. Berg    Z.v.d. Berg  V.v.d. Berg   J.v.d. Berg     C.A. v.d. Berg    x      B.E.A. Von Cosel   A.D.A. Von Cosel   I.H. Von Cosel x H. Weevers                

Ludie              Zus                Victoria          jeane/Noes    Alex18-02-1907          Zus 16-10-1909     Alma 20-12-1910   Inge                      Herman                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          

                                                                                                      18-06-1973                 03-02-1997                10-07-1997  18-09-1922

                                                                                                                                                                                                       05-03-2005

                                                                                              -----------------------------------------------------                              ----------------------------

                                                        x                                           ǀ                                                  x                    ǀ                                ǀ

  1. H.Peoples                       ǀ                               L.Schlundt          ǀ                                ǀ

                                                                                                                          ǀ                                           Bodien               M. Weevers            A. Weevers

  1.                                                                    R.Sulter                                  ǀ                                                 ǀ                    Marianne                 Alice

                                                                                                                          ǀ                                                                       03-05-1951             15-07-1956

                                                                                                                          ǀ                                                                                 x                               x

                                                                                         ǀ                                 Joan             Ben Spaans            Haye Wind                              

                                                                                                                         ǀ                                                                        12-04-1949            01-10-1955

                                                                                                      ǀ                                                    ǀ                                                                     

                                                                                         ǀ                                                    Atman                   

                                                                                         ǀ                                                    22-08-1987 

                                                                                         ǀ                                                    17-12- 2007               _________________________________ ______ ǀ_____________ ____________________                                                                                                             

 ǀ                     ǀ                   ǀ                        ǀ                    ǀ                       ǀ                       ǀ                      ǀ                                                                                               

P.A.                F.R.             E.L.                  W.J.              H.D.                S.E.                 J.M.               R.M.

Paul               Frederik     Eduard           Winnifred    Hansette       Sylvia             Jeane             Rose-                                                                                                                                                                                  

Alexander    Rudolf         Leopold         Joyce            Dorothea       Ellis                Margot          Marie

Paul               Fred            Edu                 Winnie         Hannie           Sylvia             Jane               Roos  

15-11-193318-06-1937 12-10-1938   02-02-1941 19-12-1942   09-05-1944  29-09-1945   23-03-1948

25-08-199310-01-1983                                                                                             06-11-2003   06-10-2015                 

                              x                    x                  x                                           x                       x                         x

                       H.v.d. Vlist  M.M. Smink   L.Wielders                        1. K.Urban      D.Purmer     W.Veeren

                       Helena        Marcella          Bart                                       Charles        Dick               Pim

                                            Marianne         

                      07-07-1945 17-02-1947     19-09-1941                       17-02-1942   10-06-1944   22-06-1940

                                          13-03-2003      01-08-2003                                                                       27-08-2016   

                      ǀ                   ǀ                          ǀ                                           ǀ                                              ǀ                                                       

                      Rudolf        Marc Gilliam   1. Patrick                             Ixchel                              1. Nathalie                                                  

                      Xavier        24-07-1978          22-10-1968                     14-01-1971                         03-09-1974        

                      19-12-1981       ‘x’             2.  Mischa                                                                     2. Rogier

                                          Malou                  17-04-1971                                                                  06-07-1974

                                          Hassefras                  x                                                                                   x

                                          10-02-1989        Ingrid Groenendijk                                                      Danielle

                                                                      23-10-1964                                                                    Brinkhuis                                                                   

                                                                      ǀ                                                                                       05-10-1982                                                                                                                                              

                                                                      Timo Albert        __________________________________   

                                                                      18-08-2000          ǀ                                                     ǀ 

                                                                                                      Jimi Benjamin               Jasmijn Lauren Evi           

                                                                                                      19-08-2012                   28-10-2015                                                                                                                                                                        

Mijn moeder had nog een broer:’Oetie’. Hij was door zijn verloofde vergiftigd. Verdere  gegevens ontbreken. Tussen Paul en Fred  was nog een zusje Yvonne.  Ze is op eenjarige leeftijd  overleden. Verdere gegevens ontbreken.

                                                 

                                                                                                       Het Wapen van de Familie Von Cosel